Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ceder over het bericht “Jerusalem Christian schools threatened as government to ban Palestinian teachers”
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht «Jerusalem’s Christian schools threatened as government moves to ban Palestinian teachers» (ingezonden 30 maart 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 17 april 2026).
Vraag 1
Hoe luidt uw reactie op het bericht «Jerusalem’s Christian schools threatened as government
moves to ban Palestinian teachers»1?
Antwoord 1
Dit zijn berichten die helaas tekenend zijn voor de toenemende druk waaronder (christelijke)
Palestijnen staan. Tijdens het bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan Israël en
de Palestijnse Gebieden afgelopen november is hieraan expliciet aandacht besteed,
de situatie in de Oude Stad van Jeruzalem in het bijzonder.
Vraag 2
Klopt het dat de Israëlische autoriteiten voor het schooljaar 2026–2027 geen werkvergunningen
meer willen verstrekken aan Palestijnse leraren uit de Westelijke Jordaanoever die
werkzaam zijn op christelijke scholen in Jeruzalem?
Antwoord 2
Naar verluidt staat inderdaad in de brief van het Israëlische Ministerie van Onderwijs
van 10 maart jl. aan schooldirecties in Jeruzalem dat voor het schooljaar 2026–2027
alleen leraren mogen worden aangenomen die in Jeruzalem wonen en beschikken over Israëlische
onderwijsbevoegdheden.
Vraag 3
Deelt u de zorg dat deze maatregel gevolgen heeft voor meer dan tweehonderd leraren
en daarmee de continuïteit van de ongeveer vijftien christelijke onderwijsinstellingen
in Jeruzalem onder druk zet?
Antwoord 3
Ja. De meeste docenten op deze scholen zijn christelijke Palestijnen van de Westelijke
Jordaanoever. Als zij niet meer kunnen werken in Jeruzalem zullen de scholen gedwongen
op zoek moeten gaan naar nieuwe docenten.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u de mogelijke impact van deze maatregel op de positie van christelijke
minderheden in Jeruzalem en het behoud van religieuze en culturele diversiteit in
de stad?
Antwoord 4
De maatregel zorgt ervoor dat minder christenen toegang hebben tot Jeruzalem. Dit
heeft een verder negatieve impact op de pluriformiteit van de stad.
Vraag 5
Op welke wijze en hoe hard raakt deze maatregel de financiële situatie van deze leraren
en hun gezinnen? Op welke wijze raakt deze maatregel de Palestijnse economie?
Antwoord 5
Het gaat om tientallen families die potentieel een bron van inkomen kwijt raken, maar
niet om een dusdanig grote groep dat het een significante invloed heeft op de al zwakke
Palestijnse economie. Wel zal het in het bijzonder impact hebben op een groep mensen
die voornamelijk uit de regio van Bethlehem komt, waar het al slecht gaat met de economie
door de afhankelijkheid en afwezigheid van toerisme. In die zin heeft het een relatief
grote impact op een specifieke gemeenschap op de Westelijke Jordaanoever. Zie ook
het antwoord op vraag 6.
Vraag 6
Klopt het dat als reden wordt aangevoerd dat de diploma’s niet zouden voldoen aan
de academische standaarden die nodig zouden zijn? Hoe beoordeelt u dit argument? Mocht
dit argument valide zijn, welke rol kan Nederland spelen om eventueel aan deze eis
tegemoet te komen?
Antwoord 6
Op 21 januari jl. heeft de Knesset een wet aangenomen die het tewerkstellen van leraren
met diploma’s uit de Palestijnse Gebieden beperkt. De wet zorgt ervoor dat deze groep
leraren niet kan worden aangesteld als leraar, schooldirecteur of inspecteur in Jeruzalem.
De wet beschouwt deze groep als personen zonder de vereiste academische graad voor
dergelijke functies. In de toelichting van het wetsvoorstel staat: «de academische
opleiding in de Palestijnse Autoriteit vindt plaats in een omgeving waarin sprake
is van ophitsing tegen de staat Israël, en die niet overeenkomt met de principes en
waarden waarop het onderwijs in de staat Israël is gebaseerd.»
Er zijn enkele uitzonderingen en overgangsregelingen binnen de wet, namelijk: i) personen
die al voor inwerkingtreding van de wet als leraar werkten en in hun bestaande functie
blijven; ii) personen die al een diploma hadden van de Palestijnse Autoriteit of een
volledig academisch jaar hebben afgerond, voor hen geldt dat zij in sommige gevallen
alsnog, onder strengere voorwaarden, kunnen worden aangesteld; en iii) de directeur-generaal
van het Israëlische Ministerie van Onderwijs kan toch iemand toelaten als een persoon
ook beschikt over een Israëlisch diploma. Personen die worden afgewezen hebben recht
om in beroep te gaan tegen de beslissing.
Het kabinet erkent niet dat Israël soevereiniteit kan uitoefenen over Oost-Jeruzalem.
Het bezettingsrecht is van toepassing en kent strenge voorwaarden voor het aanpassen
van lokale wetgeving. Bovendien dient de bezetter het bezette gebied te besturen ten
behoeve van de lokale bevolking. Deze maatregel staat hier haaks op.
Vraag 7
Bent u bereid deze kwestie zowel bilateraal als in EU-verband onder de aandacht te
brengen bij de Israëlische autoriteiten en te pleiten voor het behoud van het werk
voor deze leraren?
Antwoord 7
Nederland blijft zich inzetten zowel bilateraal als multilateraal voor de vrijheid
van minderheden. Waar opportuun zal het kabinet deze specifieke casus onder de aandacht
brengen.
Vraag 8
Bent u bereid om, samen met internationale partners en kerkelijke organisaties, te
bezien hoe deze scholen ondersteund kunnen worden indien deze maatregel wordt doorgezet?
Antwoord 8
De Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah onderhoudt contact met lokale kerkgemeenschappen,
volgt de situatie nauwgezet en beziet steeds in overleg hoe de verschillende zorgen
die leven kunnen worden geadresseerd.
Vraag 9
Ziet u een ontwikkeling dat minderheden in Jeruzalem, inclusief (Palestijnse) christenen,
steeds verder onder druk komen te staan, door situaties zoals deze en zoals in eerdere
schriftelijke benoemd?2 Welke stappen onderneemt u en gaat u ondernemen om deze ontwikkelingen tegen te gaan?
Antwoord 9
Ja, minderheden in Jeruzalem staan onder toenemende druk. Nederland dringt aan op
handhaving van de status quo rond heilige plaatsen. Hierbij steunt Nederland de rol
van Jordanië als beschermer van de Christelijke en Islamitische Heilige plaatsen in
Jeruzalem, zoals ook erkend door Israël in het Vredesverdrag. Tijdens het bezoek van
de Mensenrechtenambassadeur aan Israël en de Palestijnse Gebieden afgelopen november
is expliciet aandacht besteed aan de krimpende ruimte voor (Palestijnse) christenen,
met name in de Oude Stad van Jeruzalem.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.