Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Brenk over het artikel ‘Zorggeld verdwijnt naar aandeelhouders: 311 miljoen uitgekeerd’
Vragen van het lid Van Brenk (50PLUS) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het artikel «Zorggeld verdwijnt naar aandeelhouders: 311 miljoen uitgekeerd» (ingezonden 27 maart 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 20 april
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met bovengenoemd artikel?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met bovengenoemd artikel.
Vraag 2
Hoe oordeelt u over het bericht dat er 311 miljoen euro aan zorggeld is uitgekeerd
aan aandeelhouders en niet opnieuw geïnvesteerd in de zorg of beschikbaar gehouden
voor tegenvallers?
Antwoord 2
Financiële belangen mogen nooit ten koste gaan van kwalitatief goede, betaalbare en
toegankelijke zorg voor de patiënt. Ik vind excessieve winstuitkeringen onwenselijk
en zorggeld hoort primair ten goede te komen aan de zorg zelf. Maar we hebben investeringen
in de zorg ook nodig, bijvoorbeeld om innovaties te kunnen financieren. Een investeerder
loopt risico met het investeren van zijn geld, het is niet gek dat daar een beloning
tegenover staat in de vorm van dividenduitkering. Net als een bank die rente vraagt
voor een lening die wordt aangegaan.
Echter, een winstuitkering dient wel verantwoord te zijn. Het is belangrijk dat er
een financiële buffer is bij zorgaanbieders om tegenvallers op te vangen en reserves
op peil te houden. Zoals eerder aan de Kamer is medegedeeld, kijkt het kabinet met
de aanscherping van de Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieder (Wibz)
ook naar extra maatregelen die zien op winstuitkeringen. Ik verwacht uw Kamer voor
de zomer hierover te informeren.
Vraag 3
Hoe oordeelt u over de stelling dat bij 47 procent van de zorgaanbieders die winst
uitkeerden, de financiële reserve minder dan 15 procent was, terwijl dat als ondergrens
wordt gehanteerd in de financiële sector?
Antwoord 3
Ik vind het onwenselijk dat bijna de helft van de zorgaanbieders die winst heeft uitgekeerd
niet voldoende weerstandsvermogen heeft om financiële tegenvallers op te vangen. Er
kunnen zich daardoor grote risico’s voordoen voor de kwaliteit en toegankelijkheid
van zorg, als aan het maximaliseren van uitkeerbare winst een groter belang wordt
gehecht dan aan de maatschappelijke belangen van zorg. Dit kan de financiële stabiliteit
en continuïteit van zorg in gevaar brengen. Daarom wordt er met de Wibz voorwaarden
gesteld aan winstuitkeringen, waarvan een weerstandsvermogen van minimaal 15% er één
is. Hiernaast ben ik bezig met het aanscherpen van de Wibz, waarbij ik ook kijk naar
extra maatregelen rondom winstuitkering. Ik verwacht uw Kamer voor de zomer hierover
te informeren.
Vraag 4
Hoe oordeelt u over het bericht dat door een maas in de wet veelal zelfstandige klinieken
winstuitkeringen kunnen doen terwijl dat eigenlijk niet de bedoeling is van de wetgeving?
Antwoord 4
Ik kan op basis van de informatiekaart dividenduitkeringen van de NZa niet vaststellen
of het dividend in de medisch specialistische zorg afkomstig is van zelfstandige klinieken2. In algemene zin kan ik wel zeggen dat op basis van het huidige winstuitkeringsverbod
medisch specialistische zorg geen winst mag uitkeren. Dit geldt echter niet voor onderaannemers.
Dit neemt niet weg dat ik wil dat elke zorgeuro goed terecht komt en de toegankelijkheid,
kwaliteit en het belang van de patiënt altijd voorop staat. Met de Wibz wil ik voorkomen
dat winst mag worden uitgekeerd als dit de continuïteit van de zorgaanbieder in gevaar
brengt, of wanneer dit ten koste gaat van de kwaliteit van zorg. Daarom worden er
voorwaarden gesteld aan winstuitkering die betrekking hebben op financiële ratio’s
en het voldoen aan kwaliteitsstandaarden. Deze voorwaarden gelden voor zowel hoofd-
als onderaannemers.
Vraag 5
Bent u bereid deze maas in de wet te dichten? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 5
Zoals aangegeven in de beantwoording op vraag 4, kan ik op basis van de informatiekaart
dividenduitkeringen van de NZa niet vaststellen of het dividend in de medisch specialistische
zorg afkomstig is van zelfstandige klinieken3. Met de Wibz worden voorwaarden gesteld aan het doen van een winstuitkering. Deze
voorwaarden hebben betrekking op zowel financiële ratio’s, als het voldoen aan kwaliteitseisen.
Bovendien zullen deze voorwaarden aan winstuitkering gelden voor zowel hoofd- als
onderaannemers, waardoor ook onderaannemers aan voorwaarden moeten voldoen alvorens
winst kan worden uitgekeerd.
Momenteel ben ik mij aan het herbezinnen op aanscherpingen van de Wibz. Hierbij kijk
ik ook naar extra maatregelen die zien op de reikwijdte van het winstuitkeringsverbod,
zodat deze op een coherente en consistente manier wordt vormgegeven. Ik verwacht uw
Kamer voor de zomer over de uitkomst hiervan te informeren.
