Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Mutluer over het bericht 'Eindelijk PTSS-erkenning voor brandweer maar regeling voelt als mager compromis'
Vragen van het lid Mutluer (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het bericht «Eindelijk PTSS-erkenning voor brandweer, maar regeling voelt als mager compromis» (ingezonden 18 februari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 13 april 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1293.
Vraag 1
Kent u het bericht «Eindelijk PTSS-erkenning voor brandweer, maar regeling voelt als
mager compromis»?1 Zo ja, wat vindt u van dit bericht?
Antwoord 1
Ja. Het akkoord op deze regeling en de inhoud is een aangelegenheid tussen de werkgevers
en de betrokken bonden als vertegenwoordigers van de werknemers. Het is dan ook niet
aan mij om dit bericht te opiniëren.
Vraag 2
Kunt u toelichten hoe dit bericht zich verhoudt tot het aangenomen amendement-Mutluer/Van
Nispen, dat beoogt te komen tot een gelijkwaardige en uniforme landelijke ondersteuning
en regeling voor brandweerlieden met PTSS, waarvoor 1,75 miljoen euro is vrijgemaakt?2
Antwoord 2
Deze middelen zijn toegekend aan de regio’s om uniforme landelijke ondersteuning mogelijk
te maken. Hiermee is er uitvoering gegeven aan dit amendement.
Vraag 3
Kunt u gespecificeerd uiteenzetten wat er met deze middelen is gebeurd? Waaraan zijn
ze concreet besteed?
Antwoord 3
De veiligheidsregio’s geven aan dat er jaarlijks € 48.102,52 per veiligheidsregio
beschikbaar is voor de uitvoering van de landelijke regeling PTSS. Dit budget is volgens
de regio’s specifiek bedoeld om binnen regio’s extra (HR) capaciteit vrij te maken
ter ondersteuning van medewerkers (0,5 fte).
Jaarlijks gaat een bedrag van € 561.273,- richting het Nederlands Instituut Publieke
Veiligheid (hierna: NIPV) voor de coördinatie van de landelijke uitvoering de van
de regeling PTSS. De veiligheidsregio’s hebben mij laten weten dat zij deze middelen
als volgt besteden:
– De vertaling van de regeling zodat de regeling binnen elke veiligheidsregio op dezelfde
wijze wordt uitgevoerd, toegepast en uitgelegd;
– Een landelijk ondersteuningsbureau PTSS;
– Het contracteren van een diagnostisch instituut;
– Het in stand houden van een landelijke commissie PTSS;
– Het organiseren van het aanvraagproces voor de erkenning van de beroepsziekte. Hierbij
hoort ook het organiseren van een werkomgeving die voldoet aan wettelijke eisen op
het gebied van privacy en informatieveiligheid.
Vraag 4
Welke PTSS-regeling is voorts per 1 januari 2026 ingevoerd? Kunt u de kernonderdelen
van deze regeling beschrijven? Is deze regeling zowel voor brandweerlieden als voor
vrijwilligers begrijpelijk, uitvoerbaar en snel toegankelijk?
Antwoord 4
De 25 veiligheidsregio’s, als werkgevers van de brandweer, zijn recent gekomen tot
éen gemeenschappelijke aanpak voor ondersteuning en begeleiding bij mentale klachten
als PTSS. Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is de «Regeling erkenning en aanspraken
PTSS als beroepsziekte» die per 1 februari 2026 is ingevoerd.
De veiligheidsregio’s hebben aangegeven dat deze regeling niet op zichzelf staat,
maar onderdeel uitmaakt van een breder pakket aan maatregelen waarbij vanuit het oogpunt
van goed werkgeverschap de focus op preventie ligt. Mocht desondanks sprake zijn van
beroepsgerelateerde PTSS, dan liggen aanspraken nu vast in één regeling. Volgens de
veiligheidsregio’s is met de regeling PTSS het stroomlijnen, uniformeren en professionaliseren
van het proces geregeld wanneer een medewerker of vrijwilliger zich met PTSS-klachten
meldt bij de veiligheidsregio. Dit om te komen tot gelijkwaardige aanspraken voor
zowel (beroeps)medewerkers als brandweervrijwilligers bij alle veiligheidsregio’s.
Onderdeel hiervan zijn aanvullende afspraken met betrekking tot loondoorbetaling en
aanvulling op het loon bij arbeidsongeschiktheid, óók voor vrijwilligers. Voor wat
betreft de aanvulling op de WIA-uitkering bij arbeidsongeschiktheid in en door de
dienst is voor vrijwilligers eenzelfde aanspraak in de regeling PTSS opgenomen.
