Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Vondeling en Vlottes over het bericht dat linkse activisten oproepen tot schijnhuwelijk
Vragen van de leden Vondeling en Vlottes (beiden PVV) aan de Ministers van Asiel en Migratie en van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Financiën over het bericht dat linkse activisten oproepen tot schijnhuwelijk (ingezonden 17 februari 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 22 april 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1279.
Vraag 1
Bent u op de hoogte van het schandalige Instagram-bericht van de pro-migratieorganisatie
MiGreat, waarin zij personen met een Nederlands paspoort oproepen om schijnhuwelijken
aan te gaan met illegale migranten die geen verblijfsvergunning hebben of geen visum
kunnen krijgen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Erkent u dat MiGreat hiermee aanzet tot het plegen van een strafbaar feit? Zo ja,
bent u bereid om het Openbaar Ministerie (OM) onmiddellijk op te dragen een strafrechtelijk
onderzoek te starten tegen MiGreat? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
In algemene zin is het publiekelijk aanzetten tot het plegen van strafbare feiten
strafbaar (art. 131 Wetboek van Strafrecht). Of een concrete uiting daaronder valt,
hangt af van de precieze inhoud en context en vergt juridische beoordeling.
Het Openbaar Ministerie beslist over het starten van een strafrechtelijk onderzoek.
Ik kan het OM dus geen opdracht geven om tot strafrechtelijk onderzoek over te gaan.
Ik hecht er wel aan te benadrukken dat ik de betreffende oproep van MiGreat afkeurenswaardig
vind en dat ik dit aan MiGreat kenbaar heb gemaakt.
Het aangaan van een schijnhuwelijk met als doel verblijfsrecht te verkrijgen is in
strijd met het vreemdelingenrecht. Indien sprake is van een schijnhuwelijk kan de
IND bestuursrechtelijk optreden, bijvoorbeeld door afwijzing of intrekking van een
verblijfsvergunning. Strafbaarheid kan aan de orde zijn als daarbij strafbare handelingen
worden gepleegd, zoals valsheid in geschrifte of het opzettelijk faciliteren van illegaal
verblijf.
Vraag 3 en 4
Klopt het dat MiGreat al sinds 2022 de status van Algemeen Nut Beogende Instelling
(ANBI-status) heeft? Zo ja, bent u bereid de ANBI-status per direct en met terugwerkende
kracht in te trekken?
Kunt u onderbouwen, aan de hand van cumulatieve eisen voor het verkrijgen van een
ANBI-status, hoe het mogelijk is dat MiGreat überhaupt een ANBI-status heeft verkregen?
Antwoord 3 en 4
In het ANBI-register op de website van de Belastingdienst staat vermeld dat de Stichting
Migreat vanaf 1 januari 2022 de ANBI-status heeft. Omdat de Belastingdienst gehouden
is aan de geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen
(AWR), kan geen nadere informatie worden verstrekt over deze individuele instelling.
In zijn algemeenheid geldt dat een instelling op verzoek kan worden aangemerkt als
ANBI indien de instelling (onder meer) uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (ten minste
90%) het algemeen nut beoogt. Het begrip «algemeen nut» is in de AWR neutraal vormgegeven
en wordt, zoals ook uit de jurisprudentie blijkt, neutraal getoetst. Dat betekent
dat een ANBI de vrijheid heeft om – binnen de in de wet genoemde categorieën2 – een door haar als algemeen nuttig beschouwde doelstelling na te streven. Dit neutrale
karakter is een belangrijke eigenschap van de ANBI-regelgeving, omdat ANBI’s daarmee
een afspiegeling zijn van een diverse samenleving waarbinnen verschillende doelen
als algemeen nuttig worden gezien. Hiermee wordt gewaarborgd dat niet alleen doelen
in lijn met bijvoorbeeld het overheidsbeleid gezien kan worden als algemeen nuttig.
Het betreft objectieve criteria.
Het beoordelen van het recht op (behoud van) de ANBI-status aan de hand van de daarvoor
bij wet gestelde voorwaarden is wettelijk voorbehouden aan de inspecteur van de Belastingdienst.3 Voor wat betreft intrekking van de ANBI-status is de inspecteur gebonden aan een
limitatief aantal gronden.4 Intrekking vindt plaats ingeval een instelling niet langer voldoet aan de wettelijke
voorwaarden voor de ANBI-status of als niet wordt voldaan aan de zogenoemde integriteitstoets.
Kortgezegd houdt deze integriteitstoets in dat de ANBI-status door de inspecteur wordt
ingetrokken als het hem kenbaar is dat de instelling of een bestuurder, feitelijk
leidinggever of gezichtsbepalend persoon van die instelling onherroepelijk is veroordeeld
wegens het opzettelijk plegen van een in de ANBI-regelgeving genoemd misdrijf. De
Belastingdienst verkrijgt die informatie niet automatisch, maar is daarvoor afhankelijk
van partijen zoals het OM en de FIOD. Ook wordt de ANBI-status ingetrokken als de
inspecteur gerede twijfel heeft over de integriteit van de instelling of van bovengenoemde
betrokken personen én de instelling of persoon ondanks een verzoek daartoe van de
inspecteur niet binnen zestien weken een verklaring omtrent gedrag (VOG) kan overleggen.
Gerede twijfel veronderstelt dat de inspecteur niet te lichtvaardig kan overgaan tot
het opvragen van een VOG.5 Dit mede gelet op de neutrale toetsing of sprake is van algemeen nuttige activiteiten.
Verdenkingen, niet-vervolgbare activiteiten of gedrag dat simpelweg niet aansluit
bij eenieders overtuiging van wat behoort tot het algemeen nut zijn an sich geen redenen
om de ANBI-status van een instelling in te trekken.
Vraag 5
Deelt u de mening dat organisaties als MiGreat deel uitmaken van een bredere asielindustrie
die het terugkeerbeleid saboteren en onze grenzen nog verder open willen zetten en
bent u bereid alle subsidies en fiscale voordelen voor dergelijke pro-migratiegroepen
te schrappen?
Antwoord 5
Zoals in het antwoord op 3 en 4 is toegelicht is het neutrale karakter een belangrijke
eigenschap van de ANBI-regeling. Daardoor hebben instellingen de vrijheid om een doelstelling
na te streven die zij als algemeen nuttig beschouwen. Zo kan bijvoorbeeld zowel een
«pro-migratiedoelstelling» als een «anti-migratiedoelstelling» onder dezelfde voorwaarden
als algemeen nuttig worden gezien. Het kabinet is niet voornemens hierin een wijziging
aan te brengen.
Wel wordt de vrijheid voor ANBI’s om een doelstelling na te streven die zij als algemeen
nuttig beschouwen begrensd door de voor iedereen – en dus ook voor ANBI’s – geldende
wet- en regelgeving. Een overtreding van deze geldende wet- en regelgeving kan echter
pas fiscale gevolgen hebben op het moment dat deze strafrechtelijk is afgedaan. De
inspecteur van de Belastingdienst kan en mag immers niet op de stoel van de strafrechter
gaan zitten.6
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.