Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Beckerman, Jimmy Dijk en Dobbe over de berichten ‘Laboratoria vinden nog veel meer asbest in speelgoed, ook in “magisch” speelzand’ en ‘Asbest in speelzand voor kinderen: “Dit is echt heel ernstig”’
Vragen van de leden Beckerman, Jimmy Dijk en Dobbe (allen SP) aan de Staatssecretarissen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de berichten «Laboratoria vinden nog veel meer asbest in speelgoed, ook in «magisch» speelzand» en «Asbest in speelzand voor kinderen: «Dit is echt heel ernstig»» (ingezonden 13 februari 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de
Minister van Werk en Participatie (ontvangen 17 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 1226.
Vraag 1
Hoe reageert u op de recente bevindingen van het laboratorium SGS Search, waaruit
blijkt dat meer speelgoed asbest bevat dan uit het oorspronkelijke onderzoek bleek?
Antwoord 1
Het kabinet begrijpt dat de resultaten van het onderzoek van het AD tot zorgen hebben
geleid. Daarom is het goed dat de risicobeoordeling van de NVWA beschikbaar is. Hierin
concludeert de NVWA dat in algemene zin het gezondheidsrisico, door het spelen met
verschillende soorten speelzand, verwaarloosbaar is.
Het is belangrijk dat consumenten erop kunnen vertrouwen dat de producten die zij
kopen veilig zijn. Uit het onderzoek van de NVWA blijkt dat van de 106 speelzandmonsters
er 66 geen asbest bevatten en 34 een hoeveelheid die onder de grenswaarde van 0,1%
blijft.
In de gevallen waar sprake was van overschrijding van de norm, heeft de NVWA handhavend
opgetreden en producten uit de schappen gehaald.
Ondanks het geconstateerde verwaarloosbare risico is de aanwezigheid van asbest in
speelzand ongewenst. Nederland zal zich daarom in Europees verband inzetten voor aanscherping
van de grenswaarde.
Vraag 2
Bent u bereid, gezien de problemen steeds groter blijken, het zekere voor het onzekere
te nemen en direct te komen tot een verkoopverbod? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
In Nederland, maar ook in de rest van Europa, zijn marktdeelnemers, zoals fabrikanten,
importeurs en verkopers, zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van het speelgoed
en moeten zij die veiligheid kunnen aantonen. De NVWA ziet erop toe dat de wet- en
regelgeving voor deze producten wordt nageleefd. De NVWA concludeert in de risico-beoordeling
dat in algemene zin het gezondheidsrisico, door het spelen met verschillende soorten
speelzand, verwaarloosbaar is.
Verkopers en leveranciers van met asbest vervuild speelzand boven de norm van 0,1%,
die geldt volgens het Warenwetbesluit Speelgoed 2011 ter implementatie van de Europese
Speelgoedrichtlijn, worden door de NVWA aangesproken om de producten uit de handel
te halen en eventueel bestuursrechtelijk gedwongen tot een terugroepactie. Voor de
speelzandmonsters waarin meer dan 0,1% asbest is geconstateerd, is dit al gebeurd.
Er zijn ook ondernemers die uit eigen beweging producten uit de handel hebben gehaald.
Daarom is het kabinet niet bereid een algemeen verkoopverbod voor speelzand in te
stellen.
Vraag 3
Aangezien meerdere laboratoria inmiddels onderzoek hebben gedaan en hebben geconstateerd
dat meerdere producten met speelzand asbest bevat, bent u bereid samen te werken met
deze laboratoria en experts om onderzoek te doen en veiligheidsmaatregelen op te stellen?
Antwoord 3
De NVWA werkt samen met SGS Search te Heeswijk, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid
en Milieu (RIVM), de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk
onderzoek (TNO), de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD’s), de Inspectie Leefomgeving
en Transport (ILT) en de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA). De gezamenlijke expertise
m.b.t. asbest binnen deze organisaties is ruim voldoende om een zorgvuldig onderzoek
te doen en veiligheidsmaatregelen op te stellen.
