Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van der Maas over het bericht 'Hoe moet het nu verder met het Fonds Podiumkunsten? 'Het systeem is eigenlijk failliet''
Vragen van het lid Van der Maas (VVD) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Hoe moet het nu verder met het Fonds Podiumkunsten? «Het systeem is eigenlijk failliet»» (ingezonden 5 maart 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 16 april
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1409.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Hoe moet het nu verder met het Fonds Podiumkunsten
(FPK)? «Het systeem is eigenlijk failliet»» waarin beschreven wordt dat Fonds Podiumkunsten
voor de zevende keer een besluit tot het afwijzen van een subsidieaanvraag moet heroverwegen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat de rechter het Fonds Podiumkunsten herhaaldelijk heeft
teruggefloten vanwege onzorgvuldige besluitvorming? Was u bekend met eerdere fouten
in de subsidieverstrekking door dit Fonds?
Antwoord 2
Juridische procedures naar aanleiding van de meerjarige besluiten van het fonds zijn
niet ongebruikelijk, gelet op het belang dat die besluiten hebben voor organisaties.
De juridische procedures die nu lopen hebben betrekking op de meerjarige besluiten
voor de huidige subsidieperiode (2025–2028). In 2024 zijn er 273 subsidiebesluiten
genomen voor de periode 2025–2028. Er zijn 13 organisaties die een beroep hebben ingediend.
Ik vind het goed dat subsidiebesluiten door de rechter kunnen worden getoetst. Het
fonds is op de meeste beroepsgronden door de rechter in het gelijk gesteld, maar de
rechter heeft ook geoordeeld dat de procedure op een aantal punten niet zorgvuldig
genoeg was. Het fonds zal de lessen die volgen uit deze uitspraken meenemen bij het
voorbereiden van de volgende subsidieperiode.
Vraag 3
Zijn er naar uw weten naast het Fonds Podiumkunsten andere cultuurfondsen door een
rechter op de vingers getikt? Zo ja, om welke fondsen ging het hier?
Antwoord 3
Er zijn naar mijn weten geen andere fondsen recentelijk door de rechter in het ongelijk
gesteld in een procedure.
Vraag 4
Deelt u de mening dat, mede gegeven om welke bedragen het gaat, besluiten over het
verstrekken van subsidies door de cultuurfondsen transparant en ook stevig onderbouwd
moeten zijn? Hoe kan het dat dit bij het Fonds Podiumkunsten nu al meermaals onvoldoende
is gebleken?
Antwoord 4
Ja, ik deel die mening. Zoals ook geantwoord onder vraag 2, is het goed dat de rechter
de besluiten van het Fonds Podiumkunsten toetst. Tijdens de betreffende beroepszaken
werden meerdere beroepsgronden aangevoerd. Het Fonds Podiumkunsten is op de meeste
beroepsgronden in het gelijk gesteld, maar ook is geoordeeld dat de procedure op een
aantal punten niet zorgvuldig genoeg is. Het Fonds heeft aangegeven gevolg te geven
aan de uitspraken.
Vraag 5
Bent u naar aanleiding van deze of eerdere onzorgvuldige besluitvorming in gesprek
met het Fonds Podiumkunsten? Zo ja, wat is daarbij uw inzet? Zo nee, bent u dat van
plan?
Antwoord 5
Het fonds is als zelfstandig bestuursorgaan zelf verantwoordelijk voor zijn subsidiebesluiten
en de juridische afwikkeling daarvan. Daar meng ik mij niet in. Wel ben ik met het
fonds in gesprek over de geconstateerde gebreken en de beheersmaatregelen die getroffen
moeten worden.
Ik zie dat er sprake is van zeer hoge druk op de meerjarige productieregeling van
het fonds. Het fonds moest 146 aanvragen afwijzen, bijna drie keer zoveel als in de
periode hiervoor. 59 aanvragers met een positief advies konden niet worden gehonoreerd
wegens onvoldoende budget. Daarnaast kreeg regionale spreiding in de regeling een
groter belang, waardoor met name in Amsterdam een aantal bekende instellingen een
afwijzing heeft gekregen ten faveure van instellingen buiten de Randstad.
