Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid El Abassi over grootschalige naamfouten in strafrechtelijke vonnissen
Vragen van het lid El Abassi (DENK) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over grootschalige naamfouten in strafrechtelijke vonnissen (ingezonden 3 maart 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 16 april
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1411.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Verbijsterde Kamer eist duidelijkheid over massale
naamfouten bij justitie»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat eerder 876 naamfouten in strafrechtelijke vonnissen zijn vastgesteld,
maar dat inmiddels signalen bestaan dat het mogelijk om circa 50.000 foutieve naamkoppelingen
gaat? Sinds wanneer is uw ministerie bekend met deze hogere aantallen en waarom is
de Kamer hierover niet eerder volledig geïnformeerd?
Antwoord 2
Ik ken de berichtgeving en de problematiek. Het in de mediaberichtgeving genoemde
aantal van circa 50.000 onjuiste naamkoppelingen kan ik op basis van de nu beschikbare
analyses niet bevestigen.; verschillende grootheden (identiteitsvaststelling in het
strafvorderlijke proces versus onjuiste tenaamstelling in een onherroepelijk vonnis)
lopen in de berichtgeving door elkaar.
In eerdere brieven aan uw Kamer is toegelicht dat de problematiek waar de grootste
risico’s voor burgers en voor de uitvoering van straffen zitten, betreft de gevallen
waarin na het onherroepelijk worden van een strafvonnis, blijkt dat er signalen zijn
dat er een probleem is met de vastgestelde identiteit en daardoor een mogelijk onjuiste
tenaamstelling. Daarover is aan uw Kamer gemeld dat het sinds 2014 tot medio mei 2025
867 zaken betrof en dit zich gemiddeld zo’n 50 keer per jaar voordoet.2
Vraag 3
Wat wordt binnen de justitiële keten exact verstaan onder een «naamfout»? Beperkt
dit zich tot administratieve verschrijvingen en typefouten of betreft het tevens gevallen
waarin persoonsgegevens van onschuldige burgers ten onrechte zijn gekoppeld aan strafrechtelijke
veroordelingen? Kunt u de verschillende categorieën fouten volledig en afzonderlijk
kwantificeren?
Antwoord 3
Het gaat om situaties waarbij de Matching Autoriteit constateert dat de identiteit
die zij op dat moment als leidend heeft bepaald, afwijkt van de tenaamstelling van
het vonnis. Deze afwijkingen kunnen voortkomen uit schrijffouten, naamswijzigingen,
betere identiteitsgegevens die pas later in het strafproces beschikbaar komen, identiteitsfraude
of langdurige onzekerheid over de identiteit.
Hieronder is per gevalstype het percentage waarin afwijkingen voorkomen in de 867 geconstateerde
zaken indicatief aangegeven:
1. kennelijke schrijffout (4%);
2. naamswijziging (16%)
3. significante afwijking zonder signalen dat een derde (burger) hierdoor is benadeeld
(70%);
4. significante afwijking waarbij er signalen zijn dat een derde (aantoonbaar een ander
persoon) daardoor nadeel ondervindt (10%).
Deze percentages kunnen wijzigen. Op grond van nadere toetsing kan blijken, dat een
zaak tot een ander gevalstype behoort. Deze percentages geven daarmee een voorlopig
beeld van de thans beoordeelde zaken.
Vraag 4
Op welk moment in de strafrechtketen ontstaan deze fouten precies en waar ligt de
primaire verantwoordelijkheid voor het voorkomen daarvan? Is sprake van een structurele
systeemfout en is hiervoor eerder intern gewaarschuwd?
Antwoord 4
De problematiek kent verschillende oorzaken. Om te beginnen aan de voorkant van de
keten. Daar kunnen verdachten onjuiste of onvolledige gegevens verstrekken die op
dat moment niet kunnen worden geverifieerd. Ook kunnen fouten in de registraties ontstaan
vanwege verschrijvingen of administratieve vergissingen. Later in het proces, zo leert
de praktijk, komen er pas voor het eerst kwalitatief betere identiteitsgegevens beschikbaar
(zoals vingerafdrukken). De registraties worden dan indien nodig geactualiseerd. Dat
vergt nader ID-onderzoek. Een dergelijk onderzoek neemt veel tijd in beslag en duurt
soms langer dan de periode van vervolging/berechting. Hierdoor kunnen fouten lange
tijd in de registraties blijven staan en komt pas na het vonnis informatie beschikbaar
op basis waarvan wordt geconstateerd dat de tenaamstelling onjuist is. In andere gevallen
wordt bij de vervolging (uitbrengen dagvaarding) en berechting (vonnis) niet altijd
gewerkt met de meest actuele tenaamstelling, en wordt de identiteit van de verdachte
op die momenten niet daadwerkelijk geverifieerd. Bovendien kent de strafrechtketen
op dit moment geen structureel herstelproces om deze fouten proactief te herstellen.
