Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Podt, Sneller, Ouwehand en Teunissen over het lijden van dieren op verzamelplaatsen en het zelfstandig houdverbod en andere maatregelen bij dierenmishandeling in de veehouderij
Vragen van de leden Podt, Sneller (beiden D66), Ouwehand en Teunissen (beiden PvdD) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Minister van Justitie en Veiligheid over het lijden van dieren op verzamelplaatsen en het zelfstandig houdverbod en andere maatregelen bij dierenmishandeling in de veehouderij (ingezonden 8 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 21 april 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht waaruit blijkt dat dieren structureel en ernstig
lijden op erkende verzamelplaatsen waar (een deel van de) dieren uit de veehouderij
naartoe worden gebracht voordat zij worden afgevoerd naar het slachthuis?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat jaarlijks meer dan 10.000 dieren op verzamelcentra dood worden
aangetroffen, omdat zij aan hun verwondingen zijn overleden of worden gedood omdat
ze te ziek, te zwak of gewond zijn om verder te mogen worden vervoerd?
Antwoord 2
Ja, dat kan ik bevestigen. Over de achtergrond van de cijfers zijn geen gegevens beschikbaar.
Daarom doet de NVWA in 2026 onderzoek naar de achtergrond van deze cijfers, zoals
de betrokken vervoerders en de herkomst van (een deel) van deze dieren.
Dieren met een doodmelding op een verzamelplaats
2023
2024
2025
Runderen
1.996
2.370
1.159
Varkens
13.572
13.625
9.754
Schapen
380
407
300
Geiten
331
311
272
TOTAAL
16.279
16.713
11.485
Vraag 3
Heeft u de beelden gezien van de staat waarin dieren die via verzamelplaatsen zijn
getransporteerd in het slachthuis worden aangetroffen? Heeft u gezien dat deze dieren
kampen met ernstige kreupelheid, ziektes, open wonden, graatmager zijn of zelfs lichaamsdelen
missen?2
Antwoord 3
Ja.
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat deze dieren dringend medische zorg nodig hadden, maar dat zij
in plaats daarvan op transport zijn gezet naar het slachthuis, omdat ze dan nog geld
opleveren?
Antwoord 4
Ik kan bevestigen dat de dieren op de beelden niet geschikt voor het voorgenomen transport
waren en niet naar het slachthuis vervoerd hadden mogen worden. De NVWA heeft daar
ook boetes voor opgelegd. Op het moment dat de beelden genomen zijn, hadden de meeste
dieren dringend medische zorg nodig.
Vraag 5
Wat vindt u van dit alles?
Antwoord 5
De beelden vind ik verschrikkelijk en gaan me aan het hart. Dieren die ongeschikt
zijn om te vervoeren, mogen niet worden aangeboden voor transport en dus ook niet
vervoerd worden. Slachthuizen, transporteurs, handelaren, houders van verzamelcentra
en veehouders zijn verplicht om te allen tijde met zorg voor het welzijn om te gaan
met levende dieren. Ik verwacht ook dat men binnen de sector elkaar hier op aanspreekt.
Vraag 6
Hoe kan het volgens u dat dieren, nadat zij een aantal maanden of jaren in de huidige
veehouderij hebben moeten doorbrengen, er zo erbarmelijk aan toe zijn?
Antwoord 6
Een veehouderijsysteem zorgt op zichzelf niet voor een slecht dierenwelzijn. Dieren
kunnen op primaire bedrijven kreupelheid ontwikkelen of anderszins ziek worden en
zij dienen daarvoor behandeld te worden. Daar waar specifieke aandoeningen (bedrijfsgebonden
dierziekten) met regelmaat voorkomen is het van belang dat de sector hier aandacht
voor heeft. Houders horen in overleg met bijvoorbeeld de dierenarts, klimaatadviseur,
voerleverancier bezien welke aanpassingen op het bedrijf moeten worden doorgevoerd
om dit te voorkomen. Voordat dieren op transport gaan, beoordeelt een houder of een
dier dat behandeld is, in verband met kreupelheid of ziekte, voldoende hersteld is.