Door de hoge druk op het subsidiebudget en het aantal daarmee gemoeide afwijzingen
en de nadruk op spreiding in de regeling maken dat er voor meer instellingen aanleiding
was om de subsidiebesluiten juridisch te laten toetsen.
Bij het voorbereiden van de volgende subsidieperiode zullen de lessen uit deze periode
en de uitspraken van de rechter meegenomen worden.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de schijn van belangenverstrengeling binnen de adviescommissies die
aanvragen beoordelen? Hoe wordt een dergelijke eventuele belangenverstrengeling voorkomen?
Antwoord 6
Het voorkomen van belangenverstrengeling is beleid van het fonds. Zij hanteert een
protocol dat commissieleden dienden te ondertekenen om de schijn van belangenverstrengeling
of vooringenomenheid te voorkomen.
Of er in een concreet geval sprake is van de schijn van belangenverstrengeling is
aan de rechter. Bij de recente uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland heeft
de rechtbank geoordeeld dat er geen schijn van belangenverstrengeling is binnen een
specifieke adviescommissie. Hierin wijkt de rechtbank af van de recente uitspraken
van de rechtbank Amsterdam met betrekking tot dezelfde adviescommissie.
Vraag 7
Hoe beoordeelt u de resultaten van de vrij recent ingevoerde «ontschotting» waarbij
adviseurs vanuit verschillende disciplines een beoordeling maken? Ziet u kansen om
dit beter vorm te geven?
Antwoord 7
Het fonds is zelf verantwoordelijk voor de inrichting van zijn beoordelingsprocedure,
de besluiten en de afwikkeling daarvan.
Vraag 8
Vindt u dat beoordelingsprocedures op dit moment voldoende transparant zijn? Zo nee,
wat gaat u doen om deze procedures transparanter te maken?
Antwoord 8
Uit de uitspraken van de rechter is gebleken dat de beoordelingsprocedures transparanter
dienen te zijn. Zoals ook in vraag 2 aangegeven zullen de lessen die uit deze uitspraken
volgen worden meegenomen in het voorbereiden van de volgende subsidieperiode.
Vraag 9
Bent u van mening dat het huidige systeem van subsidieverstrekking leidt tot hoge
administratieve lasten? Zo ja, wat gaat u doen om de bestaande regeldruk te verminderen?
Antwoord 9
Ik onderken dat er ruimte is om administratieve lasten te verlagen. De komende tijd
ga ik in gesprek met medeoverheden en rijkscultuurfondsen om te onderzoeken hoe de
subsidieprocessen van cultuursubsidies bij verschillende overheden geharmoniseerd
kunnen worden en de regeldruk verminderd kan worden in de nieuwe beleidsperiode.
Vraag 10
Hoe duidt u de kritiek op de overmatige bureaucratie in het aanvragen van subsidies
waarbij instellingen maanden bezig zijn met het doen van een aanvraag en sommigen
daar soms zelfs iemand voor moeten inhuren? Hoe beoordeelt u de stelling dat het systeem
«failliet» zou zijn?
Antwoord 10
Ik ben niet van mening dat het systeem failliet is. Wel zie ik dat het subsidiesysteem
zoals we dat nu kennen toe is aan een herziening. De Raad voor Cultuur bracht in 2024
het advies «Toegang tot cultuur» uit, waarin ook aanbevelingen worden gedaan over
de aanvraag- en beoordelingsprocedures en de administratieve lasten die daarmee gepaard
gaan. Tegelijk is de wijze waarop we cultuursubsidies verdelen in Nederland, met onafhankelijke
beoordelingen en een hoge mate van transparantie, ook een groot goed. Minister Bruins
heeft in een Kamerbrief aangegeven te kijken naar manieren om het bestel te vereenvoudigen
en verbeteren2. In de volgende stappen richting de nieuwe subsidieperiode probeer ik waar mogelijk
de administratieve lasten verder te verminderen.
Vraag 11
Wanneer komt u richting de Kamer met de contouren rondom de herziening van de culturele
basisinfrastructuur?
Antwoord 11
Na de zomer van 2026 informeer ik uw Kamer over de hoofdlijnen van het cultuurbestel
vanaf 2029.
Ondertekenaars
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.