Mededeling (uitstel antwoord) : Uitstel beantwoording vragen van het lid Schilder over gemeentelijke uitgaven aan iftar-activiteiten
Vragen van het lid Schilder (Groep Markuszower) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over gemeentelijke uitgaven aan iftar-activiteiten (ingezonden 30 maart 2026).
Mededeling van Minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
21 april 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van berichtgeving dat grote gemeenten tienduizenden euro’s uitgeven
aan iftar-activiteiten, al dan niet via subsidies of eigen organisatie?1
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat het organiseren of subsidiëren van iftars door gemeenten
in de kern een religieuze activiteit ondersteunt? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Hoe verhoudt het actief faciliteren van iftars door gemeenten zich tot het beginsel
van scheiding tussen kerk en staat?
Vraag 4
Deelt u de mening dat gemeenten zich terughoudend dienen op te stellen bij het financieren
of organiseren van religieuze bijeenkomsten, in het bijzonder iftars? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 5
Hoe voorkomt u dat het organiseren en subsidiëren van iftars door gemeenten de indruk
wekt dat de overheid zich vereenzelvigt met een specifieke religie?
Vraag 6
In hoeverre acht u het wenselijk dat gemeentelijke middelen worden ingezet voor activiteiten
die direct samenhangen met religieuze gebruiken, zoals het verbreken van het vasten
tijdens de ramadan?
Vraag 7
Welke criteria hanteren gemeenten om te bepalen of een activiteit als «maatschappelijk»
wordt aangemerkt, terwijl deze in de praktijk een religieus karakter heeft?
Vraag 8
Deelt u de zorg dat het labelen van iftars als «ontmoeting» of «integratie» feitelijk
een omzeiling van het neutraliteitsbeginsel kan zijn? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
In hoeverre wordt gecontroleerd of dergelijke subsidies daadwerkelijk een algemeen
maatschappelijk doel dienen en niet primair een religieuze activiteit faciliteren?
Vraag 10
Kunt u uitsluiten dat door deze praktijk een precedent ontstaat waardoor terugkerend
aanspraak wordt gemaakt op vergelijkbare financiering? Zo nee, hoe wordt hiermee omgegaan?
Vraag 11
Acht u het wenselijk dat gemeenten zelf iftars organiseren op bijvoorbeeld het stadhuis
en zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de vereiste neutraliteit van de overheid?
Vraag 12
Ziet u aanleiding om gemeenten explicieter te wijzen op de grenzen van het subsidiëren
van activiteiten met een religieus karakter? Zo nee, waarom niet?
Mededeling
Hierbij deel ik u mede dat de aan mij gestelde vragen van het lid Schilder van de
Groep Markuszower over gemeentelijke uitgaven aan iftar-activiteiten (ingezonden op
30 maart 2026), met kenmerk 2026Z06485, niet binnen de termijn van drie weken kunnen worden beantwoord. Voor de beantwoording
van de vragen is meer tijd nodig. De interdepartementale afstemming vergt meer tijd.
Uw Kamer ontvangt de antwoorden zo spoedig mogelijk.
Ondertekenaars
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.