Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Straatman en Tijs van den Brink over de berichten dat kwetsbare vrouwen hun kind afstaan en de rol van instanties bij afstandsprocedures
Vragen van de leden Straatman en Tijs van den Brink (beiden CDA) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Werk en Participatie over de berichten dat kwetsbare vrouwen hun kind afstaan en de rol van instanties bij afstandsprocedures (ingezonden 12 maart 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid), mede namens de
Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(ontvangen 15 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nrs. 1510 en 1527.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de artikelen «Arbeidsmigrant Jagoda stond haar eerste kind
af. «We hadden zelfs geen geld voor luiers»» en «Afstandsmoeders boos over druk op
arbeidsmigranten om baby af te staan: «Hebben ze dan niets geleerd van het verleden?»»1,
2
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de in dit artikel beschreven situatie waarin een arbeidsmigrant na
verlies van werk en huisvesting tijdens haar zwangerschap uiteindelijk haar kind heeft
afgestaan voor adoptie? Hoe reflecteert u op de reactie van afstandsmoeders die grote
parallellen zien in de behandeling van arbeidsmigranten door Fiom en de Raad voor
de Kinderbescherming en hun eigen situatie?
Antwoord 2
Het artikel beschrijft een schrijnende situatie, waarin duidelijk wordt dat de situatie
van arbeidsmigranten in Nederland bijzonder kwetsbaar kan zijn vanwege onzekerheid
over inkomsten, huisvesting en beperkte toegang tot voorzieningen en zorg. Het is
ongelofelijk naar dat deze vrouwen soms, als gevolg van de lastige omstandigheden
waarin zij zich bevinden, constateren dat het niet gaat lukken om hun kind op te voeden.
De aangrijpende situatie van Jagoda staat helaas niet op zichzelf. Ieder jaar is er
een beperkt aantal arbeidsmigranten dat zich bij de Raad voor de Kinderbescherming
(RvdK) of Fiom meldt voor een begeleiding bij (een voornemen tot) afstand ter adoptie.
De zorgen om deze groep onbedoeld zwangere arbeidsmigranten zijn binnen de Rijksoverheid
bekend, onder andere doordat Fiom deze bij het Ministerie van J&V en het Ministerie
van VWS onder de aandacht heeft gebracht.
Het kabinet voelt mee en begrijpt dat de situatie van zwangere arbeidsmigranten veel
oproept bij de groep afstandsmoeders én afgestanen uit het verleden. Het kabinet snapt
ook dat er overeenkomsten worden gezien tussen de situatie van toen en nu. Uit het
rapport «Schade door schande» van commissie De Winter blijkt overduidelijk dat moeders,
en soms ook vaders, in de jaren 1956–1984 in veel gevallen geen of nauwelijks zelfbeschikking
hadden en kregen. Inmiddels is de keuzevrijheid van zwangeren gelukkig verbeterd ten
opzichte van de periode die in het rapport wordt beschreven. Er is toegang tot onafhankelijke
ondersteuning bij het maken van de keuze tussen zelf opvoeden, abortus, pleegzorg
of adoptie.3 Ook is er hulp en zorg nadat de keuze is gemaakt, ongeacht de uitkomst. Deze ondersteuning
wordt ook geboden aan arbeidsmigranten. Het is belangrijk dat de keuzevrijheid voor
iedereen maximaal is. Ook voor vrouwen die onder moeilijke omstandigheden hun afwegingen
moeten maken, zoals vrouwen die in Nederland als arbeidsmigrant zijn gekomen en werken
in risicovolle banen met een laagbetaald loon. Voor deze groep vrouwen is extra aandacht
nodig. Het kabinet zet zich hier voor in. Zo is de informatie over keuzeopties in
Nederland via Fiom en het Landelijk Informatiepunt Onbedoelde Zwangerschap in diverse
talen beschikbaar (Engels, Pools, Roemeens en Hongaars), kunnen tolken worden ingeschakeld
in de hulpverlening en ontwikkelde Fiom een routekaart speciaal voor arbeidsmigranten
waarin de keuzeopties, ondersteuning en hun rechten worden toegelicht.