Indien een medewerker de dienst verlaat met PTSS, kan aanspraak worden gemaakt op
vergoeding van medische kosten. Voorafgaand aan de AOW-gerechtigde leeftijd wordt
een afspraak vastgelegd over finale kwijting. Dit voorkomt een openeinderegeling en
onnodige regeldruk voor zowel medewerker als werkgever. Ook is in de regeling een
gemaximeerde vergoeding van andere dan medische kosten (zoals huishoudelijke hulp,
kinderopvang, vervoer) opgenomen voor medewerkers en vrijwilligers.
Bij de totstandkoming van de regeling PTSS is nagedacht over een vorm van terugwerkende
kracht. Een aanvraag voor aanspraken op grond van de regeling PTSS kan, als in de
vijf jaren voor de inwerkingtreding sprake is geweest van kosten. Dit om medewerkers
die afgelopen jaren met klachten hebben rondgelopen tegemoet te treden.
Overlegpartners spraken af de regeling PTSS te evalueren. Daarbij wordt ook bezien
in hoeverre de regeling in de praktijk begrijpelijk, uitvoerbaar en snel toegankelijk
is. Evaluatie volgt drie jaar na inwerkingtreding of zoveel eerder dan nodig.
Tot slot verwijs ik u voor de volledige regeling graag naar de website3 van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (hierna: WVSV).
Vraag 5
Klopt het dat in tegenstelling tot regelingen voor politie en defensie, in de PTSS-regeling
voor brandweerpersoneel geen recht op automatische immateriële schadevergoeding (smartengeld)
is opgenomen en dat de hoogte van eventuele vergoeding afhankelijk blijft van de specifieke
veiligheidsregio (25 regio’s)? Zo ja, waarom is hiervan afgeweken en welke overwegingen
hebben tot deze keuze geleid? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Ja, het klopt dat er in de PTSS-regeling voor het brandweerpersoneel geen recht op
automatische immateriële schadevergoeding (smartengeld) is opgenomen. De betrokken
overlegpartners, te weten de werkgevers- de 25 veiligheidsregio’s- en de bonden als
vertegenwoordiging van deze werknemers zijn hiertoe gezamenlijk gekomen.
In het nieuwe stelsel beroepsgerelateerde gezondheidsklachten van politie staat zorg,
het herstel en de re-integratie van de medewerker centraal. Zodra een politiemedewerker
zich meldt met beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, en deze meer dan 1% beroepsgerelateerd
zijn, ontvangt de politiemedewerker direct de benodigde begeleiding, zorg en gerichte
vergoedingen. Bij het bereiken van de medische eindsituatie start het proces van de
afhandeling van resterende schade (immateriële vergoeding). Hierbij geldt een drempel
dat de klachten 51% of meer beroepsgerelateerd moeten zijn.
De veiligheidsregio’s geven aan dat de regeling voor veiligheidsregio’s is opgezet
als een werkgeversvoorziening vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap, niet als
een aansprakelijkheids- of schadevergoedingsregeling. De regeling beoogt de zorg voor
medewerkers met een beroepsgerelateerde PTSS collectief te regelen en bevat uitsluitend
materiële aanspraken.
Mocht sprake zijn van (immateriële) schade dan is compensatie mogelijk via een aansprakelijkstellingsprocedure.
Deze procedure kan parallel lopen aan vergoeding conform de Regeling PTSS. De veiligheidsregio’s
wijzen er daarbij op dat de regeling zelf landelijk uniform is; verschillen tussen
de 25 veiligheidsregio’s zitten niet in de regeling, maar alleen buiten de regeling
(bijvoorbeeld bij civielrechtelijke aansprakelijkstelling).
Vraag 6
Bent u het ermee eens dat hierdoor rechtsongelijkheid kan ontstaan? Zo ja, welke maatregelen
treft u om dit te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Ik herken dat er verschillen bestaan in arbeidsvoorwaarden tussen verschillende beroepsgroepen,
zoals bijvoorbeeld politie, defensie, brandweer en ambulancezorg die mede tot stand
zijn gekomen op basis van verschillen tussen de taken, verantwoordelijkheden en organisatievormen
van deze beroepsgroepen. Deze arbeidsvoorwaarden zijn per beroepsgroep tot stand gekomen
in overleg tussen de sociale partners.
