Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Steen over het bericht 'Enige school in Haagse Binckhorst stopt aan het einde van schooljaar'
Vragen van het lid Steen (CDA) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het bericht «Enige school in Haagse Binckhorst stopt aan het einde van schooljaar» (ingezonden 27 maart 2026).
Antwoord van Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening)
(ontvangen 21 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Enige school in Haagse Binckhorst stopt aan het einde
van schooljaar»?1
Antwoord 1
Ja, daar ben ik mee bekend.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat voorzieningen zoals basisscholen niet alleen een functionele
rol vervullen, maar ook van essentieel belang zijn voor gemeenschapsvorming, sociale
samenhang en de leefbaarheid van nieuwe wijken?
Antwoord 2
Ik deel dat voorzieningen een functionele en soms ook een essentiële rol vervullen
voor gemeenschapsvorming, sociale samenhang en leefbaarheid van nieuwe wijken.
Vraag 3
Hoe borgt u dat bij grootschalige woningbouwontwikkelingen, zoals in de Binckhorst,
vanaf het begin wordt ingezet op de opbouw van hechte gemeenschappen, waarbij onderwijsvoorzieningen,
verenigingen en zorg een centrale plaats innemen?
Antwoord 3
Gemeenten zijn primair verantwoordelijk en aan zet voor het borgen en inplannen van
voldoende voorzieningen in grootschalige woningbouwontwikkelingen. Het Rijk neemt
vanuit haar regierol actief deel aan de ontwikkeling van nationaal grootschalige woningbouwlocaties.
Conform het coalitieakkoord werk ik momenteel aan de uitwerking van een totaalaanpak
waardoor meer geborgd wordt dat d.m.v. koppelkansen functies als wonen, werken, bereikbaarheid,
groen en maatschappelijke voorzieningen samen worden ontwikkeld. Het is overigens
niet zo dat deze voorzieningen allemaal vanaf dag één in de wijk zelf aanwezig moeten
zijn. In de Taskforce Versnellen Woningbouw zie ik toe op het actief benutten van
deze koppelkansen binnen grootschalige woningbouw-ontwikkelingen.
Vraag 4
Deelt u de zorg dat het ontbreken of verdwijnen van een basisschool in een wijk in
ontwikkeling het risico vergroot dat bewoners zich minder verbonden voelen met hun
leefomgeving en met elkaar?
Antwoord 4
Die zorg deel ik. Scholen kunnen een belangrijke functie hebben voor de leefbaarheid
van een wijk. Tegelijkertijd moet ook de afweging worden gemaakt waar kleine scholen
hun rol het beste kunnen vervullen. Het huidige scholenlandschap is erg divers en
fijnmazig. Dit is waardevol, maar het grote aantal (te kleine) scholen drukt sterk
op de oplopende tekorten in het onderwijsveld. Uw Kamer is geïnformeerd over de stelselwijziging
scholenlandschap.2 Mijn ministerie zet verder in op de uitwerking van een totaalaanpak in de Taskforce
Versnellen Woningbouw die toeziet op het actief benutten van eerder genoemde koppelkansen
zodat we bouwen aan sterke gemeenschappen met voldoende voorzieningen.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u in dat licht het feit dat de enige basisschool in de Binckhorst moet
sluiten, terwijl het aantal inwoners in de komende jaren juist sterk zal toenemen?
Antwoord 5
Deze basisschool had in haar vierde jaar niet voldoende leerlingen om de tussentijdse
toets te halen (62 leerlingen, terwijl 167 leerlingen nodig zijn). Het schoolbestuur
had tegelijkertijd gecommuniceerd dat de school zou worden gesloten en bij DUO een
beroep gedaan op een uitzonderingsgrond om bekostiging te blijven ontvangen. Het is
uiteindelijk aan het schoolbestuur om te besluiten of een school wordt gesloten. Het
schoolbestuur heeft ondertussen laten weten hun besluit terug te draaien. De basisschool
op de Binckhorst hoeft dus niet te sluiten.
Vraag 6
Kunt u in kaart brengen in hoeveel andere grootschalige gebiedsontwikkelingen de voorzieningen
op soortgelijke wijze onder druk staan, terwijl wordt voorzien dat er binnen een paar
jaar juist méér behoefte is aan dergelijke voorzieningen?