Vraag 3
Klopt het dat vrouwen die overwegen hun kind af te staan in het kader van de procedure,
een document moeten ondertekenen dat in de praktijk bekendstaat als een afstandsverklaring
of een vergelijkbaar document dat de procedure richting afstand en adoptie in gang
zet?
Antwoord 3
Organisaties die betrokken zijn bij de begeleiding van vrouwen (of stellen) met een
voornemen tot het doen van afstand ter adoptie hebben hun samenwerkingsafspraken vastgelegd
in het «Protocol afstand ter adoptie».4
Het klopt dat de vrouw, en indien van toepassing en relevant ook de partner, in het
kader van de procedure afstand ter adoptie wordt gevraagd om een document te ondertekenen.
De ondertekening is vrijwillig en niet verplicht.
Wanneer een vrouw (of stel) afstand ter adoptie overweegt, dan doet de RvdK onderzoek.
De vrouw houdt daarbij altijd de regie over de procedure. In het onderzoek van de
RvdK wordt de moeder onder andere gevraagd of zij informatie over- en begeleiding
bij haar voornemen om afstand te doen heeft (gehad) van bijvoorbeeld Fiom. Ook wordt
met de moeder nogmaals bekeken welke (on)mogelijkheden er zijn met betrekking tot
haar zwangerschap en geboorte van haar kind. Er worden alternatieven voor afstand
ter adoptie besproken zoals opgroeien bij de vader/verwekker of bij een familielid.
Tijdens het onderzoek wordt besproken wat de mogelijkheden zijn, mocht de moeder de
in gang gezette afstandsprocedure willen stoppen. Als de moeder bij haar voornemen
blijft om afstand te doen, dan biedt de RvdK haar aan een document te lezen en ondertekenen
waarin de moeder uit dat zij de afstandsprocedure wil voortzetten en eventueel haar
keuze zelf kan toelichten. Dit gebeurt op een belangrijk moment in de procedure, namelijk
ongeveer drie maanden na de geboorte en op het moment dat het kind van het tijdelijke
pleeggezin naar de aspirant adoptieouders gaat. Het document wordt samen met de raadsonderzoeker
of hulpverlener zorgvuldig doorgenomen en eventuele vragen over de procedure kunnen
gesteld worden. Hiermee krijgt de moeder (of krijgen de ouders) een stem in het dossier,
naast de andere stukken die door de betrokken partijen worden opgesteld. Doordat de
moeder zelf ondertekent, is dit een extra waarborg waarmee een belangrijk keuzemoment
in de procedure wordt gemarkeerd. In het document staat ook dat moeder totdat de adoptie
is uitgesproken terug kan komen op haar keuze voor adoptie en wordt haar bijvoorbeeld
gevraagd of ze haar keuze voor afstand ter adoptie heeft gedaan uit vrije wil zonder
het ervaren van bedreiging of dwang.
Aangezien een moeder soms niet in de rechtbank aanwezig kan of wil zijn indien de
rechter besluit over de adoptie, geeft een dergelijk document de moeder een uitdrukkelijkere
stem. De rechter beslist vervolgens op basis van het gehele dossier over de adoptie.
Dit maakt ook dat een ondertekend document niet noodzakelijk is in de procedure, maar
wel waarde kan toevoegen.
Mede op basis van de onderzoeksresultaten van de Commissie onderzoek Binnenlandse
Afstand en Adoptie 1956–1984 (CBAA) is inmiddels met alle betrokken partners het afstandsprotocol
geëvalueerd. Dit heeft ertoe geleid dat partijen willen afzien van het gebruik van
de term «afstandsverklaring». Partijen realiseren zich dat dit onbedoeld een lading
heeft gekregen die op geen enkele manier past bij de wijze waarop een ondertekend
document op dit moment nog wordt gebruikt. Hiervoor in de plaats wordt op dit moment
gewerkt met een «Verzoek tot voortzetten afstandsprocedure» waarin de stem van de
moeder een uitdrukkelijkere plek krijgt in het dossier en zij aan de instanties met
het zetten van een handtekening het (symbolische) verzoek doet om de procedure voort
te zetten. Echter, deze Kamervragen en de reacties op het artikel «Arbeidsmigrant
Jagoda stond haar eerste kind af» maken dat de protocolpartners alternatieven voor
het met een handtekening markeren van een belangrijke moment in de procedure zullen
onderzoeken.
