Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid El Boujdaini over het bericht 'US orders diplomats to fight data sovereignty initiatives'
Vragen van het lid El Boujdaini (D66) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over het bericht «US orders diplomats to fight data sovereignty initiatives» (ingezonden 27 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Aerdts (Economische Zaken en Klimaat), mede namens de
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (ontvangen 20 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht van Reuters waarin wordt gesteld dat de Amerikaanse
regering diplomaten instrueert om buitenlandse initiatieven op het gebied van datasoevereiniteit
actief tegen te gaan?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u deze instructie van de Amerikaanse regering in het licht van het
belang dat Europa zelf zeggenschap houdt over waar en hoe gevoelige data van burgers,
bedrijven en overheden wordt opgeslagen en verwerkt?
Antwoord 2
Voor het kabinet staat voorop dat Nederland en de EU soeverein zijn in het bepalen
van hun eigen wet- en regelgeving, inclusief wetgeving op het gebied van Europese
datasoevereiniteit, en dat aanpassing van regelgeving onder druk van derde landen
niet mag gebeuren.
Wel zal de EU haar concurrentievermogen moeten vergroten en weerbaarder moeten worden,
ook op digitaal vlak. In dat kader waardeert het kabinet de inspanningen die hiertoe
op EU-niveau worden gedaan en kijkt het met interesse uit naar het aankomende Technology
Sovereignty Package van de Europese Commissie, dat naar verwachting onder meer voorstellen
bevat voor een Cloud & AI Development Act (CADA) en herziening van de Chips Act. Het
kabinet gaat daarover t.z.t. graag in gesprek met uw Kamer. Ook de Agenda Digitale
Open Strategische Autonomie van het kabinet past in de inzet om het concurrentievermogen
en de weerbaarheid van de (digitale) economie te vergroten.
Tot slot is het van belang om met al onze bondgenoten, waaronder de VS, actief in
gesprek te blijven.
Vraag 3
Is bij u bekend of Amerikaanse diplomaten richting Nederland of bij de Europese Commissie
pogingen hebben ondernomen om beleid op het gebied van datasoevereiniteit te beïnvloeden,
en zo ja, op welke wijze en in welke context?
Antwoord 3
Het is niet ongebruikelijk dat belanghebbenden – zoals overheden, bedrijven, onderzoeksinstellingen
en andere belangengroepen – invloed proberen uit te oefenen op politieke besluitvormingsprocessen
en daartoe hun zienswijzen delen. Dit geldt ook voor de VS. Uiteindelijk besluit het
kabinet zelf welke zienswijzen het verwerkt in zijn standpuntbepaling. Specifiek naar
aanleiding van de casus waarnaar in deze vragen wordt verwezen, is mij niet bekend
dat hierop door Amerikaanse diplomaten actie is ondernomen.
Vraag 4
Welke gevolgen kan het afzwakken van beleid op het gebied van datasoevereiniteit hebben
voor de bescherming van persoonsgegevens, de online veiligheid en de controle die
burgers hebben over hun eigen data?
Antwoord 4
De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) geldt als hoeksteen van het EU beleid
in de digitale ruimte. De AVG beschermt grondrechten en de fundamentele vrijheden
van natuurlijke personen en met name hun recht op bescherming van persoonsgegevens.
De online veiligheid wordt onder meer beschermd doordat verwerkingsverantwoordelijke
organisaties niet meer gegevens mogen verwerken dan noodzakelijk is, en een passende
beveiliging van persoonsgegevens dienen te waarborgen. De verwerkingsverantwoordelijke
dient ervoor te zorgen dat de bescherming van het grondrecht niet wordt ondermijnd,
ongeacht waar de gegevens zich bevinden. In lijn met de doelstellingen van de AVG,
is het Nederlandse beleid op het vlak van datasoevereiniteit erop gericht de bescherming
van het grondrecht zowel in EU-verband als bij internationale doorgiften te waarborgen.
