Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Moorman over het artikel in NRC 'Raad van State: ministerie moet scholen 250 miljoen aan achterstallige personeelskosten betalen'
Vragen van het lid Moorman (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het artikel «Raad van State: ministerie moet schoolbesturen 250 miljoen aan achterstallige personeelskosten betalen» (ingezonden 7 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
20 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Raad van State: ministerie moet schoolbesturen 250 miljoen
aan achterstallige personeelskosten betalen»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het artikel en met de uitspraak zelf.
Vraag 2
Kunt u nader toelichten welke overwegingen ten grondslag lagen aan het besluit van
de toenmalige Staatssecretaris om in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak van de
rechtbank Midden-Nederland in 2024, die toen al oordeelde dat het ministerie schoolbesturen
te weinig had betaald?
Antwoord 2
Er is in 2024 hoger beroep ingesteld omdat het beeld was dat er in de overgangsperiode
wel voldoende bekostiging was uitbetaald aan de schoolbesturen.2
Vraag 3, 4, 5 en 6
Kunt u bevestigen of de gevolgen van deze uitspraak onverkort zullen worden toegepast
op alle schoolbesturen die door de systematiek zijn benadeeld, of blijft dit beperkt
tot de 222 schoolbesturen die de rechtszaak hebben aangespannen?
Wanneer kunt u uitsluitsel geven over de concrete uitvoering van de uitspraak van
de Raad van State? Op welk moment gaat u hiervoor dekking zoeken?
Kunt u toezeggen dat de dekking voor deze kosten (250 oplopend tot 600 miljoen euro)
buiten de OCW-begroting zal worden gevonden, zodat dit niet ten koste gaat van andere
onderwijsprioriteiten?
Krijgen scholen een schadevergoeding voor het feit dat zij genoodzaakt waren personeel
te ontslaan of investeringen uit te stellen? Bent u bereid om in gesprek te gaan met
(vertegenwoordiging van) schoolbesturen?
Antwoord 3, 4, 5 en 6
We bestuderen de uitspraak en bekijken hoe we hier uitvoering aan gaan geven. Uw Kamer
wordt hier uiterlijk in juni van dit jaar verder over geïnformeerd.
Vraag 7
Kunt u uitleggen hoe deze fout in bekostigingssystematiek heeft kunnen ontstaan? In
hoeverre is er interne reflectie of evaluatie geweest om vergelijkbare rekenfouten
in de toekomst te voorkomen?
Antwoord 7
Het gaat niet om een rekenfout in de bekostigingssystematiek. In 2006 is de bekostigingssystematiek
gewijzigd van een declaratiesysteem naar lumpsumbekostiging. De overlopende kosten
hadden toegekend moeten worden aan de periode van de declaratiesystematiek (de oude
systematiek) volgens de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State. Volgens deze
redenering was eind 2006 een tekort ontstaan voor de schoolbesturen. In 2023 is overgegaan
van schooljaar- naar kalenderjaarbekostiging. Er is sprake van een andere beoordeling
door de Afdeling ten opzichte van het ministerie als het gaat om de al dan niet ontstane
tekorten door deze aanpassingen. Het ministerie was van mening dat er geen ontstane
tekorten waren, omdat schoolbesturen altijd 100% van de bekostiging hebben ontvangen.
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.