Vraag 4
Wat is het beleid van Fiom rondom afstandsverklaringen? Kunt u in kaart brengen hoe
vaak in de afgelopen 5 jaren via afstandsverklaringen afstand is gedaan van een kind?
Wat is de juridische status en betekenis van een dergelijke verklaring of document
binnen de huidige adoptieprocedure?
Antwoord 4
Het document is onderdeel van het protocol afstand ter adoptie waarin de samenwerkingsafspraken
van meerdere betrokken partijen zijn vastgelegd. Het document is geen onderdeel van
de begeleiding door Fiom, maar van het onderzoek door de RvdK. Het heeft geen juridische
betekenis en wordt al geruime tijd niet als zodanig gepresenteerd. Het wordt voorgelegd
aan alle vrouwen en/of stellen die drie maanden na de geboorte van hun kind de procedure
tot afstand ter adoptie wensen voort te zetten. Vrouwen kunnen, zo staat ook in het
document zelf, op ieder moment tijdens de procedure terugkomen op hun besluit tot
afstand ter adoptie.
De RvdK registreert het aantal getekende documenten in de afgelopen 5 jaar niet. Wel
publiceert Fiom jaarlijks cijfers over binnenlandse afstand en adoptie in de Landelijke
Registratie Afstand Ter Adoptie (LATAR). Sinds de jaren negentig is het aantal vrouwen
dat in Nederland besluit tot afstand ter adoptie gestabiliseerd tot gemiddeld 20 per
jaar. Onderstaande tabel geeft per jaar de data van de afgelopen vijf jaar weer5:
Voornemen afstand ter adoptie
Zelf voor het kind zorgen
(Netwerk) pleegplaatsing
Afstand ter adoptie
Anders / onbekend1
2020
77
46
7
19
5
2021
54
31
5
14
4
2022
69
39
4
21
5
2023
51
19
10
21
1
2024
56
27
11
16
2
X Noot
1
Anders/onbekend: o.a. de vrouw heeft het contact met de instelling verbroken, de vrouw
heeft ervoor gekozen de zwangerschap af te breken of het kind is na de geboorte overleden.
Vraag 5
Bent u het ermee eens dat zonder wettelijke basis geen gebruik zou moeten worden gemaakt
van afstandsverklaringen?
Antwoord 5
In algemene zin is voor een document, zoals de zogenaamde afstandsverklaring, geen
wettelijke basis vereist. Het is wel heel relevant welke betekenis en waarde hieraan
in de begeleiding wordt gegeven, zodat de schijn van een juridische betekenis of bindende,
onomkeerbare status nooit kan en zal ontstaan.
Vraag 6
Op welke wijze wordt aan vrouwen die een dergelijk document ondertekenen, duidelijk
gemaakt dat dit document geen onherroepelijke afstand van hun kind betekent en dat
zij op hun beslissing kunnen terugkomen?
Antwoord 6
De bij de afstandsprocedure betrokken organisaties bespreken gedurende de hele begeleiding
tijdens de zwangerschap en na de geboorte met ouders de mogelijkheden om op een besluit
terug te komen tot aan het moment dat de adoptie wordt uitgesproken. Teugkomen op
een (voorgenomen) besluit kan namelijk tot aan het moment dat de adoptie door de rechter
wordt uitgesproken. Dit is niet eerder dan wanneer het kind één jaar in het aspirant-adoptiegezin gewoond heeft, het kind is dan minimaal 1 jaar en 3 maanden. Deze mogelijkheid
om op het besluit terug te komen, staat ook expliciet in het te ondertekenen document
genoemd.
Vraag 7
Hoe wordt gecontroleerd of vrouwen die een dergelijk document ondertekenen, daadwerkelijk
begrijpen wat zij ondertekenen, met name wanneer sprake is van taalbarrières, een
kwetsbare sociaaleconomische positie of afhankelijkheid van anderen?
