Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Michon-Derkzen over het bericht ‘Honderden Nederlandse kinderen slachtoffer van website voor afpersers’
Vragen van het lid Michon-Derkzen (VVD) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Honderden Nederlandse kinderen slachtoffer van website voor afpersers» (ingezonden 12 februari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 20 april 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1229.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel van RTL Nieuws waaruit blijkt dat een website actief
is waarop persoonsgegevens van honderden Nederlanders, waaronder kinderen, staan met
als doel om met deze persoonsgegevens de betrokkene af te persen en/of en intimideren?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat een dergelijke website, dat evident is ingericht om de persoonlijke
levenssfeer van personen waaronder minderjarigen te schenden, per direct offline gehaald
zou moeten worden?
Antwoord 2
Het misbruiken van persoonsgegevens met afpersing en intimidatie als doel is een zeer
ernstig probleem, in het bijzonder in het geval van minderjarigen. Misbruik van persoonsgegevens
kan een ingrijpend effect hebben op het slachtoffer en heeft vaak grote gevolgen.
Misbruik van persoonsgegevens en de verspreiding van (schadelijke) illegale content
online is een complex probleem. Door het grensoverschrijdende karakter en de anonimiteit
en snelheid die het internet gebruikers biedt, vormt het aanpakken van kwalijke websites
een uitdaging voor de handhaving. Online dienen mensen zich net zo goed aan de regels
te houden als offline. Het huidige instrumentarium is erop gericht om de veiligheid
van de online omgeving te vergroten en dergelijke schendingen van de persoonlijke
levenssfeer van personen tegen te gaan. Allereerst wordt zelfregulatie door de internetsector
gestimuleerd. Vanuit de sector zijn er meerdere initiatieven, zoals de Gedragscode
Abusebestrijding en de Gedragscode Notice and Take Down, om schadelijke content tegen
te gaan. Daarnaast zijn er bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en civielrechtelijke
mogelijkheden. Ook is doxing sinds 1 januari 2024 strafbaar gesteld (artikel 285d
Wetboek van Strafrecht). Dit artikel maakt het ongevraagd verzamelen, verspreiden
of openbaar maken van persoonsgegevens met het doel iemand te intimideren of lastig
te vallen strafbaar.
De verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van online aanbieders van tussenhandeldiensten
is gereguleerd via de digitaledienstenverordening (Digital Services Act – DSA). Deze
EU-verordening bevat diverse zorgvuldigheidsverplichtingen die onder meer moeten helpen
om illegale content tegen te gaan. Zo moet er bij een melding van illegale content
prompt actie worden ondernomen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) is in Nederland
de primaire toezichthouder op de naleving van de DSA door online aanbieders die in
Nederland zijn gevestigd. De ACM werkt voor het toezicht en de handhaving op de DSA,
waar nodig, samen met de Europese Commissie en andere lidstaten.
Strafrechtelijk heeft de officier van justitie de mogelijkheid om in specifieke gevallen
een aanbieder van een communicatiedienst te bevelen om gegevens ontoegankelijk te
maken. In het geval van buitenlandse online aanbieders dient gebruik te worden gemaakt
van een rechtshulpverzoek. Dit is vaak tijdrovend, omdat de verantwoordelijke hostingpartij
niet altijd kan worden achterhaald en/of worden bereikt. De uitkomst ervan is afhankelijk
van de medewerking van het land waaraan het verzoek is gericht. Indien een online
aanbieder geen gevolg geeft aan bevelen van de officier van justitie, dan voorziet
het strafrecht in de mogelijkheid tot strafvervolging van de aanbieder voor het strafbaar
feit dat is begaan. Omdat strafrechtelijk optreden vaak complex en tijdrovend is,
en gezien het internationale component afhankelijk is van de bereidheid tot coöperatie
van andere landen, zet de politie ook in op alternatieve mogelijkheden, zoals naming
and shaming en preventie.2
De Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) is de toezichthouder op de naleving van
de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG). De AP beoordeelt uit eigen
beweging dan wel op verzoek of in voorkomende gevallen wordt voldaan aan de AVG. Wanneer
de AP een overtreding constateert, kan de AP een bestuurlijke boete of dwangsom opleggen,
en bevelen tot het stopzetten van gegevensverwerkingen.
Personen kunnen zich ook tot de civiele rechter wenden. Oordeelt deze dat de betreffende
content onrechtmatig is, bijvoorbeeld wegens onbevoegd gebruik van persoonsgegevens,
dan kan de civiele rechter verwijdering daarvan bevelen.
