Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op het lid Dobbe over het artikel 'Kabinet overtrad beperking wapenexport die schending mensenrechten moest voorkomen'
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over het artikel «Kabinet overtrad beperking wapenexport die schending mensenrechten moest voorkomen» (ingezonden 5 maart 2026).
Antwoord van Minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking)
(ontvangen 21 april 2026)Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1516
Vraag 1 t/m 3
Wat is uw reactie op het nieuws dat verschillende Ministers van Buitenlandse Handel
wapenexportvergunningen uitgaven aan de Verenigde Aribische Emiraten (VAE), ondanks
afspraken met de Tweede Kamer en overduidelijke risico’s?1
Hoe verantwoordt u dat, ondanks de gesloten presumption of denial (POD) en aangegeven waarschuwingen voor risico’s, er toch vergunningen zijn verleend
aan de VAE? Op welke gronden zijn besluiten genomen en kunnen deze gedeeld worden
met de Kamer?
Zijn er andere schendingen van de presumption of denial in deze periode of daarna? Zo ja, kunt u deze delen met de Kamer? Zo nee, hoe bent
u daar zo zeker van?
Antwoord 1 t/m 3
Tot 14 juli 2023 was er een presumption of denial(PoD)-beleid van kracht op de uitvoer van militaire goederen of dual-use goederen
met militair eindgebruik naar Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Turkije.2 Dit betekende dat vergunningaanvragen voor de export van militaire goederen en dual-use
goederen met militair eindgebruik werden afgewezen tenzij onomstotelijk vaststond
dat deze goederen niet konden worden ingezet bij de conflicten in Jemen en Noord-Syrië3. Daarnaast moest elke vergunningaanvraag de reguliere toets aan de acht criteria
uit het EU Gemeenschappelijk Standpunt (EUGS, 2008/944/GBVB) inzake wapenexport doorstaan.
Doel van het PoD-beleid is geweest om offensieve, en daarmee ongewenste, inzet van
uit Nederland afkomstige militaire goederen in Jemen of Noord-Syrië te voorkomen.
Het doel van de PoD-toets was echter niet om vergunningaanvragen voor puur defensieve
goederen, waarin een legitieme veiligheidsbehoefte van Saoedi-Arabië, de Verenigde
Arabische Emiraten of Turkije naar voren kwam, per definitie te weigeren. Het kabinet
had beleidsruimte om tegemoet te komen aan deze specifieke gevallen en de huidige
oorlog in het Midden-Oosten onderstreept deze legitieme veiligheidsbehoefte. Een voorbeeld
waarbij dit is toegepast betreft afweer van inkomende projectielen op zee. In het
kader van deze legitieme veiligheidsbehoefte is er gedurende het bestaan van het PoD-beleid
bij zeer specifieke gevallen geadviseerd om de negatieve toets aan het PoD-beleid
niet doorslaggevend te laten zijn in de eindbeoordeling van een vergunningaanvraag.
Het PoD-beleid is hierbij niet geschonden, maar weloverwogen toegepast in de geest
van zijn oorspronkelijke doel: het voorkomen van ongewenste inzet in Jemen of Noord-Syrië.
Voorwaarde voor een positieve totaaltoets was altijd een positief oordeel op basis
van eerdergenoemde toets aan de acht Europese criteria voor wapenexportcontrole in
het EUGS.
Vraag 4 t/m 6
Waarom is de informatie over de vergunningen niet gedeeld met de Kamer?
Deelt u de mening dat, gezien de grootschalige investeringen in Defensie, het belangrijk
is om een debat te kunnen voeren over de inzet en implicaties van de investeringen?
Zo ja, hoe gaat u dit implementeren? Zo nee, waarom niet?
Hoe bent u van plan de Kamer beter mee te nemen in de beslisnota’s van wapenexportvergunningen,
zeker nu we steeds meer aan militaire middelen gaan uitgeven?
Antwoord 4 t/m 6
Het kabinet streeft ernaar zo transparant mogelijk te zijn op het gebied van exportcontrolebeleid
en houdt zich aan de gemaakte informatieafspraken met de Kamer. Nederland loopt internationaal
voorop als het gaat om transparantie rondom exportcontrolebeleid.
Het kabinet wisselt op verschillende manieren met het parlement van gedachten over
exportcontrolebeleid. Op basis van het jaarrapport wordt jaarlijks een commissiedebat
exportcontrole gehouden met de commissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Verder publiceert Nederland regelmatig kerngegevens over alle afgegeven vergunningen
voor de uitvoer van militaire goederen. Daarnaast informeert het kabinet het parlement
per brief over relevante ontwikkelingen en wijzigingen in het beleid.
