Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Zwinkels over social leasing als mogelijk instrument om huishoudens te beschermen tegen stijgende brandstofprijzen
Vragen van het lid Zwinkels (CDA) aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over «social leasing» als mogelijk instrument om huishoudens te beschermen tegen stijgende brandstofprijzen (ingezonden 19 maart 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 20 april
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het zogenoemde «social leasing»-programma in Frankrijk,1 waarbij huishoudens met een lager inkomen tegen een sterk gereduceerd maandbedrag
een elektrische auto kunnen leasen?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
In hoeverre zou dit type maatregel ook in Nederland kunnen bijdragen als instrument
om huishoudens te beschermen tegen stijgende brandstofprijzen en tegelijkertijd de
transitie naar emissievrije mobiliteit te versnellen?
Antwoord 2
De invoering van een dergelijke maatregel zou vooral kunnen helpen om huishoudens
met een lager inkomen op een gerichte manier te beschermen tegen de stijgende brandstofprijzen
en om de transitie naar emissievrije mobiliteit te versnellen.
Bij het «social leasing»-programma uit Frankrijk wordt het leasen van een volledig
elektrische auto (EV) sterk goedkoper gemaakt. Alleen huishoudens die onder een bepaalde
inkomensgrens vallen (lage inkomens) en die een minimale hoeveelheid kilometers naar
hun werk moeten reizen met een auto kunnen aanspraak maken op de regeling. In Nederland
zou een vergelijkbare regeling gericht kunnen worden op huishoudens met een inkomensgrens
van 23.000 per jaar. Deze huishoudens worden momenteel het meest getroffen door de
hoge brandstofprijzen. Met de introductie van een soortgelijke regeling zou voor deze
inkomensgroep een gemiddeld voordeel van € 91,– per maand (€ 1.092,– per jaar) bereikt
worden. Op het ogenblik wordt bezien of (en hoe) een dergelijke regeling uitvoerbaar
is, omdat er een controle vereist is op zowel het inkomen als de reisafstand van huis
naar werk.
Vraag 3
Hoe zou een dergelijke regeling bij kunnen dragen aan de betaalbaarheid van mobiliteit
voor lagere inkomens, de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, de versnelling
van de elektrificatie van het Nederlandse wagenpark en een rechtvaardige energietransitie?
Antwoord 3
Door een dergelijke maatregeling te richten op lagere inkomens wordt mobiliteit voor
deze groep Nederlanders betaalbaarder en voorspelbaarder (door de onafhankelijkheid
van fossiele brandstoffen) gemaakt. Wel moet een keuze gemaakt worden over de afbakening
van de groep (inkomensgrens). Daarnaast is een inkomenscheck nodig en een check op
reisafstand, waarvan op het ogenblik wordt bezien of een dergelijke check uitvoerbaar
is en zo ja hoe.
De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen wordt, bij gebruik maken van deze regeling,
voor deze inkomensgroep minder. Het is afhankelijk van de totale budgettaire omvang
van een dergelijke maatregel en de afbakening van de doelgroep wat uiteindelijk het
totale effect is op de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.
Versnelling van elektrificatie wordt bereikt doordat een groep die eerder fossiel
zou rijden overstapt op elektrisch rijden. In het Franse voorbeeld gaat het om kleinere
auto’s (a/b segment) die nu nog beperkt aanwezig zijn in het totale wagenpark. Als
dit wordt overgenomen zou het aantal kleinere EV’s toenemen, wat na verloop van tijd
ook een positieve uitwerking heeft op de beschikbaarheid van dit type auto’s op de
tweedehands markt.
Een rechtvaardige energietransitie kan worden bereikt door in een dergelijke maatregel
gericht lagere inkomens als doelgroep aan te merken. Deze groep kan dan, ondanks de
normaliter hogere aanschafkosten van een EV, toch profiteren van de voordelen zoals
de lagere gebruikerskosten.
Vraag 4
Hoe zou een eventuele Nederlandse variant van sociale leasing organisatorisch kunnen worden vormgegeven, bijvoorbeeld in samenwerking met leasemaatschappijen,
aanbieders van deelmobiliteit en andere mobiliteitsaanbieders, en hoe kan daarbij
worden voortgebouwd op bestaande Nederlandse regelingen en initiatieven?
Antwoord 4
Onderzoek naar een Nederlandse variant op het social leasing programma vindt plaats
binnen het Formule E-Team (FET). In samenwerking met het FET is destijds de Subsidieregeling
Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP) ontwikkeld die de mogelijkheid bood
voor een subsidie op leasing. De regeling is in 2024 komen te vervallen. Onderzocht
moet worden wat de mogelijkheden zijn om de regeling opnieuw te activeren en zodanig
aan te passen dat een inkomensgrens en een minimale reisafstand meegenomen kan worden
in het beoordelingsproces. Gerichte ondersteuning van lage inkomens voor de gestegen
energiekosten vraagt in de uitvoering om een inkomenstoets, bezien moet worden of
het mogelijk is om aansluiting te vinden bij een al bestaande toets.
Vraag 5
Welke bestaande Nederlandse regelingen (zoals subsidies of fiscale maatregelen voor
elektrische voertuigen) zouden eventueel kunnen worden aangepast of gecombineerd om
een vergelijkbare vorm van sociale leasing mogelijk te maken?
Antwoord 5
Er zijn op dit moment geen stimuleringsmaatregelen voor elektrisch vervoer in de particuliere
markt meer actief in Nederland.
Wel wordt op het ogenblik een (inkomensafhankelijke) sloopvervangingsregeling van
een fossiele auto voor een tweedehands EV uitgewerkt. Deze regeling gaat begin 2027
van start. Verschillen tussen deze regeling en een mogelijke social lease regeling
zijn de afbakening van de doelgroep en het benodigde budget. Social lease is vooral
gericht op de laagste inkomens en bij social lease kunnen ook mensen meedoen die eerder
geen auto in het bezit hadden (bijv. financieel autolozen2 De sloopvervangingsregeling is gericht op de lage middeninkomens die in bezit zijn
van een oude auto. Als dit niet het geval is, kan niet worden meegedaan aan de regeling.
Na inruil van de oude auto ontvangt de aanvrager een bedrag dat gebruikt moet worden
voor de aanschaf van een tweedehands elektrische auto. Beide maatregelen richten zich
op verschillende doelgroepen en kunnen naast elkaar worden uitgevoerd.
Vraag 6
Bent u bereid te onderzoeken of, onder welke voorwaarden, en op welke wijze een vergelijkbaar
systeem van sociale leasing voor elektrische auto’s, gericht op huishoudens met een lager inkomen die afhankelijk
zijn van de auto voor woon-werkverkeer, ook in Nederland overwogen zou kunnen worden
als onderdeel van eventuele maatregelen ter compensatie van stijgende brandstofprijzen?
Antwoord 6
Ja.
Ondertekenaars
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.