Schriftelijke vragen : De nominatie van Iran en de verkiezing van China, Cuba, Nicaragua, Saudi-Arabië en Soedan tot commissies van de Verenigde Naties
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de nominatie van Iran en de verkiezing van China, Cuba, Nicaragua, Saudi-Arabië en Soedan tot commissies van de Verenigde Naties (ingezonden 17 april 2026).
Vraag 1
Klopt het dat de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties (ECOSOC) op 8 april
Iran heeft genomineerd voor de Commissie voor Programma en Coördinatie (CPC) en China,
Cuba, Nicaragua, Saudi-Arabië en Soedan heeft verkozen tot lid van de Commissie voor
Niet-Gouvernementele Organisaties? Klopt het dat Nederland deze besluiten heeft gesteund,
of althans zich niet heeft gedistantieerd van de consensus? Welke overwegingen speelden
hierbij een rol?
Vraag 2
Klopt het dat het CPC zich onder andere buigt over thema’s als gendergelijkheid, mensenrechten
en voorkomen van terrorisme? Acht Nederland het passend en geloofwaardig dat Iran
als onderdeel van de CPC programma’s over dergelijke en andere thema’s gaat beoordelen?
Zo, waarom?
Vraag 3
Klopt het dat meer dan zeventig maatschappelijke organisaties van tevoren regionale
groepen hebben opgeroepen om meer kandidaten aan te leveren voor lidmaatschap van
de Commissie over NGO’s?1 Is er opvolging gegeven aan deze oproep? Zo ja, op welke manier?
Vraag 4
Hoe beoordeelt u dat landen waarin het maatschappelijk middenveld onder druk staat,
via de Commissie mogen bepalen welke maatschappelijke organisaties toegang krijgen
tot de Verenigde Naties? Kunt u toelichten waarom u lidmaatschap van dergelijke landen
passend vindt en waarom u er bijvoorbeeld vertrouwen in heeft dat deze landen niet
tegen de accreditatie van legitieme NGO’s zullen stemmen?
Vraag 5
Klopt het dat de Verenigde Staten zich van de besluiten hebben gedistantieerd?2 Waarom heeft Nederland hier niet voor gekozen?
Vraag 6
Kunt u in algemene zin schetsen hoe Nederland zich verhoudt tot de deelname van landen
die structureel mensenrechten schenden aan commissies die zich bezighouden met het
bevorderen van mensenrechten, mede in het licht van Artikel 90 Grondwet? Bent u het
eens dat deelname van dergelijke landen niet passend is en bijdraagt aan erosie van
de internationale rechtsorde, waar de Verenigde Naties één van de belangrijkste organisaties
van is? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Kunt u aangeven op welke momenten Nederland zich in het verleden heeft uitgesproken
tegen deelname van landen die structureel mensenrechten schenden aan dergelijke commissies?
Vraag 8
Meent u dat extra inzet vanuit Nederland, eventueel met gelijkgezinde landen, nodig
is om te voorkomen dat landen die structureel mensenrechten schenden steeds worden
verkozen voor commissies die zich bezighouden met mensenrechtengerelateerde onderwerpen?
Zo ja, welke inzet kunt u toezeggen? Zo nee, waarom niet?
Indieners
-
Gericht aan
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Don Ceder, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.