Om slachtoffers laagdrempelige hulp en een handelingsperspectief te bieden, faciliteert
het Ministerie van Justitie en Veiligheid Stichting Offlimits. Via de hulplijn van
Offlimits kunnen slachtoffers illegale online content melden. Offlimits beoordeelt
deze meldingen en kan, indien sprake is van illegale content, melding doen bij de
desbetreffende internettussenpersoon via wie de content beschikbaar is. Offlimits
is door de ACM op grond van de DSA aangewezen als betrouwbare flagger.
Vraag 3
Klopt het dat deze website al geruime tijd bekend is bij politie? Zo ja, welke concrete
acties zijn sindsdien ondernomen om de website offline te halen of de hostingprovider(s)
op te sporen?
Antwoord 3
De politie doet geen mededelingen over lopende onderzoeken.
In het algemeen zijn er, zoals in het antwoord op vraag twee aangegeven, verschillende
maatregelen die hostingproviders, de ACM, AP, de politie en het Openbaar Ministerie
(OM) kunnen nemen om een website met illegale content offline te krijgen en/of om
de hostingproviders van een website op te sporen. Zoals aangegeven in het antwoord
op vraag twee, kan de handhaving bij hostingproviders in het buitenland uitdagend
zijn vanwege jurisdictie, omdat medewerking mede afhankelijk is van het land waar
de dienst is gevestigd.
Vraag 4
Hoeveel aangiften zijn bij de politie bekend die direct te relateren zijn aan deze
specifieke website? Wat gebeurt er met deze aangiften? Hoe worden de slachtoffers
geïnformeerd over de voortgang van de behandeling van deze aangiften?
Antwoord 4
De politie doet geen mededelingen over lopende onderzoeken.
Slachtoffers worden in het algemeen via MijnSlachtofferzaak.nl op de hoogte gehouden
over de voortgang van de behandeling van hun aangifte. Met MijnSlachtofferzaak biedt
de overheid slachtoffers en nabestaanden één plek waar zij alle berichten over de
zaak kunnen inzien. In dit online dossier treft een slachtoffer alle informatie van
de politie over de zaak, en ook het OM, Slachtofferhulp Nederland en Centraal Justitieel
Incassobureau (CJIB) informeren hier slachtoffers. Tenslotte informeert ook Schadefonds
Geweldsmisdrijven het slachtoffer op MijnSlachtofferzaak over een eventuele tegemoetkoming.
Vraag 5
Hoe ziet de internationale samenwerking eruit bij dergelijke verwerpelijke websites
die door hostingbedrijven worden gerund buiten Nederland?
Antwoord 5
De aanpak van bad hosting is zeer complex en tijdrovend vanwege het internationale
en volatiele karakter van de hostingindustrie. Al jaren werken de Nederlandse politie,
het Openbaar Ministerie en verschillende publieke en private partners samen om de
netwerken van hosting providers op te schonen. Vanaf de tweede helft van 2025 is dit
ook een speerpunt geworden van het European Cybercrime Centre (EC3) van Europol. Steeds
meer landen sluiten aan bij de zogeheten brede bestrijding van schadelijke hosting.
Voor strafrechtelijke samenwerking gelden internationale verdragen. Informatie uit
het buitenland wordt verkregen op basis van rechtshulpverzoeken, al dan niet voorafgaand
aan een bevriezingsbevel.
Daarnaast wordt binnen het project Cleannetworks in samenwerking met de Stichting
Nationale Beheersorganisatie Internet Providers (NBIP) het project en de Gedragscode
Abusebestrijding verder gestimuleerd op Europees niveau. Voor dit project heeft het
Ministerie van Justitie en Veiligheid een Europese subsidie toegekend gekregen. Hierover
bent u eerder in de Kamerbrief Integrale aanpak cybercrime geïnformeerd. Binnen het
project is de verdere uitbreiding en focus op de Europese markt een belangrijk onderdeel.
Misbruik van de digitale infrastructuur is immers grensoverschrijdend en alleen door
ons ook buiten de Nederlandse markt te richten kan het meer gericht worden tegengegaan.
Hiermee streeft de overheid naar een gelijk speelveld van de sector binnen de EU met
dezelfde voorwaarden en voorkomt oneerlijke concurrentie voor de Nederlandse sector.
Vraag 6
Kunt u aangeven of en zo ja welke juridische of technische belemmeringen bestaan om
de hostingpartij te dwingen een website waar strafbare feiten op plaatsvinden offline
te halen?