Ook moet worden bekeken of de wachttijd van toegediende medicatie is verstreken en
of transporteren verantwoord is voor het dier. De houder kan zich voor deze beoordeling
ook laten bijstaan door de dierenarts.
Vraag 7
Deelt u de conclusie dat dit soort verwondingen doorgaans niet op één dag ontstaan,
maar het gevolg zijn van een (stal)systeem waarin dieren structureel worden gefokt
en gehouden in dieronwaardige, ongezonde en onnatuurlijke omstandigheden?
Antwoord 7
Zie mijn antwoord op vraag 6.
Vraag 8
Heeft u kennisgenomen van de eerdere beelden van vijf verschillende erkende verzamelplaatsen,
waarop te zien was dat op alle locaties is waargenomen dat koeien en kalfjes worden
geslagen en geschopt, ook wanneer zij ziek en kreupel waren (Aanhangsel Handelingen
II, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1010)?
Antwoord 8
Ja
Vraag 9
Onderschrijft u dat dit niet kan worden afgedaan als een incident?
Antwoord 9
De beelden tonen herhaaldelijke overtredingen op vijf verzamelplaatsen, binnen een
korte tijd. Dat kan inderdaad niet worden afgedaan als een incident. Tegelijkertijd
kan ik op basis van deze vijf verzamelplaatsen ook niet alle verzamelplaatsen over
één kam scheren. Iedere verzamelplaats moet beoordeeld worden op hetgeen daar daadwerkelijk
plaatsvindt. En zoals ik al eerder aangaf zijn de beelden van de verzamelcentra waarop
dieren worden geslagen en geschopt schokkend. Op deze manier mag nooit met dieren
worden omgegaanl.
Vraag 10
Onderschrijft u de uitspraak van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)
dat we te maken hebben met een sector (veeverzamelplaatsen) die «structureel de wet
niet naleeft en steeds de ruimte opzoekt»? Zo nee, waarom niet?3
Antwoord 10
De gepubliceerde beelden gemaakt op de vijf verzamelcentra, geven inderdaad het beeld
dat we te maken hebben met een sector (veeverzamelplaatsen) die structureel de wet
niet naleeft. En als de toezichthouder dit dan ook nog concludeert, dan denk ik dat
we te maken hebben met een deel van de sector dat steeds de ruimte opzoekt. Deze verzamelcentra
beïnvloeden op negatieve wijze het beeld van de gehele sector. Het is wat mij betreft
aan de gehele sector hierop te reflecteren en te laten zien dat dergelijke situaties
onwenselijk zijn en dat dit verbeterd kan worden. Ik roep de sector dan ook op om
stevige zelfreflectie toe te passen en te werken aan een zelfreinigend vermogen. Daarnaast
ben ik voornemens om het beleid aan te scherpen, zoals het verhogen van boetes en
het inzetten van cameratoezicht als tijdelijke maatregel. Hierover heb ik de Kamer
op 16 april jl. geïnformeerd (Kamerstuk 2026Z08019).
Vraag 11
Hoe verklaart u dat uit de inspectierapporten blijkt dat sommige handelaren tientallen
keren worden betrapt op het overtreden van de regels, maar gewoon door kunnen gaan?
Antwoord 11
Via verschillende maatregelen wordt ingezet op duurzame gedragsverandering. Uit de
openbaar gemaakte informatie blijkt dat de NVWA na het constateren van overtredingen
waarschuwingen geeft, boetes oplegt en deze boetes ook verhoogt. Het overtreden van
de regels blijft niet zonder gevolgen. De NVWA heeft de afgelopen jaren bij slachthuizen,
verzamelcentra en vervoerders verscherpt toezicht (VeTo) toegepast. Bij de constatering
van zware overtredingen en bij een niet-naleving door notoire overtreders worden passende
maatregelen opgelegd, zoals bijvoorbeeld het schorsen van een erkenning). De «one
strike out»- en de «three strikes out» aanpak is hier onderdeel van.