Een zorgvuldige bemonstering, analyse en risicobeoordeling van de NVWA is cruciaal
om besluiten te nemen die bestuurs- of strafrechtelijk houdbaar zijn. Daarom kan de
NVWA niet handhavend optreden op basis van laboratoriumresultaten van derden, bijvoorbeeld
in opdracht van particuliere partijen. De NVWA heeft echter wel 14 Nederlandse laboratoria
benaderd om hun onderzoeksresultaten met de NVWA te delen om zo een breder beeld te
krijgen van de mogelijke aanwezigheid van asbest in speelzand.
Vraag 4
Kunt u inschatten hoeveel kinderen, ouders en medewerkers van scholen en kinderdagverblijven
door dit speelgoed zijn blootgesteld aan asbestvezels?
Antwoord 4
Het is begrijpelijk dat de aanwezigheid van asbest in speelgoed, zeker op plekken
waar kinderen spelen, veel zorgen oproept. We kunnen geen betrouwbare inschatting
geven van het aantal kinderen, ouders of medewerkers dat mogelijk is blootgesteld.
Daarvoor ontbreken essentiële gegevens, zoals de exacte omvang van het gebruik van
het vervuilde speelzand en de verspreiding van de betrokken producten.
Vraag 5
Aangezien het speelzand is aangetroffen op basisscholen en kinderdagverblijven, bent
u bereid de Nederlandse Arbeidsinspectie opdracht te geven onderzoek te doen naar
de aanwezigheid van asbest op scholen waar dit speelzand is gebruikt?
Antwoord 5
De arbeidsinspectie is onafhankelijk. Daarom kan geen opdracht worden gegeven om onderzoek
te doen naar de aanwezigheid van asbest op scholen en kinderopvangcentra, waar dit
speelzand is gebruikt.
Bij vermoedens over gezondheids- en veiligheidsrisico’s van werkenden kan altijd een
melding worden gedaan bij de arbeidsinspectie. De arbeidsinspectie pakt meldingen
op basis van risicoanalyse en urgentie op. Meldingen worden met voorrang behandeld
als er sprake is van direct gevaar, ernstig letsel of structurele misstanden. De arbeidsinspectie
weegt dit per melding af.
Vraag 6
Bent u bereid grootschalig onderzoek te doen naar alle vormen van consumentenartikelen
die mineralen bevatten die gemijnd worden in gebieden waar van nature asbest vormt,
zoals make-up dat talk bevat?
Antwoord 6
De NVWA concludeert in haar rapport dat in algemene zin het gezondheidsrisico, door
het spelen met verschillende soorten speelzand, verwaarloosbaar is.
Uit een uitgebreid onderzoek naar asbest in cosmetische producten met talk door NVWA
uit 2018 bleek dat slechts een klein aantal van de producten vervuild is met asbest.
Uit de risicobeoordeling bleek het hierbij te gaan om een beperkt gezondheidsrisico.
Gezien de geconstateerde geringe gezondheidsrisico’s voor asbest in speelzand en cosmetische
producten ziet het kabinet geen aanleiding voor een onderzoek naar alle vormen van
consumentenartikelen die mineralen bevatten die gemijnd worden in gebieden waar van
nature asbest voorkomt.
Vraag 7
Wanneer was de NVWA op de hoogte van de problemen in Australië en Nieuw-Zeeland? Wanneer
zijn ze begonnen met onderzoeken? Welk laboratorium voert het onderzoek uit en is
dit laboratorium geaccrediteerd voor asbest analyse? Kunt u een tijdlijn geven van
alle gezette stappen en acties die zijn ondernomen?
Antwoord 7
In de brief van de toenmalig Staatssecretaris van 20 februari 2026 (Kamerstukken 2025–2026
25 834, nr. 201) is toegelicht welke acties de NVWA heeft genomen naar aanleiding van de berichten
uit Australië en Nieuw-Zeeland over asbest in speelzand. De asbest analyses binnen
dit onderzoek zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium SGS Search te
Heeswijk. Aan de hand van deze analyseresultaten heeft het RIVM een risicobeoordeling
gemaakt op basis waarvan het Bureau Risicobeoordeling en Onderzoek (Buro) van de NVWA
een advies geformuleerd heeft. De risicobeoordeling van het RIVM en het Buro advies
zijn op 8 april 2026 openbaar gemaakt via hun eigen websites.