Antwoord 6
In het algemeen is het lastig voor Nederlandse autoriteiten om een buitenlandse website
die gehost wordt in het buitenland, offline te krijgen. Dit kan bijvoorbeeld komen
omdat niet bekend is welke hostingdienst erachter zit of niet bekend is waar de hostingdienst
gevestigd is. Hierover bent u ook geïnformeerd in Kamerbrief «Voortgang integrale
aanpak cybercrime» in het onderdeel over de verkenning naar de aanpak van bad hosting.3 Deze verkenning is gezamenlijk met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
uitgevoerd. In deze verkenning is gekeken naar maatregelen die kunnen worden genomen
tegen malafide hosters. Uw Kamer wordt vóór de zomer nader geïnformeerd over de aanpak
bad hosting middels een voortgangsbrief over dit onderwerp.
Vraag 7
Wordt er door politie proactief gemonitord op websites of platforms waar doxing plaatsvindt,
vergelijkbaar met de aanpak bij kinderporno of terrorisme? Waarom wel of waarom niet?
Antwoord 7
Anders dan bij kinderpornografisch materiaal en terroristische content vindt door
de politie en het Openbaar Ministerie niet structureel intensief onderzoek plaats
naar doxing. Doxing komt vaak op naar aanleiding van concrete gebeurtenissen en valt
onder de generieke opsporing. Kinderpornografisch materiaal en terroristische content
zijn anders van omvang en aard. Daar wordt permanent strafrechtelijk op ingezet met
onder meer specialistische teams.4 Een permanente inzet op alle strafbare feiten is met het oog op beschikbare capaciteit
binnen de opsporing niet mogelijk. Daarin moeten keuzes worden gemaakt.
Voor kinderpornografisch materiaal en terroristische content geldt bovendien dat de
Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM), op basis
van Europese en nationale wetgeving de bevoegdheid heeft om bestuursrechtelijk op
te treden tegen kinderpornografisch materiaal en terroristische content. De ATKM is
zodoende bevoegd een aanbieder van een hostingdienst het bevel te geven het desbetreffende
materiaal ontoegankelijk te maken binnen één respectievelijk twaalf uur. De ATKM doet
hiervoor zelf actief onderzoek en beoordeelt daarnaast online content aan de hand
van meldingen.
Wanneer de politie een melding of aangifte van doxing ontvangt met voldoende aanknopingspunten
kan er een opsporingsonderzoek worden opgestart. Het is dan ook positief dat de aanpak
van doxing per 1 januari 2024 is versterkt door de strafbaarstelling hiervan in artikel 285d
van het Wetboek van Strafrecht. Ook kan de officier van justitie, krachtens artikel 125p
Wetboek van Strafvordering, aanbieders van communicatiediensten bevelen strafbare
content (waaronder doxing), ontoegankelijk te laten maken.
Vraag 8
Acht u het wenselijk om het delict «doxing» zwaarder te gaan vervolgen, zeker wanneer
het om minderjarigen gaat en het leidt tot seksuele intimidatie en ernstige psychische
schade?
Antwoord 8
Het OM is verantwoordelijk voor de vervolging van strafzaken. Bij het bepalen van
de strafeis kan er door het OM rekening worden gehouden met strafverzwarende omstandigheden.
In de Richtlijn voor strafvordering doxing van het OM wordt er onder andere rekening
gehouden met de gevolgen voor slachtoffers. Naast doxing kan er sprake zijn van een
andere strafbare gedraging. Het is aan het OM om te besluiten of en op basis van welke
gronden vervolging plaatsvindt.
Vraag 9
Welke extra stappen bent u bereid te nemen om kinderen online beter te beschermen
tegen dit soort extreme vormen van digitale intimidatie?
Antwoord 9
Kinderen kunnen zich niet altijd zelfstandig beschermen en weerbaar opstellen in de
online omgeving. Er worden verschillende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat
de digitale leefomgeving van kinderen veilig(er) wordt en hun rechten geborgd en versterkt
worden. Dit gebeurt samen met Europese partners, het bedrijfsleven, maatschappelijke
organisaties, ouders, verzorgers en kinderen. De maatregelen richten zich niet alleen
op kinderen en ouders, maar ook op ontwikkelaars en aanbieders van online diensten
en producten, en op professionals in de zorg en in het onderwijs. De voormalig Staatssecretaris
van BZK heeft uw Kamer hierover op 4 september 2025 een brief gezonden waarin de strategie
voor online kinderrechten is neergelegd.5 Deze strategie wordt jaarlijks geactualiseerd; de verwachting is dat voor het zomerreces
een nieuwe brief volgt.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.