Het voorkomen van nieuwe fouten is één van de vier pijlers van de aanpak. Dat laat
onverlet dat hier sprake is van een ketenbreed vraagstuk: de oorsprong ligt vaak vroeg
in het proces, maar ook in latere fasen moeten signalen tijdig worden onderkend, geverifieerd
en verwerkt. Daarom wordt samen met ketenpartners in kaart gebracht waar processen
rond identiteitsvaststelling kunnen worden versterkt, zodat nieuwe gevallen worden
voorkomen. Tegelijkertijd is het belangrijk om in te zien dat onzekerheid rondom de
identiteit van een verdachte inherent is aan het strafproces. Dat houdt verband met
het kernbeginsel dat de verdachte niet verplicht is mee te werken aan de eigen veroordeling,
maar ook aan de wisselende betrouwbaarheid van de op dat moment beschikbare identiteitsgegevens.
Een volledig foutloze keten is niet realistisch; er zal sprake blijven van menselijke
invoerfouten en situaties waarin, bijvoorbeeld vanwege het ontbreken van gegevens,
identiteiten in de praktijk niet zijn vast te stellen.
Het belang van de strafrechtspleging vergt dat er wordt gewerkt met de beste op dat
moment beschikbare gegevens. Daarom wordt ingezet op zo snel mogelijke signalering
en correctie binnen de wettelijke kaders. Dit is nadrukkelijk een ketenopgave. Daarom
gebeurt dit in samenwerking met onder meer het OM, de Rechtspraak, de Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad, DJI, CJIB, Politie en KMAR. Ook de migratieketen en de burgerketen
zijn betrokken.
Vraag 5
Klopt het dat eenmaal foutief gekoppelde persoonsgegevens automatisch doorwerken in
gekoppelde justitiële databanken? Zo ja, welke systemen zijn daarbij betrokken en
hoe verhoudt deze automatische doorwerking zich tot het beginsel van juistheid van
persoonsgegevens zoals neergelegd in de Algemene verordening gegevensbescherming?
Antwoord 5
De Strafrechtketendatabank (SKDB) verwerkt identiteitsgegevens mede op basis van authentieke
of gezaghebbende bronregistraties, waaronder in elk geval de Basisregistratie Personen
en, voor zover relevant, de Basisvoorziening Vreemdelingen. Wijzigingen in dergelijke
bronregisters kunnen doorwerken in de SKDB om identiteitsgegevens te actualiseren
en ketenprocessen te ondersteunen. Of en hoe die doorwerking vervolgens effect heeft
in andere ketenprocessen of registraties, hangt af van de aard van de wijziging, de
betrokken systemen en de noodzakelijke beoordeling van de gevolgen daarvan.
Een beperkt aantal van de aan de SKDB gekoppelde organisaties valt onder de werking
van de AVG. Voor andere organisaties geldt dat de Wet Politiegegevens (Wpg) of de
Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) van toepassing zijn, die overigens
vergelijkbare bepalingen kennen ten aanzien van de verantwoordelijkheid voor de juistheid
van de te verwerken persoonsgegevens. Die stelsels kennen ieder eigen regels over
de juistheid, zorgvuldigheid en – waar nodig – correctie van persoonsgegevens. De
geautomatiseerde doorwerking van brongegevens ontslaat betrokken organisaties dus
niet van hun verantwoordelijkheid om, binnen het voor hen geldende wettelijke kader,
onjuistheden te corrigeren wanneer die blijken.
