Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Podt over het NOS-bericht ‘Nederland moet meer doen voor rechten van vrouwen, zeggen VN’
Vragen van het lid Podt (D66) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Nederland moet meer doen voor rechten van vrouwen, zeggen VN» (ingezonden 3 maart 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
15 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1469.
Vraag 1
Deelt u de kritiek van het VN-comité dat Nederland op dit moment onvoldoende doet
om de rechten van vrouwen te beschermen?1
Antwoord 1
Het kabinet neemt de aansporing die volgt uit de concluding observations van het Committee on the Elimination of Discrimination against Women (CEDAW-comité) ter harte. Samen met de Ministers van SZW, JenV en VWS kom ik met
een kabinetsreactie. En uiteraard zult u de aansporing terugzien in de Emancipatienota
2026.
Vraag 2
Welke aansporingen uit het rapport ziet u als belangrijke prioriteiten voor de emancipatie-agenda
van de komende tijd?
Antwoord 2
De concluding observations bevatten aanbevelingen op veel verschillende gebieden, waaronder veiligheid, gezondheid
en economische onafhankelijkheid. Ik ga hierover met mijn collega’s in het kabinet
en het maatschappelijk middenveld in gesprek. Concrete beleidsvoornemens leest u terug
in de emancipatienota, die ik in september aan uw Kamer stuur.
Vraag 3
Ziet u mogelijkheden om wetgeving te moderniseren door de structurele aard van geweld
tegen vrouwen expliciet te erkennen en past dit binnen de uitvoering van het Nationaal
Actieplan nu concreet wordt ingezet op de aanpak van femicide en vrouwenhaat?
Antwoord 3
Ja. Het kabinet ziet mogelijkheden om wetgeving verder te versterken als het gaat
om het voorkomen en bestrijden van (seksueel) geweld tegen vrouwen. Voor de implementatie
van de Europese richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld
(Richtlijn (EU) 2024/1385) wordt momenteel een wetswijziging voorbereid met zowel
strafrechtelijke aanpassingen als wijzigingen in andere wetgeving, waaronder de Wet
maatschappelijke ondersteuning 2015.
Vanuit de EU-richtlijn geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld komt er ook een nationaal
actieplan gericht op geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling.
Dit zal in eerste aanleg vooral gaan om een beleidskader en beleidsacties die vertaald
moeten worden naar concrete uitvoering.
Vraag 4
Vindt u dat financiële zelfstandigheid van vrouwen een belangrijke prioriteit zou
moeten zijn binnen het emancipatiebeleid en zou het wettelijk verankeren van de aanpak
van «economisch geweld» of dit op een andere wijze opnemen in het emancipatiebeleid
hierbij kunnen helpen?
Antwoord 4
Emancipatiebeleid gaat om veiligheid, gezondheid en financiële onafhankelijkheid.
Dat leidt immers tot vrijheid en gelijkwaardigheid. Ook onderschrijft het kabinet
het belang van het wettelijk verankeren van de aanpak van economisch geweld. Dit wordt
meegenomen in het wetsvoorstel in het kader van de implementatie van de Europese richtlijn
ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Het gaat hierbij om
het wijzigen van de begripsomschrijving van huiselijk geweld in artikel 1.1.1 van
de WMO2015.
Vraag 5
Welke stappen kan het kabinet samen met werkgevers zetten om, naast alle stappen die
de komende tijd worden gezet om werken meer lonend te maken en kinderopvang bijna
gratis te maken, te zorgen voor een moderne werkcultuur waarin ouderschapsverlof voor
mannen de norm is?
Antwoord 5
Gelijkwaardige werk- en zorgverdeling tussen ouders is belangrijk om vrouwenemancipatie
te bevorderen. De mate waarin verlof daaraan bijdraagt wordt momenteel geëvalueerd
in opdracht van de Minister van SZW. De resultaten worden verwacht in de eerste helft
van 2026 en zullen duidelijk maken of en hoe eventuele nadere aandacht voor normverandering
op het werk noodzakelijk is. Hieraan zal ik ook aandacht besteden in de Emancipatienota.
Vraag 6
Zijn er maatregelen denkbaar, naast de voorgenomen voortzetting van de aanpak «Samen
Tegen Mensenhandel», om kwetsbare groepen beter uit handen te houden van uitbuiters
en zo de zorgen in het rapport beter te adresseren?
Antwoord 6
Om kwetsbare groepen beter uit handen te houden van uitbuiters worden, naast de maatregelen
uit het Actieplan Samen tegen Mensenhandel, verschillende maatregelen genomen.
Ten eerste wordt er ingezet op het benaderen van potentiële slachtoffers van criminele
uitbuiting op verschillende social media platformen via online outreach. Daarnaast wordt ingezet op het programma «Preventie met gezag» waarmee het kabinet
wil voorkomen dat kwetsbare minderjarigen de criminaliteit in gaan en daar steeds
verder in verstrikt raken.
Ten tweede is er specifieke aandacht voor jonge asielzoekers. COA-medewerkers worden
getraind in het herkennen van signalen van uitbuiting en in de COA-opvang is voor
Alleenstaande Minderjarige Vluchtelingen (AMV) 24 uur per dag begeleiding aanwezig
en geldt een meldplicht. Jonge asielzoekers van wie wordt vermoed dat zij slachtoffer
van mensenhandel zijn, worden in de Beschermde Opvang geplaatst. Dit is een aparte
opvanglocatie waar gewerkt wordt aan weerbaarheid en zelfredzaamheid.