Ik sta voor goede zorg voor brandweermensen in Nederland. De 25 veiligheidsregio’s
als werkgevers van de brandweer zijn recent gekomen tot een gemeenschappelijke aanpak
voor ondersteuning en begeleiding bij mentale klachten als PTSS. Dit betekent concreet
dat er een einde is gekomen aan een versnipperde aanpak en het niet bestaan van een
landelijke regeling. Daar ben ik blij mee.
Het akkoord op deze regeling en de inhoud is een aangelegenheid tussen de werkgevers
en de betrokken bonden als vertegenwoordigers van de werknemers. Vanuit de ervaring
vanuit mijn verantwoordelijkheid richting politiepersoneel weet ik hoe belangrijk
goede afspraken zijn voor het behoud en inzetbaarheid van personeel. Ik moedig betrokken
partijen en diverse beroepsgroepen aan om van elkaar te blijven leren daar waar dit
kan. Vanuit mijn stelselverantwoordelijkheid zal ik blijven bezien hoe hier het beste
in te ondersteunen.
Vraag 7
In hoeverre is de financiering zoals voorzien in het amendement-Mutluer/Van Nispen,
toereikend voor de daadwerkelijke uitvoering van een landelijke regeling? Welke signalen
ontvangt u van veiligheidsregio’s over uitvoerbaarheid en kosten? Wat is er (financieel)
nodig om te komen tot een regeling die daadwerkelijk uniform en gelijkwaardig is,
inclusief een vorm van immateriële schadevergoeding?
Antwoord 7
De regeling is in werking getreden per 1 februari 2026. De regio’s hebben bij mij
aangegeven dat het nu nog te vroeg is om iets te kunnen zeggen over de uitvoerbaarheid
en de kosten. Er zal periodiek geëvalueerd worden hoe de regeling en de uitvoering
hiervan verlopen.
Met deze regeling wordt met name uniformiteit en gelijkwaardigheid beoogd daar waar
het gaat om alle 25 veiligheidsregio’s en de uitwerking van deze regeling voor zowel
beroeps- als vrijwillige brandweerlieden. Als u hier doelt op andere beroepsgroepen,
verwijs ik u graag naar mijn beantwoording hierboven onder vraag 6. Evaluatie van-
en afspraken met betrekking tot de regeling, waaronder bijvoorbeeld vormen van vergoedingen,
zijn onderdeel van gesprek tussen de overlegpartijen, de werkgevers en de bonden.
Vanuit de veiligheidsregio’s wordt jaarlijks een (financiële) verantwoording van de
besteding van de bijdrage vanuit het ministerie (c.q. opvolging van het amendement
Mutluer/Van Nispen4) opgesteld.
Vraag 8
Welke activiteiten onderneemt u om ervoor te zorgen dat ook vrijwilligers binnen de
veiligheidsregio’s op gelijke wijze kunnen profiteren van de regeling en dat eventuele
praktische belemmeringen bij hun toegang tot ondersteuning worden weggenomen?
Antwoord 8
Goede zorg voor brandweermensen, zowel beroeps- als vrijwillige brandweerlieden in
Nederland, acht ik van groot belang. Ik heb direct naar aanleiding van serieuze signalen
in 2024 aandacht gevraagd voor goede zorg voor brandweermensen: zowel voor beroeps-
als vrijwilligers. Dit heb ik gedaan in het Veiligheidsberaad, waar alle Algemeen
Besturen van de veiligheidsregio’s als de werkgevers van de brandweer door de voorzitter
veiligheidsregio’s vertegenwoordigd zijn.
De regeling en de inhoud daarvan is primair een aangelegenheid tussen de werkgevers
en de bonden. Bij de totstandkoming en onderhandelingen over de regeling is ook specifieke
aandacht geweest voor de vrijwilligers en hier zijn specifieke artikelen over opgenomen
in de regeling. De onlangs ingevoerde regeling geldt dan ook voor zowel beroepsmedewerkers
als vrijwilligers, waardoor, zo geven de veiligheidsregio’s mij aan, vrijwilligers
nu een gelijke behandeling krijgen. Daarbij zal uit de evaluatie naar voren komen
of en hoe dit tot uiting komt en of aanvullende stappen nodig zijn. Indien ik signalen
ontvang van praktische belemmeringen bij toegang tot ondersteuning van zowel beroeps-
als vrijwillige brandweerlieden zal ik dit onder de aandacht brengen in gesprek met
de betrokken partijen.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.