Mijn inzet is om te werken naar een betere borging van dierenwelzijn in de hele keten,
waar een ieder zijn verantwoordelijkheid neemt, van het primaire bedrijf, tijdens
transport tot in het slachthuis. Hoe ik dat wil doen, heb ik uiteengezet in mijn brief
aan de Tweede Kamer over de weg «Naar een beter dierenwelzijn in de veehouderij» van
16 april (Kamerstuk 2026Z08019).
Vraag 12
Hoe verklaart u dat een verzamelplaats die onder verscherpt toezicht staat opnieuw
ernstige overtredingen kan begaan, zonder consequenties?
Antwoord 12
Verzamelcentra die onder verscherpt toezicht staan, worden extra gecontroleerd gedurende
een passende periode. Wanneer tijdens die periode wederom overtredingen worden geconstateerd,
kunnen vergaande maatregelen worden genomen, waaronder schorsing of intrekking van
de erkenning. Wanneer tijdens die periode geen overtredingen worden waargenomen, wordt
het VeTo opgeheven. Daarna kan VeTo opnieuw toegepast worden volgens de procedure.
Zie ook mijn antwoord op vraag 11.
Vraag 13
Kunt u bevestigen dat de NVWA sinds de inwerkingtreding van de Wet aanpak dierenmishandeling
en dierverwaarlozing de bevoegdheid heeft om bedrijven (permanent) te sluiten wanneer
het welzijn van dieren in gevaar is (artikel 5.12 van de Wet dieren)? Kunt u aangeven
waarom dit in gevallen zoals die genoemd in het artikel niet gebeurt?
Antwoord 13
De NVWA heeft sinds de inwerkingtreding van de Wet aanpak dierenmishandeling en dierverwaarlozing
de bevoegdheid om bedrijven in het kader van bestuursrecht tijdelijk te sluiten wanneer
het welzijn van de dieren in gevaar is. Permanent sluiten kan niet. In zijn algemeenheid
gebruikt de NVWA de bevoegdheid om bedrijven tijdelijk te sluiten voornamelijk bij
primaire bedrijven, omdat daar geen vergunning of erkenning is om te schorsen of in
te trekken. Bij verzamelcentra wordt veelal gebruikt gemaakt van de bevoegdheid om
op grond van de Wet Dieren een erkenning te schorsen of in te trekken.Dit is in principe
geen bedrijfssluiting, maar heeft praktisch wel hetzelfde effect.
Vraag 14
Hoe vaak is het houdverbod de afgelopen twee jaar opgelegd, hoe vaak sinds de intrinsieke
waarde van het dier is vastgelegd in de Wet dieren in 2013 en hoe vaak werd dit gedaan
per categorie bedrijf (in de veehouderij, het veetransport, slachterij of op een veeverzamelplaats)
als gevolg van geconstateerde dierenmishandeling? Hoe verhoudt zich dit tot het aantal
veroordelingen voor ernstige dierenmishandeling?
Antwoord 14
Door de rechtbank is het zelfstandig houdverbod in 2024 in (afgerond) 35 zaken als
maatregel opgelegd, waarvan in minder dan 10 zaken levenslang. En in 2025 in (afgerond)
75 zaken, waarvan in minder dan 10 zaken levenslang. In het eerste kwartaal van 2026
is een houdverbod in 25 zaken als maatregel opgelegd: er is geen levenslang houdverbod
opgelegd. Een uitsplitsing naar sector is in de voor de Rechtspraak beschikbare managementinformatiesystemen
niet te maken.
Voor 2024 was een houdverbod vaak als «onzelfstandige» maatregel gekoppeld aan een
voorwaardelijke straf. In de voor de Rechtspraak beschikbare informatie managementsystemen
kan hierop niet gefilterd worden. De genoemde aantallen zijn afgerond op 5-tallen
en bij aantallen onder de 10 afgerond naar boven. Dit is een standaard uitgangspunt
om herleidbaarheid naar zaaks-en/of persoonsgegevens te voorkomen.
