Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ceder over recente berichtgeving over de invoering van de doodstraf door Israël, de aanhoudende kolonistenaanvallen op Taybeh en ontwikkelingen rond de Tent of Nations
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over recente berichtgeving over de invoering van de doodstraf door Israël, de aanhoudende kolonistenaanvallen op Taybeh en ontwikkelingen rond de Tent of Nations (ingezonden 1 april 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 20 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Knesset passes death penalty law for Palestinians convicted
of deadly acts of terror»1 en andere recente berichtgeving over dit onderwerp?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 3
Klopt het dat de Israëlische Knesset een wet heeft aangenomen die de doodstraf (door
ophanging) als standaardstraf invoert voor niet-Israëliërs die door militaire rechtbanken
zijn veroordeeld voor dodelijke aanslagen? Hoe beoordeelt u het feit dat deze wet
in de praktijk vooral of uitsluitend van toepassing lijkt te zijn op Palestijnen,
en niet op Israëlische daders van vergelijkbare feiten?
Deelt u de zorgen van internationale organisaties en de Europese Unie dat deze wet
in strijd is met internationale mensenrechtennormen en het non-discriminatiebeginsel?
Op welke wijze voldoet de wet daar volgens het kabinet niet aan?
Antwoord 2 en 3
Graag verwijst het kabinet u naar de recent verstuurde Kamerbrief over dit onderwerp.2
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het ontbreken van mogelijkheden tot beroep of gratie in deze wet,
zoals gemeld in de berichtgeving?
Antwoord 4
Dit is strijdig met internationaal recht. Het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten
en politieke rechten waarbij zowel Nederland als Israël partij zijn, schrijft voor
dat eenieder die ter dood veroordeeld is het recht heeft om gratie of verzachting
van het vonnis te vragen. Ten aanzien van het recht om beroep in te kunnen stellen,
heeft het VN-Mensenrechtencomité verduidelijkt dat dit onderdeel uitmaakt van het
recht op een eerlijk proces. Een schending van het recht om beroep in te kunnen stellen
tegen een veroordelend vonnis waarbij de doodstraf is opgelegd, moet er volgens het
VN-Mensenrechtencomité toe leiden dat de opgelegde doodstraf wordt beschouwd als willekeurig en daarmee
als een schending van het recht op leven.3
Vraag 5
Bent u bereid deze zorgen bilateraal en in EU-verband over te brengen aan de Israëlische
autoriteiten? Welke verdere stappen overweegt u verder te nemen?
Antwoord 5
Zie het antwoord op vraag 2. Nu de wet is aangenomen roept Nederland Israël op de
wet niet te implementeren en zal Nederland actief handelen langs de lijnen van het
(Europese) afschaffingsbeleid. Conform het afschaffingsbeleid zet het kabinet zich
in tot het instellen van een moratorium als een eerste stap naar afschaffing.
Vraag 6
Welke gevolgen verwacht u dat deze wet zal hebben voor de rechtsstaat, de spanningen
in de regio en de veiligheidssituatie op de Westelijke Jordaanoever? Welke rol kan
Nederland hierin spelen?
Antwoord 6
Het wetsvoorstel past binnen de bredere zorgen die het kabinet heeft over de rechtstatelijke
ontwikkelingen in Israël. Hierover blijft het kabinet met de Israëlische regering
in gesprek.
De exacte gevolgen zijn momenteel niet te voorspellen en zal afhangen van de wijze
waarop er daadwerkelijk invulling aan de wet zal worden gegeven. Bovendien ligt er
ook een zaak voor bij het Israëlisch hooggerechtshof over de wet. Israël kende altijd
al de doodstraf, echter dit is een heel grote stap in de verkeerde richting. Begrijpelijkerwijs
leidt tot grote bezorgdheid onder Palestijnen en tot verdere ongelijkheid tussen Israëliërs
en Palestijnen. Zie verder het antwoord op vragen 2, 5 en 11.
Vraag 7
Bent u bekend met het artikel van Cvandaag over de zorgen van een priester uit het
christelijke dorp Taybeh over aanhoudende aanvallen door Israëlische kolonisten?4
Antwoord 7
Ja.
Vraag 8
Kunt u bevestigen dat in het overwegend christelijke dorp Taybeh sprake is van herhaalde
aanvallen op bewoners, landbouwgrond en religieuze locaties door kolonisten en dat
dit niet is opgehouden sinds de laatste keer dat de ChristenUnie hier aandacht bij
het kabinet voor vroeg? Welke stappen heeft de Minister genomen sinds de eerder gestelde
en beantwoorde Kamervragen?5 Wat de respons van de Israëlische autoriteiten?
