Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ellian over het bericht ‘Klokkenluiders slaan alarm over massale fouten in vonnissen: onschuldigen in cel gegooid en daders ontlopen hun straf’.
Vragen van het lid Ellian (VVD) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het bericht «Klokkenluiders slaan alarm over massale fouten in vonnissen: onschuldigen in cel gegooid en daders ontlopen hun straf» (ingezonden 25 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 16 april
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1365.
Vraag 1
Bent u bekend het bericht «Klokkenluiders slaan alarm over massale fouten in vonnissen:
onschuldigen in cel gegooid en daders ontlopen hun straf»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de signalen dat er mogelijk 50.000 gevallen zijn waarin signalen
waren over foutieve tenaamstellingen in onherroepelijke vonnissen en hoe verhoudt
dit tot de 876 strafzaken die tot nu toe bekend waren?
Antwoord 2
Het in de mediaberichtgeving aangegeven aantal zaken herken ik niet. In eerdere brieven
aan uw Kamer is toegelicht dat de rechtspraak jaarlijks uitspraak doet in ruim 85.000
strafzaken en dat verreweg in de meeste zaken de straf op de juiste naam wordt opgelegd.2 Daarnaast is uiteengezet dat de Matching Autoriteit van de Justitiële Informatiedienst
(Justid) jaarlijks voor meer dan 175.000 personen de leidende administratieve identiteit
vaststelt en dat in ongeveer 14.000 gevallen per jaar een extra beoordeling nodig
is. Deze cijfers zien op identiteitsvaststelling en correcties in het proces en zijn
niet één-op-één te vertalen naar naamfouten in strafvonnissen.
De problematiek waar de grootste risico’s voor burgers en voor de uitvoering van straffen
zitten, betreft de gevallen waarin na het onherroepelijk worden van een strafvonnis,
blijkt dat er signalen zijn dat er een probleem is met de vastgestelde identiteit
en daardoor een mogelijk onjuiste tenaamstelling. Daarover is aan uw Kamer gemeld
dat dit zich gemiddeld zo’n 50 keer per jaar voordoet.
Vraag 3
In hoeveel gevallen is tot nu toe bekend dat een straf geheel of gedeeltelijk aan
de onjuiste persoon ten uitvoer is gelegd? Om welke delicten ging dit?
Antwoord 3
In de brief van 10 november 2025 informeerde mijn ambtsvoorganger uw Kamer over vier
extra gevallen waarin sprake is van een foutieve tenaamstelling in een vonnis.3 Het ging in deze zaken om het opzettelijk gebruik maken van een vals ID-bewijs (rijbewijs),
poging tot diefstal in vereniging met inbraak, diefstal in vereniging en mishandeling
en openlijke geweldspleging. In twee van deze gevallen zijn personen tijdens het controleren
van hun identiteit kort gedetineerd geweest. Nadat kon worden vastgesteld dat het
niet ging om de betreffende dader, zijn zij in vrijheid gesteld. Ook de andere twee
zaken zijn toegevoegd aan de lijst van zaken die ter correctie van de gegevens worden
getoetst en behandeld.
Vraag 4
In hoeveel gevallen zijn daders onterecht vrijuit gegaan als gevolg van de foutieve
tenaamstellingen? Om welke delicten ging dit?
Antwoord 4
Zoals ik u in de Kamerbrief van 10 november 2025 heb laten weten bleek uit de op dit
moment nog lopende toetsing en afhandeling van de geregistreerde zaken op basis van
het toetsings- en handelingskader, dat er sprake is van in elk geval één situatie
waarin een straf niet ten uitvoer is gelegd als gevolg van een foutief te naam gesteld
vonnis.4 In deze zaak kon het vonnis niet worden betekend als gevolg van onvindbaarheid en
staat de veroordeelde om die reden gesignaleerd.
In z’n algemeenheid geldt dat zodra er concrete aanwijzingen zijn dat een foutieve
tenaamstelling leidt tot het risico dat een straf niet ten uitvoer is gelegd, dat
signaal met ketenpartners – zoals het openbaar ministerie – wordt opgepakt. Mocht
blijken van niet ten uitvoer gebrachte straffen, dan bezien de betrokken organisaties
of alsnog tot tenuitvoerlegging kan worden overgegaan.
Vraag 5
Hoelang zijn de daders die vrijuit zijn gegaan als gevolg van de foutieve tenaamstellingen
al op vrije voeten en welke acties bent u voornemens te ondernemen om deze groep alsnog
hun straf te laten ondergaan?
Antwoord 5
Zie het antwoord op vraag 4.
Vraag 6
Bent u bereid om aanvullend onderzoek te doen naar de signalen dat de aantallen van
onjuiste tenaamstellingen mogelijk veel groter zijn dan eerder was onderzocht?
Antwoord 6
Justid doet momenteel aanvullend onderzoek naar de vraag of en in hoeverre ook andere
historische zaken nog kunnen worden achterhaald.
Vraag 7
Wat vindt u ervan dat medewerkers zich niet vrij hebben gevoeld te kunnen praten met
de onderzoekers van de Algemene Rekenkamer en de Auditdienst Rijk en acht u aanvullend
onderzoek naar zowel de aard, ernst en omvang van de fouten en de werkcultuur passend?
Zo ja/nee, waarom?
Antwoord 7
Recent is door de Auditdienst Rijk (ADR) een evaluatieonderzoek uitgevoerd naar de
vraag waarom het vraagstuk over de foutieve tenaamstelling van reeds onherroepelijke
vonnissen in de afgelopen jaren onopgelost is gebleven. De ADR heeft verschillende
oorzaken geconstateerd. Een ervan is dat medewerkers die het probleem aankaartten
onvoldoende gehoord werden. De ADR deed 18 aanbevelingen voor maatregelen om de kans
te vergroten dat in de toekomst sneller op onvolkomenheden wordt gereageerd. In de
brief van 19 december 2025 is aangegeven dat de aanbevelingen van de ADR worden uitgevoerd.
Inmiddels zijn de acties voortvarend en zorgvuldig opgepakt. Zo wordt er bijvoorbeeld
voor gezorgd dat er binnen Justid meer oog is voor zorgen van medewerkers en dat drempels
voor meldingen van medewerkers worden weggenomen.
Gelet hierop is aanvullend (onafhankelijk) onderzoek naar sociale veiligheid en de
bescherming van melders niet nodig.
Vraag 8
Kunt u deze vragen binnen drie weken afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Antwoord 8
Dat is helaas niet gelukt.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.