Vraag 5
Ziet u hierin aanleiding om, samen met Europese partners, actiever in te zetten op
het versterken van digitale soevereiniteit, onder meer door het bevorderen van Europese
cloud- en data-infrastructuur?
Antwoord 5
Het kabinet onderschrijft in algemene zin de noodzaak om actief in te zetten op het
versterken van onze digitale soevereiniteit, specifiek ten aanzien van het bevorderen
van Europese cloud- en datainfrastructuur. In onder meer de kabinetsreactie op de
initiatiefnota «Wolken aan de Horizon» van de leden Kathmann en Six Dijkstra heeft
het kabinet erkend dat het vanwege de internationale aard van de problematiek op de
cloudmarkt essentieel is om deze problemen waar mogelijk in Europees verband beleidsmatig
aan te pakken. In de Kamerbrief over Europese cloud-alternatieven van maart 2025 is
uw Kamer geïnformeerd over de lopende initiatieven die onderdeel zijn van de geïntegreerde
Europese aanpak om Europese cloud-alternatieven te stimuleren en digitale afhankelijkheden
af te bouwen.
Voorts heeft het kabinet signalen ontvangen dat de Commissie in de herziening van
de aanbestedingsrichtlijnen overweegt om een Europees voorkeursprincipe bij aanbesteden
voor strategische sectoren op te nemen. Daarbij kan ook gekeken worden naar de cloudsector.
Het kabinet is terughoudend met de inzet van een dergelijk principe en is van mening
dat per sector zorgvuldig en gericht moet worden afgewogen of de baten van de inzet
van een dergelijk principe opwegen tegen de kosten. Het kabinet is tevens van mening
dat het instrument in beginsel enkel moet worden ingezet om de weerbaarheid van de
Unie te versterken en eventuele toepassing moet daarbij tijdelijk, doelmatig en proportioneel
zijn. De toegang voor gelijkgestemde handelspartners moet hierin niet belemmerd worden.
Een Europees voorkeursprincipe in aanbestedingen zou, samen met andere maatregelen,
kunnen bijdragen aan het afbouwen van strategische afhankelijkheden.
Vraag 6
Ziet u daarnaast aanleiding om in Europees verband gezamenlijke uitgangspunten over
datasoevereiniteit actiever uit te dragen en te verdedigen?
Antwoord 6
Het kabinet zet in op eenduidige afspraken en definities over soevereiniteit van cloud-
en datainfrastructuur in Europees verband. Er bestaan op dit moment geen uniforme
principes om te bepalen wat soevereiniteit in relatie tot cloud is. Als gevolg hiervan
vermarkten aanbieders op dit moment uiteenlopende clouddiensten als «soeverein». Omdat
er op dit moment geen regels zijn die voorschrijven in welke mate zelfverklaarde soevereine
clouddienstverlening bescherming moet bieden tegen niet-Europese extraterritoriale
wetgeving, is het in de praktijk mogelijk dat er clouddienstverlening op Europese
bodem wordt aangeboden als «soeverein» terwijl deze onder specifieke omstandigheden
verplicht is niet-Europese veiligheids- en opsporingsdiensten toegang te geven tot
opgeslagen data.
Het kabinet zet zich er daarom actief voor in dat het voorstel van de Europese Commissie
voor de CADA bepalingen bevat voor het vaststellen van gezamenlijke uitgangspunten
voor cloud- en datasoevereiniteit. Dit biedt aanbieders duidelijkheid over de eisen
waar ze aan moeten voldoen om een soevereine cloud propositie te mogen aanbieden,
terwijl afnemers zekerheid hebben dat de dienstverlening daadwerkelijk het beschermingsniveau
biedt dat ze wensen. Het wetsvoorstel voor de CADA wordt verwacht in het tweede kwartaal
van 2026.
De inzet van het kabinet voor het realiseren van gedeelde, uniforme uitgangspunten
voor cloud- en datasoevereiniteit vindt parallel plaats aan het streven onder de Nederlandse
Digitaliseringsstrategie om een soevereine overheidscloud te ontwikkelen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Mede namens
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.