Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Abdi over massale fouten in vonnissen
Vragen van het lid Abdi (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over massale fouten in vonnissen (ingezonden 24 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 16 april
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1361.
Vraag 1
Kent u het bericht dat het aantal naamfouten in strafvonnissen veel groter is dan
tot nu toe bekend was en dat volgens klokkenluiders de betrokken administratiedienst
Justid jarenlang onwettig gegevens heeft aangepast?1 Zo ja, klopt dit bericht?
Antwoord 1
Ik ken de berichtgeving en de problematiek. Het in de mediaberichtgeving genoemde
aantal van circa 50.000 onjuiste naamkoppelingen kan ik op basis van de nu beschikbare
analyses niet bevestigen. Verschillende grootheden (identiteitsvaststelling in het
strafvorderlijke proces versus onjuiste tenaamstelling in een onherroepelijk vonnis)
lopen in de berichtgeving door elkaar.
Over de vraag dat «jarenlang onwettig gegevens zijn aangepast» is uw Kamer eerder
geïnformeerd in de genoemde brief van 28 mei 2025.2 Zoals u bekend is in Q1 een toetsings- en handelingskader voor de Matchingsautoriteit
(MA) vastgesteld, op basis waarvan de medewerkers van de MA, conform de rechtstatelijke
bevoegdheidsgrenzen, de afweging kunnen maken of correctie van kennelijke fouten mag.
Met dit kader wordt de werkwijze rond de registratie van onherroepelijke vonnissen
in geval van twijfel over de tenaamstelling, heringericht.
Vraag 2
Klopt de veronderstelling dat het aantal naamfouten in vonnissen mogelijk zo’n 50.000
gevallen betreft? Wat bent u van plan om hierop te ondernemen?
Antwoord 2
Het in de mediaberichtgeving aangegeven aantal zaken herken ik niet. In eerdere brieven
aan uw Kamer is toegelicht dat de rechtspraak jaarlijks uitspraak doet in ruim 85.000
strafzaken en dat verreweg in de meeste zaken de straf op de juiste naam wordt opgelegd.
Daarnaast is uiteengezet dat de Matching Autoriteit (MA) van de Justitiële Informatiedienst
(Justid) jaarlijks voor meer dan 175.000 personen die door de organisaties in de strafrechtketen
worden geregistreerd in de strafrechtketen-database (SKDB), de leidende administratieve
identiteit vaststelt. In ongeveer 14.000 gevallen per jaar is een extra beoordeling
van de identiteitsgegevens nodig. Deze cijfers zien op identiteitsvaststelling en
correcties gedurende het gehele strafvorderlijke proces en zijn niet één-op-één te
vertalen naar naamfouten in strafvonnissen.
Jaarlijks blijkt bij ongeveer 50 zaken dat na het onherroepelijk worden van een strafvonnis,
er signalen zijn dat er een probleem is met de vastgestelde identiteit, waardoor mogelijk
sprake is van een onjuist te naam gesteld vonnis. Daarover is aan uw Kamer gemeld
dat dit sinds 2014 tot medio mei 2025 867 zaken betrof. Over 2025 zijn nu 36 zaken
geïdentificeerd.
Om deze problematiek structureel en rechtstatelijk op te lossen, wordt momenteel een
plan van aanpak uitgevoerd waarvan de hoofdlijnen eerder met uw Kamer zijn gedeeld.
Kort samengevat bestaat dat uit:
a. Het ontwikkelen van een duidelijk en toepasbaar toetsings- en handelingskader voor
de MA aan de hand waarvan de medewerkers van Justid concrete handvatten hebben om
voorkomende gevallen af te handelen.
b. Het toetsen en afhandelen door de MA van de bijgehouden zaken en eventuele nieuwe
zaken op basis van het toetsings- en handelingskader.
c. Het zoveel mogelijk voorkomen van fouten bij de identiteitsvaststelling in de strafrechtketen,
waarbij met de strafrechtketenpartners in kaart wordt gebracht waar nog verbeteringen
in de processen mogelijk zijn om het aantal nieuwe zaken waarbij het vonnis op de
verkeerde naam terecht komt, zo klein mogelijk te maken.
d. Het bezien of via wetswijziging de mogelijkheden kunnen worden verbeterd om onherroepelijke
vonnissen met een onjuiste tenaamstelling te corrigeren.
De uitvoering van het plan van aanpak wordt aangestuurd door een programmadirecteur.
Op 10 november 2025 is uw Kamer nog geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering
van het plan van aanpak.3
Vraag 3
Hoe vindt u dit zich verhouden tot het fundamentele uitgangspunt dat de strafrechter,
en niet een uitvoerende dienst zoals Justid, rechtens vaststelt wie voor welk strafbaar
feit verantwoordelijk gehouden wordt?
Antwoord 3
Dit uitgangspunt onderschrijf ik: het is de strafrechter die vaststelt wie voor welk
strafbaar feit verantwoordelijk is en welke straf of maatregel wordt opgelegd. Justid
(en de Matching Autoriteit daarbinnen) stelt dit niet vast, maar zorgt voor een juiste
verwerking en vindbaarheid van de identiteit in de ketenregistraties, op basis van
de beschikbare bronnen en brondocumenten. Zie aanvullend mij antwoorden op de vragen 1
en 2.
Vraag 4
Zijn er daadwerkelijk betrokkenen door dit soort fouten onterecht in detentie genomen?