Antwoord 7
Zowel de RvdK als de instantie die de ouder(s) begeleidt bespreekt met de ouder(s)
de procedure en de keuze die zij willen maken zorgvuldig door. Wanneer de RvdK tijdens
het onderzoek spreekt met personen die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen,
wordt gebruik gemaakt van een erkende (eventueel telefonisch aanwezige) tolk. Vóór
het document voorgelegd wordt aan de ouder(s) wordt het document toegelicht en besproken.
Daarnaast wordt gevraagd of de ouder(s) gebruik willen maken van een vertaling van
het document. Bij de behandeling ter zitting worden de ouder(s) altijd opgeroepen
en heeft de rechter oog voor hun wensen. De rechter heeft een zelfstandige toetsende
taak en onafhankelijke rechtsprekende rol ten aanzien van de verzoeken die worden
ingediend bij afstand ter adoptie. Bovendien is er sinds een aantal jaar de mogelijkheid
kosteloos gebruik te maken van een advocaat bij gezagsbeëindiging.
Vraag 8 en 9
Hoe verhoudt het gebruik van een dergelijke verklaring zich tot de bevindingen van
eerdere onderzoeken naar afstand en adoptiepraktijken, waarin is vastgesteld dat verklaringen
die vrouwen in het verleden ondertekenden, geen zelfstandige rechtsgeldigheid hadden,
maar wel de indruk konden wekken dat afstand juridisch onherroepelijk was?
Hoe beoordeelt u signalen van belangenorganisaties van afstandsmoeders en afgestane
kinderen dat vrouwen ook nu nog de indruk kunnen krijgen dat zij juridisch afstand
doen van hun kind wanneer zij een dergelijk document ondertekenen?
Antwoord 8 en 9
Het kabinet kan zich goed voorstellen dat de berichten over arbeidsmigranten die in
heel lastige omstandigheden een keuze moeten maken over hun zwangerschap veel oproepen
bij belangenorganisaties van afstandsmoeders en afgestanen. Het is ook begrijpelijk
en belangrijk dat zij, vanuit hun eigen ervaringen in het verleden, aandacht vragen
voor de situatie van deze groep vrouwen en hun kinderen. Het kabinet neemt de signalen,
die overigens via onder andere Fiom reeds bekend waren, serieus en gaat hiermee aan
de slag.
Sinds de periode 1956–1984 zijn er grote aanpassingen gedaan in de begeleiding van
onbedoeld en/of ongewenst zwangere vrouwen, juist omdat de situatie in het verleden
zich niet mag herhalen. Er is toegang tot informatie en onafhankelijke ondersteuning
bij het maken van de keuze tussen zelf opvoeden, abortus, pleegzorg of adoptie en
nazorg na de keuze indien gewenst. Zowel de RvdK als Fiom hebben hier in ieder individuele
gesprekken oog voor. Juist doordat er geleerd is van het verleden, wordt de begeleiding
door deze partijen en het bespreken van alternatieven voor adoptie nu met de grootste
zorgvuldigheid gedaan. Ook voor de vrouwen die als arbeidsmigrant in Nederland wonen
en werken. Zo is de informatie over keuzeopties in Nederland via Fiom en het Landelijk
Informatiepunt Onbedoelde Zwangerschap in diverse talen beschikbaar, kunnen tolken
worden ingeschakeld bij keuzehulptrajecten en is een routekaart ontwikkeld speciaal
voor arbeidsmigranten waarin de keuzeopties, ondersteuning en hun rechten worden toegelicht.
Fiom organiseerde onlangs een kennissessie over onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap
voor de hulpverleners en contactpersonen voor arbeidsmigranten bij Stichting Barka.
Het gebruik van de afstandsverklaringen komt als belangrijk aandachtspunt naar voren
in het rapport van CBAA. De verklaringen kenden nooit juridische waarde of grondslag
maar werden in sommige gevallen wel als dusdanig aan moeders gepresenteerd. Daarmee
werkten de verklaringen voor ouders als drukmiddel; zij dachten immers vaak: «ik heb
zelf getekend en kan nu niet meer terug». Dit had niet zo mogen gaan en leidt zeer
terecht tot veel boosheid en verdriet bij moeders die een kind moesten afstaan en
bij afgestanen. Het document dat op dit moment wordt voorgelegd aan de moeder om haar
een stem te geven in het dossier verschilt sterk van de afstandsverklaring zoals die
werd gehanteerd in de periode die de CBAA heeft onderzocht.