Vraag 6
Klopt het dat het corrigeren van foutief gekoppelde persoonsgegevens in de praktijk
wordt bemoeilijkt doordat wijzigingen automatisch doorwerken in andere systemen? Deelt
u de mening dat systeemtechnische beperkingen nooit een rechtvaardiging mogen vormen
om onjuiste strafrechtelijke registraties in stand te houden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Ik ben van mening dat systeemtechnische beperkingen nooit zouden mogen leiden tot
het in stand houden van onjuiste strafrechtelijke registraties. Juist om die reden
heeft de Matching Autoriteit de wettelijke taak (Wivvg) de leidende administratieve
identiteit van verdachten en veroordeelden te bepalen. Deze identiteit wordt binnen
de strafrechtketen gedeeld en vervolgens in alle fasen van het strafproces gebruikt.
Door het centraal beheer en onderhoud van identiteitsgegevens in de strafrechtketen
en het eenduidig gebruik hiervan in de keten(-systemen), kunnen de uniformiteit van
gegevens, dataconsistentie en de mogelijkheid tot integraal herstel (na constatering
onjuiste tenaamstelling) worden geborgd. Dat neemt niet weg dat herstel in de praktijk
per systeem en per rechtsgevolg verschillende handelingen kan vergen. Juist daarom
is van belang dat onjuiste registraties niet alleen technisch, maar ook juridisch
en procesmatig zorgvuldig kunnen worden hersteld. Om die reden is begin dit jaar een
wijziging in de systemen gerealiseerd waardoor het mogelijk is geworden om geautomatiseerd
doorgevoerde wijzigingen weer terug te draaien.
Vraag 7
Bestaat er binnen de justitiële keten onduidelijkheid over wie bevoegd is om fouten
in strafrechtelijke vonnissen en de daaraan gekoppelde registraties te herstellen?
Zo ja, hoe beoordeelt u het feit dat geen eenduidige herstelbevoegdheid is vastgelegd
terwijl dergelijke fouten verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor de rechtspositie
van burgers?
Antwoord 7
Er bestond inderdaad onzekerheid omtrent de herstelbevoegdheden. Deze onzekerheid
is inmiddels in belangrijke mate verduidelijkt door het ontwikkelde Toetsings- en
handelingskader dat de rechtstatelijke bevoegdheidsgrenzen expliciet maakt. Dat kader
is conform toezegging in Q1 definitief vastgesteld en wordt in de komende tijd verder
geoperationaliseerd in de uitvoeringspraktijk. Met dit kader wordt de werkwijze rond
de registratie van onherroepelijke vonnissen in geval van twijfel over de tenaamstelling,
heringericht. Dit kader is gebaseerd op een door deskundigen in- en extern gevalideerde
juridische grondslag. Daarbij geldt als uitgangspunt dat correctie van registraties
onder omstandigheden mogelijk is, maar dat wijziging van een onherroepelijk rechterlijk
oordeel uitsluitend door de rechter zelf kan worden gedaan.
Vraag 8
Hoeveel burgers hebben aantoonbaar nadeel ondervonden van onjuiste registraties in
justitiële systemen, bijvoorbeeld bij de aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag,
bij werk- of veiligheidsscreening, in opsporingsonderzoeken, detentie of verblijfsrechtelijke
procedures? In hoeveel gevallen hebben foutieve naamkoppelingen ertoe geleid dat veroordeelde
personen niet (tijdig) zijn gedetineerd of ten onrechte op vrije voeten zijn gebleven?
Antwoord 8
In de Kamerbrief van 10 november 20253 is melding gemaakt van vier gevallen waarin foutieve tenaamstelling aan de orde
was. In twee van die gevallen zijn personen bij identiteitscontrole gedetineerd geweest;
nadat bleek dat zij niet de dader waren, zijn zij in vrijheid gesteld. Of er in meer
zaken sprake is geweest van benadeling van burgers zal moeten blijken uit de lopende
analyse van de overige zaken waarin er aanwijzingen zijn dat er sprake was van een
foutieve tenaamstelling in een vonnis.
Ook is aangegeven dat in 8 gevallen waarin binnen de onderzochte groep een VOG-aanvraag
aan de orde was, de nieuwe informatie niet tot een ander oordeel zou hebben geleid.
Zoals ik u in de Kamerbrief van 10 november 2025 heb laten weten bleek uit de op dit
moment nog lopende toetsing en afhandeling van de geregistreerde zaken op basis van
het toetsings- en handelingskader, dat er sprake is van in elk geval één situatie
waarin een straf niet ten uitvoer is gelegd als gevolg van een foutief te naam gesteld
vonnis.4 In deze zaak kon het vonnis niet worden betekend als gevolg van onvindbaarheid en
staat de veroordeelde om die reden gesignaleerd.