Ten derde zijn er ook enkele maatregelen die buiten het Actieplan worden genomen en
tot doel hebben kwetsbare groepen uit handen te houden van uitbuiters. Het kabinet
hecht eraan te benadrukken dat het Actieplan zich juist richt op kwetsbare groepen,
zoals minderjarigen, en dat in dat kader ook veel maatregelen worden genomen.
Vraag 7
Wat is de stand van zaken van de implementatie van de herziening van artikel 273f
van het wetboek van strafrecht en in hoeverre kan deze hierbij helpen?
Antwoord 7
Het wetsvoorstel uitbreiding en modernisering strafbaarstelling mensenhandel (273f
Sr) ligt op dit moment bij de Eerste Kamer. De tweede nota n.a.v. het verslag2 is op 26 maart 2026 met de Eerste Kamer gedeeld. De Eerste Kamer beslist op korte
termijn hoe zij het wetsvoorstel wenst te behandelen. Met het wetsvoorstel wordt de
strafrechtelijke aanpak van mensenhandel effectiever gemaakt, waardoor de vervolging
van daders én de bescherming van slachtoffers verbetert. Dit zorgt ervoor dat ook
kwetsbare groepen beter worden beschermd tegen uitbuiters.
Vraag 8
Welke stappen kunnen worden gezet in samenwerking met de regeringen van het Caribisch
deel van het Koninkrijk om te zorgen dat vrouwenrechten daar overal op hetzelfde niveau
worden beschermd, zodat de inzet voor gelijkwaardigheid overal in het Koninkrijk voelbaar
is?
Antwoord 8
Via het samenwerkingsverband No Mas No More werken de verschillende regeringen van het Koninkrijk aan een gezamenlijke aanpak
gericht op het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld en geweld tegen vrouwen
in Caribisch Nederland en de landen van het Koninkrijk. Bij de uitwerking van de Emancipatienota
bekijk ik ook eventuele andere mogelijkheden tot samenwerking met de andere landen
van het Koninkrijk.
Vraag 9
Hoe kunnen we de waardevolle en vaak onzichtbare rol van vrouwen op boerenbedrijven
de erkenning geven die zij verdienen en op welke wijze past dit in de samenwerking
met boerenorganisaties en de verduurzaming van de landbouwsector die het kabinet voorstaat?
Antwoord 9
De VN hebben 2026 uitgeroepen tot year of the female farmer. LVVN werkt aan het vergroten van kennis en bewustwording over de waardevolle en
diverse bijdrage van vrouwen aan de landbouw. Daarbij werkt het departement nauw samen
met vertegenwoordigende organisaties zoals LTO Vrouw en Bedrijf, en ondersteunt LVVN
bijvoorbeeld het netwerk Vrouwen en Voedsel, dat jaarlijks een evenement organiseert
rondom internationale vrouwendag.
Vraag 10
Hoe gaat u borgen dat wetenschappelijke kennis over gender en intersectionaliteit
een standaard onderdeel wordt van elk nieuw beleidstraject?
Antwoord 10
Er is Rijksbreed afgesproken om bij elk beleidstraject het Beleidskompas te doorlopen.
De Kwaliteitseis Effecten op Gendergelijkheid maakt hier een verplicht onderdeel van
uit. Bij alle departementen wordt er met regelmaat aandacht gevraagd voor het doorlopen
van het Beleidskompas inclusief de Kwaliteitseis.
Vraag 11
Ziet u mogelijkheden om de veiligheid van vrouwelijke politici te verhogen en hoe
sluit dit aan bij de ambities waarbij wordt gewerkt aan de ondersteuning van vrouwelijke
rolmodellen en initiatieven als «Vrouwen naar de top»?
Antwoord 11
Dit kabinet wil een gelijkwaardige positie van vrouwen in onder meer het bedrijfsleven
en in het openbaar bestuur. Dit doet we onder andere met steun aan initiatieven voor
meer vrouwen in de top. Ik verwijs daarvoor naar mijn brief van 4 maart jl. waarin
ik uw Kamer informeer over de laatste stand van zaken over genderdiversiteit in de
top van organisaties.3 Ook is het belangrijk dat politieke organisaties een veilige werkomgeving actief
bevorderen. Het Ministerie van OCW financiert onder andere de alliantie Politica om
meer vrouwen actief in de politiek te krijgen én te houden. Stichting Stem op een
Vrouw – een van de alliantiepartners – heeft het initiatief genomen voor de ontwikkeling
van het protocol «veilig online zichtbaar in de politiek», dat 3 maart jl. is gelanceerd.
Het betreft een partij overstijgende aanpak gericht op het herkennen en tegengaan
van (de impact van) online haat tegen politici.
Daarnaast ondersteunt het programma Weerbaar Bestuur van het Ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties politieke ambtsdragers in het decentraal bestuur die
te maken krijgen met (online) agressie, zoals intimidatie en bedreiging. Ook zet het
Ministerie van BZK zich in voor verbeteren van de positie van vrouwen en andere ondervertegenwoordigde
groepen in het decentraal bestuur.
Vrouwelijk leiderschap zou vanzelfsprekend moeten zijn in ons land, zodat gelijkwaardige
en evenwichtige vertegenwoordiging in alle lagen van de samenleving zichtbaar is,
inclusief in het bedrijfsleven en de politiek. Vrouwelijke rolmodellen kunnen hierbij
een stimulerende rol hebben.
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.