Vraag 15
Wordt het houdverbod ook voorwaardelijk opgelegd? Zo ja, hoe vaak en hoe vaak specifiek
in de veehouderij?
Antwoord 15
Het houdverbod is als maatregel vanaf 1 januari 2024 t/m 31 maart 2026 door de rechtbank
in minder dan 10 zaken voorwaardelijk opgelegd. Een uitsplitsing specifiek naar veehouderij
is in de beschikbare managementinformatiesystemen niet te maken. De genoemde aantallen
zijn afgerond op 5-tallen en bij aantallen onder de 10 afgerond naar boven. Dit is
een standaard uitgangspunt om herleidbaarheid naar zaaks-en/of persoonsgegevens te
voorkomen.
Vraag 16
Valt er iets te zeggen over de afwegingen bij het wel of niet opleggen van houdverboden
in de veehouderij?
Antwoord 16
Bij het opleggen van houdverboden in de veehouderij zijn er een aantal afwegingen
die een rechter meeneemt in zijn of haar oordeel. Zo wordt de ernst, duur en karakter
van de geconstateerde dierenmishandeling of -verwaarlozing gewogen en kan ook de kans
op recidive meewegen in de beslissing om een houdverbod op te leggen. Dit is echter
altijd aan de rechter om te bepalen.
Vraag 17
Hoe vaak is er de afgelopen twee jaar sprake geweest van een (tijdelijke) stillegging
van bedrijven in de veehouderij, het veetransport, slachterij of op veeverzamelplaatsen
als gevolg van geconstateerde dierenmishandeling? Hoe verhoudt zich dit tot het aantal
geconstateerde mishandelingen? Kunt u een uitsplitsing maken per categorie bedrijf?
Antwoord 17
Afgelopen jaren is 5 keer op grond van artikel 5:12, tweede lid, onder a, van de Wet
dieren de bestuursrechtelijke maatregel opgelegd tot gehele of gedeeltelijke sluiting
van een bedrijf (primair bedrijf). De maatregel is in die gevallen opgelegd vanwege
verschillende overtredingen op het gebied van zowel dierenwelzijn als diergezondheid.
Het is goed om hierbij te benoemen dat op grond van artikel 5:12, tweede lid, onder
b, van de Wet dieren ook mogelijk is om een erkenning te schorsen of in te trekken.
Dit is in principe geen bedrijfssluiting, maar heeft praktisch wel hetzelfde effect
bij bedrijven die een erkenning nodig hebben (zoals slachthuizen en erkende verzamelcentra).
Deze maatregel, en dan met name de schorsing van de erkenning, is een modaliteit die
met regelmaat wordt ingezet. Vanaf 2024 tot heden is 3 keer de erkenning van een slachthuis
geschorst en is één keer de vergunning van een vervoerder geschorst.
Deze bestuursrechtelijke maatregelen worden overigens niet opgelegd voor overtreding
van artikel 2.1 van de Wet dieren (dierenmishandeling). Indien sprake is van dierenmishandeling,
dan wordt overgegaan op het strafrecht. Onlangs hebben medewerkers van een verzamelcentrum
taakstraffen opgelegd gekregen voor het mishandelen van een koe.
Vraag 18
Welke andere sancties zijn er opgelegd als gevolg van dierenmishandeling, die specifiek
zijn gericht op het voorkomen van recidive? Welke sancties zijn daarbij specifiek
gebruikt in het veetransport en op veeverzamelplaatsen, waar houdverboden vaak niet
aan de orde zijn? Kunt u deze sancties kwantificeren?
Antwoord 18
Voor bijvoorbeeld het vervoeren van een rund dat niet geschikt is voor vervoer, wordt
niet altijd artikel 2.1 van de Wet dieren ten laste gelegd. Ook het bestuursrecht
biedt grondslagen om op te treden tegen overtredingen die worden geconstateerd rondom
transport van dieren of verzamelplaatsen. Sancties hiervoor zoals het schorsen en
intrekken van een erkenning of vergunning is ook gericht op het voorkomen van recidive.