Antwoord 8
Het kolonistengeweld op de Westelijke Jordaanoever is het afgelopen jaar toegenomen.
Ook het dorp Taybeh is sinds de eerder gestelde Kamervragen opnieuw doelwit geweest
van aanvallen. Het kabinet veroordeelt kolonistengeweld, waaronder geweld tegen christelijke
gemeenschappen. Het kabinet brengt deze boodschap consequent over en benadrukt daarbij
dat Israël als bezettende macht verantwoordelijk is voor de bescherming van de bevolking
en voor het vervolgen van plegers van dit geweld. Zoals bekend zet Nederland zich
in EU-verband in voor sancties voor sancties tegen gewelddadige kolonisten. De Israëlische
autoriteiten hebben aan gegeven steviger te willen gaan optreden tegen gewelddadige
kolonisten. Het kabinet moet echter constateren dat dit vooralsnog bij woorden is
gebleven. Zie ook het antwoord op vraag 9.
Vraag 9
Kunt u aangeven in hoeverre de Israëlische autoriteiten optreden tegen daders van
kolonistengeweld en in hoeverre sprake is van straffeloosheid? En heeft het ministerie
een beeld in hoeveel dorpen/gebieden dit inmiddels speelt? Hoeveel kolonisten die
opgepakt zijn, zijn in de afgelopen 2 jaar uiteindelijk veroordeeld?
Antwoord 9
In het advies van 19 juli 2024 over het optreden van Israël in de bezette Palestijnse
Gebieden, oordeelt het Internationaal Gerechtshof dat Israël systematisch faalt om
aanvallen van kolonisten op de lichamelijke integriteit en/of het leven van Palestijnen
te voorkomen of te bestraffen. Het Hof oordeelt tevens dat Israël zelf buitensporig
geweld gebruikt. Volgens het Hof is dit in strijd met Israëls verplichtingen om het
recht op leven van Palestijnen onder het humanitair oorlogsrecht en de mensenrechten
te eerbiedigen.
In gevallen waar Israëlische autoriteiten wel optreden tegen het geweld, leidt dit
vrijwel nooit tot een aanklacht, en daarmee een veroordeling. Uit cijfers van de Israëlische
ngo Yesh Din blijkt dat in de periode van 2005–2025 3% van de onderzoeken naar kolonistengeweld
tot een veroordeling leidde. Sinds 7 oktober 2023 is het aantal veroordelingen voor
kolonistengeweld volgens diezelfde cijfers 0; wel heeft een aantal kolonisten tijdelijk
in administratieve detentie gezeten. Het uitblijven van effectieve handhaving werkt
straffeloosheid in de hand en draagt bij aan verdere escalatie. Het kabinet blijft
dit benadrukken richting de Israëlische regering.
Zowel het Internationaal Strafhof als diverse onderzoeksmechanismen ingesteld door
de VN(-Mensrechtenraad) doen reeds onderzoek naar de situatie. Nederland deed de afgelopen
jaren een extra vrijwillige bijdrage van in totaal EUR 6 mln. aan het Internationaal
Strafhof voor de versterking van de algehele onderzoekscapaciteit van het Hof. Het
kantoor van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten in de Palestijnse Gebieden
speelt een belangrijke rol waar het onderzoek naar mensenrechtenschendingen betreft.
Vraag 10
Bent u bereid zich in EU-verband in te zetten voor concrete maatregelen om Palestijnse
(en in ook in het bijzonder christelijke) gemeenschappen zoals Taybeh beter te beschermen
tegen geweld door kolonisten?
Antwoord 10
Nederland veroordeelt kolonistengeweld en geweld tegen Palestijnse burgers. In EU-verband
blijft Nederland voortrekker voor sancties voor sancties tegen gewelddadige kolonisten.
Vraag 11
Welke stappen onderneemt Nederland momenteel om de veiligheid, rechtsbescherming en
leefbaarheid van gemeenschappen op de Westelijke Jordaanoever te ondersteunen?
Antwoord 11
Het is van belang vanuit verschillende invalshoeken hier een bijdrage aan te leveren.