Op uitnodiging van het Ministerie van JenV en VWS zijn er in de tweede helft van vorig
jaar en begin van dit jaar diverse reflectiebijeenkomsten georganiseerd waarin op
de eigen rol en verantwoordelijk ten aanzien van afstand en adoptie in het verleden
is stilgestaan. Ook Fiom en de RvdK namen hieraan deel. De Kamer ontvangt voor de
zomer een brief met daarin een uitgebreide terugkoppeling van dit traject, alsmede
de herstelmaatregelen voor moeders, vaders en afgestanen. In deze brief zullen ook
de door de RvdK en Fiom geleerde lessen terugkomen, waarbij ook de werkwijze ten aanzien
van de verklaringen de aandacht krijgt.
Vraag 10
Welke rol speelt Fiom bij de begeleiding van vrouwen die overwegen hun kind af te
staan en welke verantwoordelijkheid draagt deze organisatie bij het informeren van
vrouwen over de juridische betekenis van documenten die zij ondertekenen?
Antwoord 10
In het Protocol afstand ter adoptie zijn de taken en verantwoordelijkheden van alle
betrokken organisaties beschreven. De organisatie die de ouder(s) ondersteunt (zoals
Fiom) begeleidt de ouder(s) bij het nemen van de beslissing, biedt informatie over
de keuzeopties, benoemt de belangen van het kind en de verwekker, bespreekt de impact
van de keuze die in het nu gemaakt wordt, begeleidt bij de procedure die daarop volgt
en rapporteert daarover aan de RvdK. De RvdK is verantwoordelijk voor het goede verloop
van de (juridische) procedures in het kader van (voorlopige) voogdijmaatregelen en
voor het bewaken van de bijbehorende termijnen. Tevens is de RvdK verantwoordelijk
voor het voordragen van geschikte aspirant adoptieouders. Dit doet de RvdK in zorgvuldig
overleg met de ouders. In het protocol heeft de RvdK de taak om het document aan de
ouder(s) toe te lichten en hen te vragen of zij dit wensen te ondertekenen (of niet).
Als de ouder(s) dit wille(n) kan de begeleider van Fiom hier ter ondersteuning bij
aanwezig zijn.
Vraag 11
Bent u het ermee eens dat uitgangspunt van het familierecht behoud van de familierechtelijke
betrekkingen tussen moeder en kind is en dat Fiom een cruciale rol speelt om onbedoeld
zwangere vrouwen te beschermen tegen externe druk tot verbreking van die familierechtelijke
betrekkingen?
Antwoord 11
Vanzelfsprekend vormt het behoud van de familierechtelijke betrekkingen tussen moeder
en kind, en zo mogelijk ook de vader, een belangrijke waarde in de begeleiding van
moeders of stellen die overwegen om afstand te doen van hun kind. Het belang van het
kind wordt hier nadrukkelijk in meegenomen. Ook is er in de begeleiding van Fiom en
de RvdK aandacht voor externe factoren die de autonomie van de ouder(s) beïnvloeden
en voor de impact van de beslissing van nu op de toekomst. Ondanks zorgvuldige begeleiding
en het bespreekbaar maken van alternatieven kan de moeder of kunnen de ouders zelf
tot het besluit komen om afstand te doen van hun kind. Het uitgangspunt daarbij is
het zelfbeschikkingsrecht.
Vraag 12
Indien het antwoord op de vorige vraag positief is, hoe beoordeelt u de pagina op
de website van Fiom, getiteld: «Arbeidsmigrant en ongewenst zwanger»? Bent u het ermee
eens dat de daarin door Fiom beschreven opties niet bijdragen aan behoud van familierechtelijke
betrekkingen?
Antwoord 12
En vrouw heeft in Nederland vier keuzeopties6 bij twijfels over een (onbedoelde en/of ongewenste) zwangerschap. Afstand ter adoptie
is in Nederland één van de keuzes die in vrijheid gemaakt kan en mag worden. Dit is
nooit een lichtzinnige beslissing en vrouwen/stellen worden desgewenst intensief begeleid
bij het komen tot een keuze en het verder leven hiermee. In de begeleiding die door
Fiom wordt geboden komen alle keuzeopties aan bod en worden alternatieven uitgebreid
onderzocht. Dat neemt niet weg dat er inderdaad vrouwen zijn die, vanwege de omstandigheden
waarin zij leven, moeten concluderen dat het doen van afstand voor hen de enige mogelijke
keuze is.