Vraag 6
Hoe oordeelt u over het bericht dat de directeur Toezicht van de Nederlandse Zorgautoriteit
(NZa) stelt dat het «belangrijk is dat er duidelijke regels komen voor winstuitkering
in de zorg, zodat er helderheid voor de sector ontstaat over wat nu verantwoord is»?
Antwoord 6
Ik ben het met de NZa eens dat het belangrijk is dat er duidelijke regels voor winstuitkeringen
in de zorg nodig zijn. Financiële belangen mogen namelijk nooit ten koste gaan van
goede en toegankelijke zorg en mogen de continuïteit van zorg niet in gevaar brengen. Bovendien helpen duidelijke regels de toezichthouder
ook in haar toezicht en eventuele handhaving. Met de Wibz ben ik voornemens deze helderheid
over verantwoord ondernemerschap te creëren door voorwaarden te stellen aan winstuitkeringen.
Deze voorwaarden voor winstuitkering zullen voor zowel hoofd- als onderaannemers gelden.
De NZa krijgt de mogelijkheid te handhaven bij het schenden van deze voorwaarden.
Vraag 7
Is het correct dat er gewerkt wordt aan aanscherping van de Wet integere bedrijfsvoering
zorg om winstuitkering in de zorg tegen te gaan? Zo ja, wanneer kan de Kamer deze
wetgeving verwachten?
Antwoord 7
Ik werk momenteel aan een aangescherpte versie van de Wibz. Zoals vermeld in de Kamerbrief
van december 20254, neem ik de voorwaarden voor het doen van winstuitkeringen hierin mee. Ook is de
reikwijdte van het winstuitkeringsverbod onderdeel van de aanscherping. Ik verwacht
uw Kamer voor de zomer hierover te informeren.
Vraag 8
Is de genoemde winst van 7,3 miljard euro en de dividenduitkering van 0,311 miljard euro
de totaaltelling van winsten en dividenden binnen het kader Zorg in 2024 of vallen
er ook delen of niches buiten de scope van deze cijfers? Denk bijvoorbeeld aan de
winst en het dividend van maatschappen van specialisten of van private equity investeringen
in specifieke delen van de zorgsector. Zijn de gegeven cijfers volledig en/of uitputtend
ten aanzien van winst en dividend in de zorgsector of niet?
Antwoord 8
De winst van 7,3 miljard euro en de dividenduitkeringen van 0,311 miljard euro betreft
de totaaltelling van de winsten (in het geval van rechtspersonen betreft dit het resultaat
na belasting; in geval van eenmanszaken en personenvennootschappen is dit de winst
voor belasting – de eigenaar/eigenaren moet(en) in dit geval nog inkomstenbelasting
betalen over de winst uit onderneming) en dividenduitkeringen van de ruim 18.000 zorgaanbieders
die een jaarverantwoording hebben ingediend.
Deze cijfers zijn niet volledig, omdat niet alle zorgaanbieders een jaarverantwoording
hebben ingediend. Van alle zorgaanbieders die zijn aangeschreven om een jaarverantwoording
in te dienen, heeft ruim een kwart dit niet gedaan. De NZa hanteert een risicogestuurd
handhavingsbeleid ten aanzien van het niet tijdig, juist of volledig indienen van
de jaarverantwoording. Het bedrag van 0,311 miljard euro dividenduitkering is ook
niet volledig, omdat uitkeringen door micro rechtspersonen hierin niet zijn meegenomen.
Door de beperkte jaarverantwoording van micro zorgaanbieders is niet vast te stellen
of zij dividend hebben uitgekeerd.
Vraag 9
Kunt u iets zeggen over de samenstelling en de kenmerken van de groep zorgaanbieders
die wel dividend uitkeren, versus de aanbieders die dat niet of nauwelijks doen? Zijn
de aanbieders die dividend uitkeren bijvoorbeeld relatief groot of juist relatief
klein? Worden de dividenden vooral getrokken wanneer private equity in het spel is
of juist niet? Graag een zo uitgebreid mogelijke toelichting op de kenmerken van de
aanbieders die wel of geen dividend uitkeren.
Antwoord 9
Samenstelling en kenmerken van de groep zorgaanbieders die dividend heeft uitgekeerd
vallen buiten de scope van hetgeen is gepubliceerd in de informatiekaart. De NZa is
voornemens om een nadere analyse uit te voeren op de cijfers van deze groep die dividend
heeft uitgekeerd.
Vraag 10
Welk deel van de niet uitgekeerde winst van zorgaanbieders wordt gemaakt door instellingen
met een «weerstandvermogen» beneden de 15% en welk deel van de niet uitgekeerde winst
van zorgaanbieders wordt gemaakt door instellingen met een «weerstandvermogen» boven
de 15%?
Antwoord 10
Voor de ruim 7,3 miljard euro verantwoorde winst geldt dat in 59% van de gevallen
de zorgaanbieder een weerstandsvermogen heeft van meer dan 15%. In 41% van de gevallen
is het weerstandvermogen dus beneden de 15%.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.