Vraag 8
Bent u bereid de conclusies van het onderzoek van de NVWA naar de asbestvezels in
het speelveld met de Kamer te delen? Zo ja, wanneer kan de Kamer deze brief verwachten?
Antwoord 8
De conclusies van het onderzoek van de NVWA naar de aanwezigheid van asbest in speelzand
zijn via de website van de NVWA openbaar gemaakt. Daarnaast maakt de NVWA de onderliggende
resultaten actief openbaar volgens de daartoe opgestelde procedures.
Vraag 9
Waar kunnen ouders die zich zorgen maken over mogelijke asbestvervuiling van hun woning
door het speelzand terecht om hier onderzoek naar te doen?
Antwoord 9
Ouders die zich zorgen maken over mogelijke asbestverontreiniging in hun woning door
het betreffende speelzand, kunnen in eerste instantie contact opnemen met de GGD van
hun gemeente voor advies over gezondheidsrisico’s en mogelijke vervolgstappen. Als
zij de aanwezigheid van asbest willen laten vaststellen, kan
dat via een gecertificeerd asbestlaboratorium of een geaccrediteerd inspectiebureau
dat materiaalonderzoek uitvoert. Deze partijen kunnen monsters nemen en analyseren
volgens de daarvoor geldende normen.
Vraag 10
Welke verantwoordelijkheden hebben verkopers om dit asbest-vervuild speelzand te saneren
of veilig te storten?
Antwoord 10
Met asbest-vervuild speelzand dient, net als ander asbesthoudend afval, veilig gestort
te worden op een stortplaats die asbest mag accepteren. Verkopers van speelzand dat
met asbest vervuild is, dienen zelf afspraken te maken met een afvalinzamelaar over
de veilige afvoer en verwerking van hun afval. Zij zijn gehouden aan de (strenge)
geldende asbestregelgeving die als doel heeft om de leefomgeving en burgers en de
werknemers te beschermen. Dit geldt ook voor andere bedrijven en instellingen (zoals
kinderopvangcentra en scholen). Indien deze partijen zich willen ontdoen van asbest-vervuild
speelzand, dan dienen zij zelf afspraken te maken met een afvalinzamelaar.
Vraag 11
Welke consequenties zijn er voor de verkopers, leveranciers en producenten van het
asbestvervuilde speelzand voor het verspreiden van het speelzand en het blootstellen
van kinderen aan asbest? Bent u bereid terugroepacties te verplichten?
Antwoord 11
Fabrikanten en importeurs zijn verantwoordelijk voor het op de markt brengen van veilige
producten. De NVWA ziet erop toe dat de wet- en regelgeving voor deze producten wordt
nageleefd.
Verkopers en leveranciers van met asbest vervuild speelzand boven de norm van 0,1%,
die geldt volgens het Warenwetbesluit Speelgoed 2011 ter implementatie van de Europese
Speelgoedrichtlijn1, worden door de NVWA aangesproken om de producten uit de handel te halen en eventueel
bestuursrechtelijk gedwongen tot een terugroepactie. Voor de speelzand monsters waarbij
meer dan 0,1% asbest is geconstateerd is dit al gebeurd. Er zijn ook ondernemers die
uit eigen beweging producten uit de handel halen en terugroepen bij klanten.
Vraag 12
Bent u bereid samen met andere landen in Europees verband te pleiten voor een importverbod
voor dit soort speelzand zolang het onduidelijk is of deze producten asbest bevatten?
Antwoord 12
Naar aanleiding van dit incident heeft Nederland het voortouw genomen bij de gezondheidskundige
risicobeoordeling van asbest in speelzand. Zo’n risicobeoordeling voor speelzand was
nog niet eerder uitgevoerd, waardoor een uniforme aanpak binnen de Europese lidstaten
ontbreekt.
De NVWA concludeert in de risico-beoordeling dat in algemene zin het gezondheidsrisico,
door het spelen met verschillende soorten speelzand, verwaarloosbaar is. Ondanks het
geconstateerde verwaarloosbare risico is de aanwezigheid van asbest in speelzand ongewenst.
Nederland zal zich daarom in Europees verband inzetten voor aanscherping van de grenswaarde.
In samenwerking met Europese landen zal verder gewerkt worden aan een verbetering
van de normen voor speelgoed.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.