Zo ja, om hoeveel mensen gaat het? Bent u bereid om per omgaande te onderzoeken of
er hierdoor mensen onterecht gedetineerd zijn en hoe gaat u om met de concrete gevolgen
van deze onterechte detenties? Op welke materiële/immateriële ondersteuning kunnen
onterecht gedetineerde mensen rekenen?
Antwoord 4
In de brief van 10 november 2025 informeerde mijn ambtsvoorganger uw Kamer over twee
specifieke gevallen waarin personen als gevolg van een foutieve tenaamstelling in
een vonnis, tijdens het controleren van hun identiteit kort gedetineerd zijn geweest.
Nadat kon worden vastgesteld dat het niet ging om de betreffende dader, zijn zij in
vrijheid gesteld.
Het voorkomen en zo nodig direct beëindigen van nadelige gevolgen voor onschuldigen
heeft prioriteit. Daarom worden signalen over mogelijke foutieve tenaamstellingen
met voorrang opgepakt en wordt – waar nodig – met ketenpartners gehandeld om gevolgen
in strafrechtelijke procedures en de tenuitvoerlegging te voorkomen of te stoppen.
Voor eventuele materiële en immateriële gevolgen geldt dat bestaande wettelijke routes
voor compensatie/schadevergoeding leidend zijn en dat dit per geval wordt beoordeeld.
Betrokkenen worden daarbij zo nodig ondersteund met informatie om de juiste route
te kunnen benutten.
Vraag 5
Hoeveel mensen zijn als gevolg van deze praktijk ten onrechte op vrije voeten gebleven?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat het recht alsnog zijn beloop neemt?
Antwoord 5
Zoals ik u in de Kamerbrief van 10 november 2025 heb laten weten bleek uit de op dit
moment nog lopende toetsing en afhandeling van de geregistreerde zaken op basis van
het toetsings- en handelingskader, dat er sprake is van in elk geval één situatie
waarin een straf niet ten uitvoer is gelegd als gevolg van een foutief te naam gesteld
vonnis.4 In deze zaak staat de veroordeelde wel gesignaleerd.
In z’n algemeenheid geldt dat zodra er concrete aanwijzingen zijn dat een foutieve
tenaamstelling leidt tot het risico dat een straf niet ten uitvoer is gelegd, dat
signaal met ketenpartners – zoals het openbaar ministerie – wordt opgepakt. Mocht
blijken van niet ten uitvoer gebrachte straffen, dan bezien de betrokken organisaties
of alsnog tot tenuitvoerlegging kan worden overgegaan.
Waar nodig worden registraties hersteld binnen de bevoegdheidsgrenzen en worden bestaande
mogelijkheden binnen de rollen en verantwoordelijkheden van de ketenpartners benut.
Dat geldt ook voor bestaande wegen naar de rechter als het vonnis zelf moet worden
herzien. Doel is dat het recht zijn beloop kan nemen, met waarborgen voor rechtsbescherming
en rechtmatigheid.
Vraag 6, 7 en 8
Klopt het dat eerdere signalen van medewerkers zijn genegeerd? En wat is er gedaan
met de onderzoeken van de Algemene Rekenkamer en de Auditdienst Rijk? Is er intern
onderzoek gedaan naar deze naamfouten?
Klopt het dat sprake is van een angstcultuur bij Justid? Zo ja, wat vindt u hiervan?
Bent u van plan te onderzoeken of er daadwerkelijk sprake is geweest van een angstcultuur
bij Justid? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u de Kamer over uw bevindingen informeren?
Bent u bereid om onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de sociale veiligheid
op de werkvloer van Justid en hoe klokkenluiders beschermd worden?
Antwoord 6, 7 en 8
De Auditdienst Rijk (ADR) heeft een evaluatieonderzoek uitgevoerd naar de vraag waarom
het in eerdere antwoorden toegelichte vraagstuk in de afgelopen jaren onopgelost is
gebleven. Het ADR-rapport heeft verschillende oorzaken geconstateerd. Een ervan is
dat medewerkers die het probleem aankaartten onvoldoende gehoord werden. De ADR deed
18 aanbevelingen voor maatregelen om de kans te vergroten dat in de toekomst sneller
op onvolkomenheden wordt gereageerd. In de brief van 19 december 2025 aan uw Kamer
is aangegeven dat de aanbevelingen van de ADR zullen worden uitgevoerd. Inmiddels
zijn de acties in gang gezet. Onder andere wordt ervoor gezorgd dat er binnen Justid
meer oog is voor zorgen van medewerkers en dat drempels voor meldingen van medewerkers
worden weggenomen.
Gelet hierop is aanvullend (onafhankelijk) onderzoek naar sociale veiligheid en de
bescherming van melders niet nodig.
Vraag 9
Hoe gaat u ervoor zorgen dat dergelijke fouten voortaan worden voorkomen?
Antwoord 9
Het voorkomen van nieuwe fouten is een expliciete pijler van de aanpak. Samen met
ketenpartners wordt in kaart gebracht waar al aan het begin van de strafrechtketen
processen rond identiteitsvaststelling kunnen worden versterkt, zodat nieuwe gevallen
worden voorkomen. Tegelijkertijd geldt dat een volledig foutloze keten niet realistisch
is, bijvoorbeeld door menselijke invoerfouten. Daarom wordt blijvend ingezet op zo
snel mogelijke signalering en correctie binnen de wettelijke kaders. Dit is nadrukkelijk
een ketenopgave. Daarom gebeurt dit in samenwerking met onder meer het OM, de Rechtspraak,
de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, DJI, CJIB, Politie en KMAR. Ook de vreemdelingenketen
is betrokken.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.