Mededeling (uitstel antwoord) : Uitstel beantwoording vragen van de leden Köse en Jumelet over de aardbeving in Eleveld op 14 maart 2026 en de belofte voor een nieuwe regeling
Vragen van de leden Köse (D66) en Jumelet (CDA) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over de aardbeving in Eleveld op 14 oktober 2026 en de belofte voor een nieuwe regeling (ingezonden 23 maart 2026).
Mededeling van Staatssecretaris De Bat (Economische Zaken en Klimaat) (ontvangen
15 april 2026).
Vraag 1
Gelet op het feit dat de Commissie Mijnbouwschade in eerdere gevallen 440.000 euro
aan onderzoeks- en proceskosten heeft gemaakt tegenover slechts € 80.000 aan uitgekeerde
herstelgelden en zij het hier zelf ook niet mee eens is, hoe wordt bij de uitwerking
van een nieuwe regeling geborgd dat een proportioneel en maatschappelijk uitlegbaar
deel van de middelen daadwerkelijk terechtkomt bij herstel en compensatie voor bewoners?
Vraag 2
Welke uitgangspunten hanteert u om te waarborgen dat de nieuwe regeling uitgaat van
vertrouwen in bewoners, in plaats van wantrouwen en bewijsdruk?
Vraag 3
Welke waarborgen komen er voor een eenvoudige, laagdrempelige en snelle afhandeling
van kleine en evidente schadegevallen?
Vraag 4
Op welke wijze wordt in de uitwerking expliciet rekening gehouden met de impact van
schade en procedures op het welzijn en vertrouwen van bewoners, en welke ondersteuning
wordt daarbij geboden?
Vraag 5
Hoe wordt voorkomen dat bewoners met vergelijkbare schade uitsluitend op basis van
het moment van melding of afhandeling verschillend worden behandeld?
Vraag 6
Bent u bekend met het feit dat dat na de aardbeving bij Eleveld een situatie is ontstaan
waarbij de straat of postcode van inwoners bepalend is voor de hoogte en toegankelijkheid
van schadevergoeding, doordat er verschillende regelingen gelden van Instituut Mijnbouwschade
Groningen (IMG) en de Commissie Mijnbouwschade? Hoe beoordeelt u deze ontstane tweedeling,
waarbij inwoners in vergelijkbare situaties ongelijk worden behandeld?
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat de huidige situatie, met meerdere loketten en regelingen
voor schadeafhandeling in hetzelfde gebied, leidt tot onduidelijkheid en ongelijkheid
voor gedupeerden? In hoeverre ziet u een oplossing in het organiseren van één centraal
loket voor mijnbouwschade (één loket voor alle gedupeerden) om in dit gebied te zorgen
voor een eerlijkere, transparantere en toegankelijkere afhandeling?
Vraag 8
Welke andere mogelijkheden ziet u om de onwenselijke situatie te repareren waarin
bewoners die dichter bij het epicentrum wonen soms juist onder een ongunstiger regime
vallen, waarbij zij moeten aantonen dat schade door de aardbeving is veroorzaakt,
terwijl in andere gebieden die met schade door dezelfde aardbeving kampen het bewijsvermoeden
geldt?
Vraag 9
Wordt ook bezien of voor eerder afgehandelde gevallen een vorm van herbeoordeling,
nabetaling of aanvullende compensatie mogelijk is om de gehanteerde regeling gelijk
te trekken?
Mededeling
De vragen van de leden Köse (D66) en Jumelet (CDA) over de aardbeving in Eleveld op
14 maart 2026 en de belofte voor een nieuwe regeling (kenmerk: 2026Z05783; ingezonden: 23 maart 2026) kunnen niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord.
Zoals uw Kamer weet wil ik zo snel mogelijk tot een specifieke aanpak voor de beving
van 14 maart 2026 komen, binnen de ruimte die het instellingsbesluit van de Commissie
Mijnbouwschade biedt. Ik beoog een aanpak die snel, gedegen en menselijk is. Het is
in deze fase nog niet mogelijk om vooruit te lopen op de inhoud van de aanpak. Zodra
meer duidelijk is over de inhoud van de aanpak zal ik uw Kamer zo spoedig mogelijk
de antwoorden op de vragen doen toekomen.
Ondertekenaars
J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.