Vanaf 2023 heeft de NVWA vijfmaal de erkenning van een slachthuis geschorst en eenmaal
ingetrokken. Ook is twee maal de erkenning van een verzamelcentrum geschorst en eenmaal
ingetrokken.
Bij vervoerders is twee keer een last onder dwangsom opgelegd, twee keer een waarschuwing
tot intrekken van het getuigschrift vakbekwaamheid verzonden en één keer een vervoersvergunning
geschorst.
Op dit moment staan vijf verzamelcentra waar onderzoeksgroep Ongehoord beelden heeft
gemaakt, onder verscherpt toezicht. Onderdeel van het verbeterplan dat deze verzamelcentra
moesten opstellen, is de vrijwillige plaatsing van camera’s door de bedrijven.
Vraag 19
Wordt er, na een veroordeling voor dierenmishandeling in de veehouderij, veetransport,
slachterij of op veeverzamelplaatsen standaard verscherpt toezicht door de NVWA ingesteld?
Zo nee, wanneer gebeurt dit wel/niet?
Antwoord 19
Een primair bedrijf komt onder verscherpt toezicht wanneer voor het bedrijf in de
afgelopen twee jaar bij vier afzonderlijke controles een rapport van bevindingen of
proces verbaal is opgemaakt voor geconstateerde overtredingen. Een bedrijf kan direct
onder verscherpt toezicht worden gesteld wanneer er veel en/of structurele problemen
of één zeer ernstige tekortkoming op dierenwelzijn geconstateerd wordt tijdens een
inspectie.
Vervoerders komen onder verscherpt toezicht wanneer een vervoerder in de afgelopen
twee jaar vier ernstige overtredingen met betrekking tot dierenwelzijn heeft begaan.
Slachthuizen komen direct onder verscherpt toezicht bij een zeer ernstige overtreding
van het dierenwelzijn. Bij minder ernstige overtredingen zijn andere criteria van
toepassing. Verzamelcentra komen onder verscherpt toezicht wanneer voor een verzamelcentrum
in de afgelopen 24 maanden meer dan drie rapporten van bevindingen of processen verbaal
opgemaakt zijn voor geconstateerde overtredingen.
Maatregelen die genomen kunnen worden zijn: verscherpt toezicht, sancties vanuit bestuursrecht
en/of strafrecht (boete, last onder dwangsom, taakstraf, (voorwaardelijke) gevangenisstraf)
en het schorsen of intrekken van een vergunning of erkenning. Bij zeer ernstige overtredingen
kan ook direct overgegaan worden tot schorsen van een vergunning of erkenning. Dit
wordt per geval bekeken.
Vraag 20
Is het gebruikelijk dat, in gevallen, zoals in het NRC wordt genoemd, waarin sprake
is van dierenmishandeling «met een sadistisch karakter», de werkzaamheden van de veroordeelden
gewoon door kunnen gaan?4
Antwoord 20
In mijn antwoord op vraag 19 gaf ik aan dat bij zeer ernstige overtredingen ook direct
kan worden overgegaan tot het schorsen van een erkenning. De NVWA heeft dat ook bij
dit bewuste bedrijf overwogen. Uiteindelijk is bewust gekozen voor een andere aanpak,
waarbij zowel via het strafrecht als het bestuursrecht gerichte maatregelen zijn genomen.
Alle vijf bedrijven waar onderzoeksgroep Ongehoord beelden heeft gemaakt, heeft de
NVWA onder verscherpt toezicht geplaatst. Deze verzamelcentra hebben allemaal een
verbeterplan moeten opstellen waarmee zij de NVWA overtuigen hoe zij dierenwelzijn
zullen borgen. Een concreet onderdeel van deze plannen is de vrijwillige plaatsing
van camera’s door deze bedrijven, zodat verzamelcentra zelf controleren of iedereen
op het verzamelcentrum zich aan het verbeterplan houdt. Tweewekelijks worden de beelden
door NVWA-inspecteurs bekeken en gecontroleerd op overtredingen. Als overtredingen
worden vastgesteld wordt handhavend opgetreden. Na 3 maanden wordt het verscherpt
toezicht op basis van de resultaten beëindigd of verlengd.
