Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Neijenhuis en Belhirch over de rechtspositie van reservisten
Vragen van de leden Neijenhuis en Belhirch (beiden D66) aan de Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Rechtspositie reservisten is juridisch mijnenveld voor werkgever en werknemer» (ingezonden 25 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Boswijk (Defensie) (ontvangen13 april 2026). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1337.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Rechtspositie reservisten is juridisch mijnenveld voor werkgever en werknemer»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Herkent u het beeld dat de huidige aanpak onvoldoende rechtszekerheid biedt voor zowel
reservisten als werkgevers? En herkent u het beeld dat de inzet van reservisten bij
Defensie in de praktijk neerkomt op een dubbele rechtspositie, terwijl verantwoordelijkheden
en risico’s niet eenduidig zijn geregeld? Zo ja, welke gevolgen heeft dit voor de
voorgenomen opschaling van het aantal reservisten?
Antwoord 2
In het arbeidsrecht geldt in beginsel het uitgangspunt dat werkgever en werknemer
afspraken maken over de inzet als reservist bij Defensie. Gelet op de rol van de reservist
tot nu toe waren die afspraken meestal afdoende. De rol en inzet van de reservist
wordt echter groter en verandert van karakter. Dat vraagt om meer duidelijkheid over
de rechten en plichten van de reservist, van de civiele werkgever en van Defensie
als militaire werkgever. Veelal hebben reservisten daarbij twee werkgevers, waarbij
de civiele werkgever de primaire werkgever is. Dat kan in bepaalde situaties tot onduidelijkheid
leiden over rechten en plichten.
Daarom tref ik samen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en met
werkgevers- en werknemersorganisaties voorbereidingen om de rechtspositie van reservisten
in hun arbeidsrelatie met hun civiele werkgever én met Defensie te verduidelijken
en waar nodig te verbeteren.
Vraag 3
Kunt u aangeven in welke sectoren de knelpunten rond loondoorbetaling, vervanging
en rechtszekerheid het meest spelen? Ziet u verschillen tussen grote werkgevers en
kleinere ondernemers?
Antwoord 3
Defensie onderhoudt contacten met werkgevers uit verschillende sectoren. In het algemeen
bemerkt Defensie daarbij weinig terughoudendheid. Het relatienetwerk groeit gestaag
en er is bij veel organisaties begrip voor het belang van reservisten voor de nationale
veiligheid.
Soms hebben werkgevers vragen over bijvoorbeeld loondoorbetaling, of vervanging tijdens
inzet. Deze vragen komen zowel bij grotere als kleinere werkgevers voor en in verschillende
sectoren. Eenduidige communicatie en duidelijke afspraken helpen om eventuele onduidelijkheid
weg te nemen. De ervaringen van werkgevers neem ik samen met het Ministerie van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid mee in het lopende onderzoek naar de rechtspositie van reservisten.
Vraag 4
Kunt u uiteenzetten hoe de verantwoordelijkheid momenteel is verdeeld wanneer een
reservist tijdens een oefening gewond raakt, in het bijzonder wat betreft loondoorbetaling
en re-integratie?
Antwoord 4
De huidige juridische kaders zijn neergelegd in het (militair) ambtenarenrecht en
het arbeidsrecht, met name in de Wet Ambtenaren Defensie en in Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek. De verdeling van verantwoordelijkheden kan in individuele gevallen complex
zijn, mede doordat reservisten zowel een civiele als een militaire werkgever hebben.
Wanneer een reservist tijdens een oproep in werkelijke dienst gewond raakt of arbeidsongeschikt
wordt, meldt deze zich in beginsel ziek bij de civiele werkgever. Nadat de oproep
in werkelijke dienst is geëindigd keert de reservist terug bij zijn civiele werkgever.
Daarmee blijft de civiele arbeidsrelatie leidend voor de toepassing van de regels
rond loondoorbetaling bij ziekte en re-integratie.
Daarnaast kan Defensie, op grond van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids-
en invaliditeitsvoorzieningen militairen, in bepaalde gevallen aanvullende – bovenwettelijke
– voorzieningen toekennen. Deze voorzieningen vormen een aanvulling op de reguliere
sociale zekerheidsregelingen en zijn bedoeld om militairen, waaronder reservisten,
te ondersteunen wanneer zij tijdens hun inzet voor Defensie letsel oplopen of arbeidsongeschikt
raken.
Momenteel breng ik in samenwerking met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
in kaart hoe de verschillende juridische stelsels zich tot elkaar verhouden en of
en zo ja waar verduidelijking of aanpassing van verantwoordelijkheden wenselijk is.
Hierbij onderzoeken we situaties waarin arbeidsongeschiktheid ontstaat door of tijdens
de inzet als reservist.
Vraag 5
Deelt u de inschatting dat de huidige onzekerheid over aansprakelijkheid, loondoorbetaling
en re-integratie bij letsel of arbeidsongeschiktheid tijdens reservistentaken een
drempel kan vormen voor werkgevers om reservisten in dienst te nemen of te houden?
Antwoord 5
In de contacten met werkgevers merkt Defensie over het algemeen weinig terughoudendheid.
Veel organisaties tonen begrip voor het belang van reservisten en zijn bereid hieraan
bij te dragen. Tegelijkertijd hebben werkgevers vragen over bijvoorbeeld loondoorbetaling
bij ziekte of arbeidsongeschiktheid. Onderzoeken laten zien dat bij individuele (aspirant-)reservisten
juridische onduidelijkheid soms een reden kan zijn om af te zien van een sollicitatie
als reservist of om Defensie voortijdig te verlaten. Deze inzichten neem ik mee bij
de verbetering van de rechtspositie van reservisten.