Vraag 13
Wat gaat u doen om te voorkomen dat onbedoeld zwangere arbeidsmigranten geen reële
keuzevrijheid ervaren en tegen hun wil afstand doen?
Antwoord 13
Er bestaan helaas geen snelle en makkelijke oplossingen voor de complexe omstandigheden
van deze groep vrouwen en stellen. Maar het kabinet moet en wil hier wel heel goed
naar kijken. De ministeries van JenV, SZW en VWS zijn daarom al met elkaar en met
betrokken veldpartijen in contact om te verkennen wat nodig is om bestaande hulp en
ondersteuning beter te laten aansluiten op de behoeften van zwangere arbeidsmigranten.
Het Ministerie van SZW werkt aan een breed pakket aan maatregelen om de positie van
arbeidsmigranten te verbeteren, waaronder op het gebied van huisvesting en huurbescherming.
Vraag 14
Welke rol speelt de Raad voor de Kinderbescherming bij de procedure wanneer vrouwen
overwegen hun kind af te staan en op welke wijze wordt daarbij getoetst of de keuze
van de moeder vrij en weloverwogen tot stand komt?
Antwoord 14
Elk kind in Nederland dient onder gezag te staan. Het gezag ligt bij de biologische
ouders of bij één van de biologische ouders. Als het gezag niet door de biologische
ouder(s) uitgeoefend wordt, omdat de ouder(s) afstand wil(len) doen dan is het de
taak van de Raad voor de Kinderbescherming om in het gezag over de minderjarige te
voorzien en/of, indien noodzakelijk, een kinderbeschermingsmaatregel te verzoeken.
De RvdK doet in de procedure waarbij een vrouw afstand ter adoptie overweegt onderzoek.
Tijdens het raadsonderzoek spreekt de RvdK met de ouder(s). Als er een vermoeden bestaat
dat de ouder(s) niet vrijwillig de keuze voor afstand maakt/maken, dan wordt dat besproken
met ouder(s) en wordt dit opgenomen in het raadsrapport. De alternatieven voor afstand
ter adoptie worden in die gevallen opnieuw met de ouder(s) doorgenomen. Zo worden
de mogelijkheden besproken om zelf voor het kind te zorgen en de mogelijkheden tot
ondersteuning daarbij. Soms kan (langdurige) pleegzorg een alternatieve oplossing
bieden.
Als de ouder(s) bij het voornemen tot afstand blijft/blijven verzoekt de RvdK aan
de rechter om definitief in het gezag te voorzien. Bij de behandeling van dit verzoek
ter zitting wordt/worden de ouder(s) altijd opgeroepen en heeft de rechter oog voor
de wensen van de ouder(s). De rechter heeft een zelfstandige toetsende taak en onafhankelijke
rechtsprekende rol in de procedures die betrekking hebben op afstand ter adoptie.
Vraag 15
In hoeverre wordt bij de begeleiding van vrouwen die overwegen hun kind af te staan,
expliciet gekeken naar hun sociaaleconomische omstandigheden, zoals verlies van werk,
inkomen of huisvesting tijdens zwangerschap?
Antwoord 15
Huisvesting, werk en inkomen zijn zonder meer belangrijke onderwerpen in de begeleiding
aan alle vrouwen en stellen die afstand ter adoptie overwegen. Als de vrouw dit wil,
wordt samengewerkt met het andere zorg- of hulpverleners om oplossingen te vinden
voor problemen met huisvesting of inkomsten. Voor een deel van de arbeidsmigranten
die zich voor begeleiding bij afstand ter adoptie aanmeldt, betekent deze hulp ook
dat zij er uiteindelijk voor kiezen om zelf voor het kind te gaan zorgen.
Vraag 16
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het aanstaande commissiedebat over personen-
en familierecht op 16 april 2026?
Antwoord 16
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.