Tot slot wordt de Kamer sinds 2012 versneld geïnformeerd over nieuwe vergunningen
voor definitieve uitvoer van complete (militaire) systemen met een waarde boven de
€ 2 miljoen, bestemd voor andere landen dan Australië, Japan, Nieuw-Zeeland, Zwitserland
of een lidstaat van de EU of de NAVO. De afgegeven vergunningen waar in het artikel
naar gerefereerd wordt, voldeden niet aan deze criteria.
Vraag 7 en 9
Hoe bent u van plan de mensenrechten te beschermen en immorele exportvergunningen
in de toekomst tegen te gaan, zeker gezien het belang van het internationaal recht
zoals aangegeven in het coalitieakkoord?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat niet alleen economische belangen meespelen in het verlenen
van vergunningen, maar ook morele en juridische factoren?
Antwoord 7 en 9
Nederland toetst alle aanvragen voor de uitvoer van militaire goederen zorgvuldig
aan het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexportcontrole, waarbij duidelijke
risico’s op ernstige schendingen van mensenrechten of het humanitair oorlogsrecht
tot een afwijzing gebieden. In de toetsing worden alle belangen meegenomen, waarbij
juridische verplichtingen en veiligheidsbelangen boven economische belangen staan.
Vraag 8
Als er vanuit het ministerie vergunningen worden verleend, is dat dan eenmalig of
ook voor toekomstige orders? Indien dat laatste, hoe weegt het ministerie dat met
de wapenexportcriteria indien blijkt dat, na het vergeven van de vergunning, het wapenbedrijf
mensenrechtenschendingen begaat?
Antwoord 8
Nederland kent afhankelijk van het type uitvoer en overdracht individuele vergunningen,
globale vergunningen en algemene vergunningen.
• Individuele vergunningen zijn voor één transactie van een militair goed naar één bestemming;
• Globale vergunningen zijn voor de uitvoer of overdracht van militaire goederen aan
ontvangers of categorieën van ontvangers in één of meerdere landen van eindbestemming;
• Algemene vergunningen zijn voor de onbeperkte (zowel in hoeveelheid als in tijdsbestek)
uitvoer of overdracht van militair goederen conform de in de betreffende algemene
vergunning gespecificeerde kaders. Voor een algemene vergunning kunnen bedrijven zich
onder in de vergunning gespecificeerde voorwaarden registreren. Geregistreerde bedrijven
rapporteren over het gebruik van de algemene vergunning conform de eveneens in de
betreffende vergunning vastgelegde voorschriften.
Het kabinet heeft de bevoegdheid om, wanneer nieuwe omstandigheden zich voordoen,
een verleende vergunning opnieuw te beoordelen, al is het daartoe niet verplicht.
Dit heeft in het verleden ook geleid tot een intrekking van een eerder afgegeven vergunning.
Vraag 10
Hoe staat het op heden met de wapenexportvergunningen naar de VAE, gezien de grootschalige
genocide die plaatsvindt in Soedan en het aandeel van de VAE hierin?4 Kunt u inzage geven in welke vergunningen zijn verleend en op welke beslispunten
dit is gebaseerd?
Antwoord 10
Nederland toetst alle vergunningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen per
geval conform het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexportcontrole, waarbij
duidelijke risico’s op ernstige schendingen van mensenrechten of het humanitair oorlogsrecht
leiden tot een afwijzing van de vergunningaanvraag. Daarin is er verder specifieke
aandacht voor het risico op omleiding van de goederen naar ongewenste eindgebruikers.
Dit geldt ook voor het omleidingsrisico naar Soedan. Er zijn bij de regering geen
aanwijzingen bekend dat dergelijke omleiding onder Nederlandse vergunningen voor de
uitvoer van militaire goederen plaatsgevonden heeft.
Voor de actuele kerngegevens over alle afgegeven vergunningen voor de uitvoer van
militaire goederen verwijs ik u graag naar het overzicht hierover op rijksoverheid.nl.5
Vraag 11
Staat u achter de redenen die gegeven zijn in 2025 voor het afschaffen van de POD?
Zo ja, kunt u dat toelichten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Het kabinet heeft op 14 juli 2023 het aanvullend nationaal beleid in de vorm van de
presumption of denial afgeschaft6. De presumption of denial kon ertoe leiden dat ook transacties die niet duidelijk in verband konden worden
gebracht met ongewenste inzet in Syrië en Jemen, maar tegemoetkwamen aan een legitieme
veiligheidsbehoefte, moesten worden afgewezen.
In de praktijk bleek de presumption of denial evenmin noodzakelijk om te voorkomen dat Nederlandse strategische goederen in Jemen
of Syrië worden ingezet. Een toets van de transactie aan de acht criteria van het
wapenexportbeleid, in het bijzonder aan criteria 2 «risico op schendingen van het
humanitair oorlogsrecht en/of mensenrechten» en 4 «bijdrage aan regionale conflicten»,
had dezelfde uitkomst in geval van ongewenste transacties.