Ten eerste door het beëindigen van de onrechtmatige Israëlische bezetting van de Westelijke
Jordaanoever. Nederland schaart zich achter de oproep om de onrechtmatige bezetting
zo spoedig mogelijk te beëindigen, met inachtneming van Israëls legitieme veiligheidsbelangen.
Het kabinet benadrukt dat Israël als bezettende macht verantwoordelijk is voor bescherming
van de lokale bevolking en voor het vervolgen van daders van misdrijven. In EU-verband
blijft Nederland voortrekker voor sancties voor sancties tegen gewelddadige kolonisten
en hun organisaties. Daarnaast werkt het kabinet aan nationale maatregelen om producten
uit de onrechtmatige nederzettingen te weren van de Nederlandse markt.
Nederland zet zich ook actief in via steun aan de Palestijnse Autoriteit en via verschillende
ontwikkelingssamenwerkingsprojecten, met name op het gebied van water, rechtstaat
en private sector ontwikkeling, die bijdragen aan de rechtsbescherming en leefbaarheid
in de Westelijke Jordaanoever. Lokaal onderhoudt de Nederlandse vertegenwoordiging
in de Palestijnse Gebieden ook contact met Palestijnse gemeenschappen. Nederland draagt
bij aan projecten die het tegengaan van straffeloosheid promoten en projecten die
Palestijnen, die bedreigd worden door kolonisten, steunen, onder door middel van juridische
hulp en weerbaarheidstrainingen.
Vraag 12
Klopt het dat sinds de beantwoording van eerdere Kamervragen6 de situatie rond de Tent of Nations (d.d. 14 april 2025) is verergerd? Zo ja, op
welke wijze?
Antwoord 12
Ja. De nabijgelegen buitenpost is verder uitgebreid in de richting van het land van
Tent of Nations. Daarnaast is er een toename van intimidaties en incursies door kolonisten.
Vraag 13
Klopt het dat er inmiddels wegen en andere infrastructuur zijn aangelegd op het terrein
van Tent of Nations? Klopt het dat deze infrastructuur door de rechter als illegaal
is bestempeld en verwijderd moet worden? Waarom wordt er niet gehandhaafd en waar
ligt dat aan?
Antwoord 13
Ja. De Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden, de nederzettingen aldaar
en de daarmee gepaarde infrastructuur zijn onrechtmatig – dus ook de door kolonisten
aangelegde infrastructuur nabij en op het land van Tent of Nations. Daar komt bovenop dat ook de Israëlische rechter meermaals heeft geoordeeld dat
de aangelegde infrastructuur op het land van Tent of Nations illegaal is en moet worden verwijderd. De Israëlische autoriteiten hebben tot op
heden geen actie ondernomen naar aanleiding van deze uitspraken, hetgeen het kabinet
afkeurt. Het kabinet kan niet speculeren over waarom deze rechterlijke uitspraken
niet nageleefd worden.
Vraag 14
Klopt het dat zolang de uitspraak van de rechter niet wordt nageleefd en de infrastructuur
wordt verwijderd, de bewegingsvrijheid van de eigenaren van de Tent of Nations de
facto wordt beperkt door deze «facts on the ground»?
Antwoord 14
Ja.
Vraag 15 en 16
Klopt het dat er wooncontainers direct naast het land van de familie Nassar zijn geplaatst?
Zo ja, is het rechtmatig dat deze daar staan? Zo nee, wat is uw inzet richting de
Israëlische autoriteiten om te zorgen dat deze worden verwijderd?
Hoe staat het met de lopende rechtszaak tussen de Israëlische regering en de eigenaren
van de Tent of Nations? Is er zicht op een datum voor uitspraak? Kunt u hier de Israëlische
autoriteiten op aanspreken dat er sprake lijkt te zijn van onnodige vertraging met
«facts on the ground» tot gevolg? Welke andere stappen kan het kabinet zetten?
Antwoord 15 en 16
Zie het antwoord op vragen 11, 12 en 13. Er wordt nog altijd gewacht op een (datum
voor) uitspraak in de landregistratiezaak van Tent of Nations. Nederland blijft de zaak van Tent of Nations met regelmaat onder de aandacht brengen van de Israëlische autoriteiten, en wijst
hen daarbij op hun verantwoordelijkheid om de familie Nassar, hun land en hun gasten
te beschermen. Dit gebeurt op politiek en ambtelijk niveau, zowel vanuit Den Haag
als via de ambassade in Tel Aviv en vertegenwoordiging in Ramallah.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.