Vraag 21
Deelt u de mening dat het van groot belang is dat we sancties zo inrichten dat mensen
die zich eerder schuldig hebben gemaakt aan dierenmishandeling niet de kans krijgen
dit te herhalen?
Antwoord 21
Ja, die mening deel ik. Daarom herzie ik het boetestelsel en denk dan aan verhogingen
van boetes en het beter toepasbaar maken van de omzetgerelateerde boete.
Vraag 22
Vindt u dat de huidige mogelijkheden om recidive bij dierenmishandeling in veeteelt,
veetransport, slachterij en veeverzamelplaatsen te voorkomen (het houdverbod en andere
maatregelen zoals stillegging en verscherpt toezicht) voldoende zijn en voldoende
(kunnen) worden ingezet? Zo nee, welke extra stappen kunnen er worden gezet?
Antwoord 22
Ja.
Vraag 23
Welke andere maatregelen gaat u treffen om te voorkomen dat handelaren blijven wegkomen
met grove dierenwelzijnsovertredingen en ernstig dierenleed?
Antwoord 23
Zoals ook aangegeven in antwoord op vraag 11, is mijn inzet om te werken naar een
betere borging van dierenwelzijn in de hele keten, waarin een ieder zijn verantwoordelijkheid
neemt. Ik ben van plan het wetsvoorstel verplicht cameratoezicht verder in procedure
te brengen. Voor verzamelcentra is mijn voornemen om, in lijn met het advies van de
AP, cameratoezicht als tijdelijke maatregel in te zetten na geconstateerde overtredingen.
Daarmee kan verscherpt toezicht effectiever worden vormgegeven. Daarnaast verwacht
ik van bedrijven dat zij de camerabeelden zelf benutten om het dierenwelzijn op hun
bedrijf beter te borgen. De wet overtreden mag niet lonen en waar het dierenwelzijn
ernstig in het gedrang is, moeten sancties afschrikwekkend genoeg zijn. Daarom herzie
ik het boetestelsel en denk dan aan verhogingen van boetes en het beter toepasbaar
maken van de omzetgerelateerde boete. Om grove dierenwelzijnsovertredingen en ernstig
dierenleed te voorkomen is, aanvullend op betere naleving vanuit de sector, ook slim
en effectief toezicht nodig. Ik weet dat de NVWA daarop inzet. Voor de zomer informeer
ik de Kamer over mijn visie op toezicht en handhaving (Kamerstuk 2026Z08019).
Vraag 24
Onderschrijft u dat verzamelcentra een structureel probleem vormen voor dierenwelzijn?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 24
Het bijeenbrengen van dieren op verzamelcentra brengt verschillende risico’s voor
het dierenwelzijn met zich mee. Dit onderkent ook de EFSA in de rapporten over de
effecten van diertransport van 2022, en voor melkrunderen bestemd voor de slacht heeft
Bureau Risicobeoordeling en Onderzoek van de NVWA (bureau) deze risicofactoren verder
in kaart gebracht. Dat deze risicofactoren er zijn, zegt nog niet dat er een structureel
probleem voor het dierenwelzijn bestaat. Een goede beoordeling van dieren voorafgaand
aan het transport om te beoordelen of zij het geplande transport kunnen doorstaan,
is essentieel. Sinds 2021 hanteert de NVWA de Europese richtsnoeren voor het bepalen
van de geschiktheid voor vervoer. Er zijn richtsnoeren voor varkens, paarden en volwassen
runderen (Kamerstuk 28 286, nr. 1216). Deze richtsnoeren zijn opgesteld door een aantal NGO’s en Europese brancheorganisaties
en bevatten criteria, op basis waarvan vastgesteld kan worden of een dier met een
specifieke aandoening wel of niet geschikt is voor het voorgenomen transport. Het
uniform beoordelingsprotocol voor melkvee waar op dit moment door de NVWA aan gewerkt
wordt, is hier een verdere uitwerking op. Ook is – vanuit de sector – een gids voor
goede praktijken in wording. Deze gids wordt nog beoordeeld door mijn departement
en de NVWA en zal naar verwachting ook ondersteunend zijn bij de beoordeling van vervoersgeschiktheid
van melkkoeien.