Naast de hierboven genoemde effecten past het voeren van aanvullend nationaal beleid
in de vorm presumption of denial ook niet goed bij de systematiek van het Verdrag inzake exportcontrole in het defensiedomein
(ook wel bekend als het Verdrag van Aken) waar Nederland zich bij wil aansluiten.
In dat Verdrag vertrouwen verdragspartners op elkaars exportcontroletoets aangezien
alle verdragspartijen aan dezelfde of zeer vergelijkbare toetsingskaders gebonden
zijn. Voortzetting van depresumption of denial zou kunnen leiden tot een ongewenste situatie waarin Nederland dergelijke transacties
onder dit Verdrag zou tegenhouden.
Vraag 12
Vindt u het van belang dat wapenexportcriteria een belangrijke overweging zijn in
het uitgeven van vergunningen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 12
Zie gebundelde antwoord op vraag 7 en 9.
Vraag 13
Bent u van mening dat criteria een hoge standaard moeten zetten en ervoor moeten zorgen
dat militaire middelen die Nederland exporteert niet tot mensenrechtenschendingen
mogen leiden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 13
Zie gebundelde antwoord op vraag 7 en 9.
Vraag 14
Als u bovenstaande twee vragen positief heeft beantwoord, bent u dan van plan om opnieuw
een POD in te voeren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 14
Nee, zie antwoord op vraag 11.
Vraag 15
Bent u van plan de keuze tot toetreding van het verdrag van Aken te heroverwegen,
gezien de woorden van Minister Schreinemacher aantonen dat de wapenexportcriteria
afnemen door toetreding van dit Verdrag?
Antwoord 15
Conform het coalitieakkoord wenst het kabinet toe te treden tot het Verdrag inzake
exportcontrole in het defensiedomein (ook wel bekend als het Verdrag van Aken). Geopolitieke
ontwikkelingen maken het noodzakelijk dat Europa meer verantwoordelijkheid neemt voor
de eigen veiligheid. Het kabinet zet daarom in op het verdiepen van de Europese defensiesamenwerking.
Het Verdrag bevordert Europese defensiesamenwerking, specifiek de ontwikkeling en
productie van defensiematerieel. Toetreding tot het Verdrag zal de bredere nationale
en Europese veiligheidsbelangen dienen.
Dit verdrag berust op het vertrouwen dat verdragspartijen hebben in elkaars wapenexportcontrolesystemen,
onder andere omdat deze zijn gestoeld op toetsing aan de gezamenlijk overeengekomen
EU-wapenexportcriteria in het EUGS. Als verdragspartijen een uiteenlopende risico-inschatting
hebben bij de uitvoer van militaire goederen naar een derde land hebben zij de mogelijkheid
om elkaar te consulteren. Verdragspartijen kunnen in uitzonderlijke gevallen bezwaar
maken tegen een voorgenomen export als deze in strijd wordt geacht met de nationale
veiligheid of een direct nationaal belang. Ook zijn alle verdragspartijen gehouden
aan de bepalingen van het VN-Wapenhandelsverdrag.7
Vraag 16
Deelt u de mening van Frank Slijper dat radar- en communicatiesystemen niet louter
defensief zijn, gezien deze apparatuur gebruikt kan worden om in kaart te brengen
welke mogelijke doelwitten er zijn. Zo ja, waarom is dat argument dan wel in de casus
van het artikel gebruikt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 16
Zoals eerder aangegeven is er in het kader van de legitieme veiligheidsbehoefte van
de landen in kwestie in specifieke gevallen weloverwogen besloten het PoD-beleid niet
doorslaggevend te laten zijn. Het ging hier bijvoorbeeld om afweer van inkomende projectielen
op zee en ontmijningsdrones voor trainingsdoeleinden. In alle gevallen was sprake
van een positieve toetsing op de criteria van het EUGS.
Vraag 17
Is er volgens u sprake van een medeplichtigheid van Nederland in het schenden van
het internationaal recht in Jemen, zoals VN-experts duiden8, door het leveren van militaire middelen aan de VAE?
Antwoord 17
Nee. Medeplichtigheid onder het internationaal recht kan niet ontstaan wanneer hulp
of bijstand bijdraagt aan de algemene militaire capaciteit van een staat, aangezien
dat geen internationaal onrechtmatige daad inhoudt. Zie voor verdere toelichting de
Kamerbrief van 12 januari 2024 betreffende de Zienswijze op het concept van medeplichtigheid
onder internationaal recht.9
Ondertekenaars
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.