Antwoord 6
Het is bekend dat voorzieningen in grootschalige gebiedsontwikkelingen soms op soortgelijke
wijze onder druk staan. Als onderdeel van de uitwerking van de totaalaanpak heeft
dit mijn aandacht.
Vraag 7
Kunt u toelichten in hoeverre bij de planning van dergelijke gebiedsontwikkelingen
rekening is gehouden met het belang van continuïteit van voorzieningen als dragers
van gemeenschap en ontmoeting?
Antwoord 7
Binnen nationaal grootschalige gebiedsontwikkelingen wordt middels financieel instrumentarium
(het gebiedsbudget) de ontwikkeling van openbare ruimte (denk aan parken en pleinen)
nu al mogelijk gemaakt. Daarnaast ziet het Rijk vanuit haar regierol toe op de ontwikkeling
van voldoende (maatschappelijke) voorzieningen in de breedte conform totaalaanpak.
Vraag 8
Hoe kijkt u naar het spanningsveld tussen enerzijds de huidige bekostigingssystematiek,
die sterk is gebaseerd op leerlingaantallen, en anderzijds de noodzaak om in nieuwe
wijken voorzieningen in stand te houden juist in de aanloopfase, ten behoeve van gemeenschapsvorming?
Antwoord 8
Het klopt dat de ontwikkeling van een nieuwe wijk niet altijd lineair verloopt. Op
de site van DUO staat dat schoolbesturen en gemeenten rekening moeten houden met vertraging
in de oplevering en dat schoolbesturen hun stichtingsaanvraag dus goed moeten plannen.3 De start van een school kan met één jaar worden uitgesteld. Uit evaluatie blijkt
dat gemeenten en schoolbesturen in sommige gevallen, zoals een nieuwe school in een
nieuwbouwwijk, behoefte hebben aan meer flexibiliteit. De Minister van OCW verkend
daarom of de mogelijkheid voor een tweede jaar uitstel gecreëerd kan worden.
Een nieuwe school wordt in het vierde jaar en in het achtste jaar getoetst op de groei
van het aantal leerlingen. De groei van een school kan, om verschillende redenen,
achterblijven. Een schoolbestuur kan de Minister van OCW verzoeken om de bekostiging
niet te stoppen door een beroep te doen op een uitzonderingsgrond. Doormiddel van
een uitzonderingsgrond kan bekostiging worden behouden.
Vraag 9
Ziet u mogelijkheden om in groeigebieden meer ruimte te bieden voor maatwerk, bijvoorbeeld
door het tijdelijk ondersteunen van voorzieningen die nog niet aan de norm voldoen,
maar wel cruciaal zijn voor de sociale infrastructuur van een wijk?
Antwoord 9
Zoals in antwoord op vraag 8 staat beschreven verkent de Minister van OCW de mogelijkheid
voor een extra jaar uitstel voor de start van een school, naast de huidige mogelijkheid
van één jaar uitstel. Ook kan een schoolbestuur een beroep doen op een uitzonderingsgrond
als een van hun scholen niet snel genoeg groeit. In uitzonderlijke gevallen kan de
Minister van OCW de discretionaire bevoegdheid inzetten om de bekostiging voort te
zetten.
Vraag 10
In hoeverre wordt vanuit het Rijk in de huidige gebiedsontwikkelingen integraal gestuurd
op het gelijktijdig realiseren van woningen én sociale infrastructuur, waaronder onderwijs,
sport en ontmoeting?
Antwoord 10
Zie antwoord op vraag 3.
Vraag 11
Acht u de huidige instrumenten toereikend om te waarborgen dat nieuwe woonwijken zich
ontwikkelen tot leefbare gemeenschappen met voldoende voorzieningen vanaf de start?
Antwoord 11
Als onderdeel van de uitwerking van de totaalaanpak heeft dit mijn aandacht.
Vraag 12
Zo nee, welke aanvullende maatregelen overweegt u om dit beter te borgen?
Antwoord 12
In de uitwerking van de totaalaanpak onderzoek ik de noodzaak en mogelijkheden voor
aanvullende maatregelen.
Ondertekenaars
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.