Vraag 6
Kunt u toelichten hoe het maximale bedrag van € 55 per dag bij langdurige afwezigheid
als tegemoetkoming tot stand is gekomen en in hoeverre dit bedrag in verhouding staat
tot de werkelijke vervangings- en loonkosten van werkgevers?
Antwoord 6
De huidige regeling voorziet in een tegemoetkoming voor werkgevers wanneer een reservist
gedurende langere tijd wordt ingezet. Deze tegemoetkoming is destijds vastgesteld
als een bijdrage in de kosten die werkgevers kunnen maken wanneer een werknemer langere
tijd niet beschikbaar is vanwege inzet bij Defensie. Het betreft nadrukkelijk geen
volledige compensatie van alle mogelijke kosten die werkgevers kunnen hebben, zoals
loonkosten of kosten voor vervanging.
Vanwege de groeiende rol van reservisten en de ambities voor het reservistenbestand
heeft Defensie recentelijk de regeling tegemoetkoming werkgeversbijdrage onderzocht.
Onder meer zijn de werking van de huidige regeling en de ervaringen van werkgevers
in de praktijk bekeken. Op basis daarvan bezien we deze regeling, waarbij we onder
meer kijken naar de toekenningscriteria voor de tegemoetkoming en de hoogte van het
bedrag van de tegemoetkoming.
Vraag 7
Hoe wilt u voorkomen dat werkgevers op grote schaal hun risico beperken door aanvullingen
op loondoorbetaling bij ziekte uit te sluiten bij letsel dat ontstaat door reservistentaken,
zonder dat hier een andere regeling tegenover staat?
Antwoord 7
Zoals eerder in vraag 4 beschreven blijft de civiele arbeidsrelatie leidend en zijn
de voorzieningen binnen Defensie een aanvulling op de bestaande sociale zekerheidsregelingen.
Zoals gezegd maakt dit ook deel uit van de eerder toegelichte samenwerking met het
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarbij kijken we naar de positie
van civiele werkgevers en de verdeling van verantwoordelijkheden bij loondoorbetaling
bij ziekte. Uw Kamer wordt hierover voor het zomerreces geïnformeerd zoals toegezegd
tijdens het Commissiedebat Arbeidsmarktbeleid en Arbeidsmarktdiscriminatie van 24 september
2025 en bij brief van 17 december 20252.
Vraag 8
Hoe verhoudt de inzet als reservist zich tot de maximale arbeidstijd, wanneer reservistentaken
plaatsvinden in weekenden of avonden, en welke verantwoordelijkheid heeft de werkgever
om overtreding van arbeidstijden te voorkomen?
Antwoord 8
De Arbeidstijdenwet (Atw) geldt in principe voor het totale aantal uren bij verschillende
werkgevers. Dat betekent dat ook uren die een reservist in werkelijke dienst werkt
kunnen meetellen bij de maximale arbeidstijd en rusttijden. Werkgevers hebben de verantwoordelijkheid
om te zorgen dat deze normen niet worden overschreden.
In sommige situaties is de Atw niet van toepassing op arbeid door defensiepersoneel,
zoals tijdens varen, vliegen of militaire oefeningen. Het gaat dan om omstandigheden
waarin toepassing van de Atw op gespannen voet staat met een goede uitoefening van
defensietaken. Daarom is het belangrijk dat werkgevers en reservisten goede afspraken
maken over de combinatie van civiel werk en reservistentaken, zodat overtreding van
arbeidstijden wordt voorkomen.
Vraag 9
Acht u het wenselijk dat er geen ontslagbescherming bestaat voor reservisten die (tijdelijk)
niet kunnen werken wegens reservistentaken en dat er geen garantie is op terugkeer
in de oude functie?
Antwoord 9
Momenteel bestaat er geen specifieke wettelijke ontslagbescherming voor reservisten.
Dit is onderwerp van gesprek van het onderzoek naar de rechtspositie van reservisten.
Vraag 10
Bent u het ermee eens dat vanwege de voorgenomen opschaling van het aantal reservisten
het wenselijk is om werkgevers en reservisten meer zekerheid te bieden? Zo ja, welke
concrete stappen gaat u op korte termijn zetten om dit te regelen?
Antwoord 10
De rol en inzet van reservisten wordt de komende jaren groter. Dat vraagt om meer
duidelijkheid over de rechten en plichten in de driehoek Defensie als militaire werkgever,
de reservist/werknemer en de civiele werkgever. Daarom breng ik samen met het Ministerie
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en met werkgevers- en werknemersorganisaties
in kaart of en zo ja waar de rechtspositie van reservisten verduidelijking of verbetering
behoeft. Uw Kamer wordt voor het zomerreces geïnformeerd.
Vraag 11
Hoe kijkt u naar de optie om de bovengenoemde onduidelijkheden en onzekerheden door
middel van een wetswijziging weg te nemen?
Antwoord 11
Zoals ik hierboven toelicht werkt Defensie continu aan het verbeteren van de rechtspositie
van reservisten. Uw Kamer wordt voor het zomerreces geïnformeerd, zoals toegezegd.
Daarbij zal de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingaan op de vraag of
de rechtspositie van reservisten verduidelijking dan wel versterking behoeft door
middel van nieuwe wettelijke regels. Dat neemt niet weg dat werkgevers- en werknemersverenigingen
vrij zijn bovenwettelijke afspraken in een cao op te nemen.
Ondertekenaars
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.