In z’n algemeenheid geldt dat zodra er concrete aanwijzingen zijn dat een foutieve
tenaamstelling leidt tot het risico dat een straf niet ten uitvoer is gelegd, dat
signaal met ketenpartners – zoals het openbaar ministerie – wordt opgepakt. Mocht
blijken van niet ten uitvoer gebrachte straffen, dan bezien de betrokken organisaties
of alsnog tot tenuitvoerlegging kan worden overgegaan.
Vraag 9
Hoeveel verzoeken tot correctie van onjuist verwerkte persoonsgegevens zijn sinds
2010 ingediend, hoeveel daarvan zijn toegewezen en hoeveel afgewezen, en op welke
gronden zijn deze verzoeken afgewezen?
Antwoord 9
Op de door u gestelde vraag kan geen antwoord worden gegeven, omdat cijfermateriaal
vanaf 2010 niet beschikbaar is. Het gevraagde, namelijk onjuist verwerkte persoonsgegevens,
is daarbij een ander begrip en veel breder dan een «onjuiste tenaamstelling». Daarnaast
kan een verzoek tot correctie betrekking hebben op verschillende onderdelen van de
registratie van (persoons-)gegevens in de SKDB en niet uitsluitend op de correctie
van de personalia van een betrokkene. Dat neemt niet weg dat ik zal bezien hoe de
registratie van dergelijke signalen, verzoeken en afdoeningen vanaf nu eenduidiger
kan plaatsvinden, zodat hierover in de toekomst beter kan worden gerapporteerd.
Vraag 10
Erkent u dat het ten onrechte registreren van burgers als crimineel een ernstige aantasting
kan vormen van hun rechtspositie, reputatie en grondrechten? Zo ja, welke concrete
maatregelen gaat u nemen om alle foutieve registraties actief op te sporen, gedupeerde
burgers te informeren en hen adequaat te compenseren?
Antwoord 10
Het is van groot maatschappelijk belang dat de identiteit van verdachten in het strafproces
juist wordt vastgesteld, om te voorkomen dat onschuldigen nadeel ondervinden of dat
daders hun straf ontlopen. Uit de rapportage van de Algemene Rekenkamer (ARK) in mei
2025 en de daarop volgende brieven aan uw Kamer5 blijkt dat het in het verleden niet altijd goed is gegaan
Om deze problematiek structureel en rechtstatelijk op te lossen, wordt momenteel een
plan van aanpak uitgevoerd waarvan de hoofdlijnen eerder met uw Kamer zijn gedeeld.
Kort samengevat bestaat dat uit:
a. Het ontwikkelen van een duidelijk en toepasbaar toetsings- en handelingskader voor
de MA aan de hand waarvan de medewerkers van Justid concrete handvatten hebben om
voorkomende gevallen af te handelen.
b. Het toetsen en afhandelen door de Matching Autoriteit van de bijgehouden zaken en
eventuele nieuwe zaken op basis van het toetsings- en handelingskader.
c. Het zoveel mogelijk voorkomen van fouten bij de identiteitsvaststelling in de strafrechtketen,
waarbij met de strafrechtketenpartners in kaart wordt gebracht waar nog verbeteringen
in de processen mogelijk zijn om het aantal nieuwe zaken waarbij het vonnis op de
verkeerde naam terecht komt, zo klein mogelijk te maken.
d. Het bezien of er via wetswijziging aanvullende herzieningsprocedures al dan niet bij
de rechter kunnen worden gecreëerd die minder capaciteit- en tijdrovend zijn. Ook
worden zo mogelijk rechtsingangen gecreëerd voor burgers die nadelige gevolgen ondervinden
van een onjuiste tenaamstelling.
Daarbij wordt niet alleen ingezet op het voorkomen van nieuwe gevallen en het beoordelen
van bekende zaken, maar ook op het zo veel mogelijk in beeld brengen van gevallen
waarin burgers concreet nadeel hebben ondervonden. Waar daar aanleiding toe bestaat,
wordt bezien of en hoe betrokkenen actief kunnen worden benaderd en welke passende
herstel- of schadetrajecten openstaan. Daarnaast kunnen burgers die menen nadeel te
ondervinden van een onjuiste overheidsregistratie zich melden via onder andere het
Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties; bezien wordt hoe deze route in dit dossier zo toegankelijk mogelijk kan worden gemaakt.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.