Vraag 25
Onderschrijft u dat het huidige veehouderijsysteem ernstig en structureel lijden van
dieren veroorzaakt dat ook met betere handhaving niet kan worden opgelost en dat daarom
ook (fundamentele) verandering van het systeem zelf nodig is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 25
Zie ook mijn antwoord op vraag 6. Via het toezicht wordt risicogericht gecontroleerd
of ondernemers zich aan wet- en regelgeving houden. En als overtredingen worden geconstateerd
moeten maatregelen er voor zorgen dat de naleving en daarmee het dierenwelzijn wordt
bevorderd. Zoals al eerder aangegeven is het aan de houders van dieren om het dierenwelzijn
te allen tijden te borgen.
Vraag 26
Kunt u bevestigen dat de Europese Transportverordening ruimte biedt voor lidstaten
om strengere maatregelen te nemen ter verbetering van het welzijn van dieren voor
binnenlands transport en slacht (Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1010)?
Antwoord 26
De Europese Transportverordening biedt ruimte voor lidstaten om strengere eisen aan
diertransport te stellen voor transporten die geheel op het eigen grondgebied plaatsvinden.
Dit geldt dus alleen voor eisen aan diertransport en niet voor eisen aan slacht.
Vraag 27
Bent u bereid om die ruimte te benutten en verzamelcentra voor binnenlands transport
en slacht te verbieden in nationale wetgeving? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 27
Ik ben niet bereid om die ruimte te benutten en verzamelcentra voor binnenlands transport
en slacht te verbieden. Het verbieden van het gebruik van verzamelcentra voor nationaal
transport lost niet het probleem van het vervoer van niet-transportwaardige dieren
op. Door nationaal gebruik te verbieden, bewerkstellig ik ten eerste mogelijk dat
dieren die normaal gesproken in Nederland zouden blijven, dan juist naar het buitenland
getransporteerd worden en zo mogelijk nog langer onderweg zijn.
Een tweede mogelijk negatief neveneffect kan zijn dat een veehouder dieren die hij
af wil voeren – bijvoorbeeld omdat ze minder productief geworden zijn om welke reden
dan ook – op zal sparen. Tot er genoeg zijn om een (kleine) veewagen te vullen. Dieren
blijven dan langer op de veehouderij, terwijl voor deze einde-carrière-dieren eerder
afvoeren juist beter is. Een derde mogelijk negatief neveneffect is dat handelaren
dan dieren vaker gaan verzamelen op de wagen – wat beperkt mogelijk is volgens Europese
wet- en regelgeving – waardoor dieren ook mogelijk langer op de veewagen door moeten
brengen dan wanneer ze via een verzamelcentrum naar de eindbestemming gaan. Een laatste
mogelijkheid is dat dieren dan vaker verzameld worden op plaatsen waar dat niet is
toegestaan en op deze manier aan het toezicht worden onttrokken.
Het is echt aan de bedrijven in de vleesketen zelf om te voorkomen dat niet transportwaardige
dieren nog op transport gaan. Vervoerders moeten alleen dieren inladen die geschikt
zijn voor transport en veehouders moeten ervoor zorgen dat zij dieren die niet transportwaardig
zijn ook niet aanbieden voor transport. Dit laatste kan gedaan worden door tijdig
te besluiten dat een dier het bedrijf moet verlaten, en als dit niet tijdig is voorzien,
het dier op het bedrijf te laten euthanaseren.
Vraag 28
Bent u bereid deze vragen te beantwoorden vóór het commissiedebat Dieren in de Veehouderij
en de NVWA van 23 april?
Antwoord 28
Jazeker.
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.