Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Clemminck over de verhaalbaarheid van schadevergoedingen in het Groningse gasdossier
Vragen van het lid Clemminck (JA21) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de verhaalbaarheid van schadevergoedingen in het Groningse gasdossier (ingezonden 20 maart 2026).
Antwoord van Minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
13 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met berichtgeving, onder andere in De Telegraaf, waarin aandeelhouders van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), te weten Shell
en ExxonMobil, stellen dat de Nederlandse Staat mogelijk te ruimhartige schadevergoedingen
uitkeert die buiten de contractuele afspraken vallen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Waarop baseert u de veronderstelling dat de kosten van schadeherstel, versterking
en compensatie volledig op de NAM kunnen worden verhaald?
Antwoord 2
Uit de Tijdelijke wet Groningen (TwG) volgt welke kosten bij NAM in rekening moeten
worden gebracht. Per heffingsbesluit wordt beoordeeld en toegelicht of de kosten die
zijn gemaakt in het kader van de schadeafhandeling en versterkingsoperatie op basis
van de eisen uit de TwG kunnen worden geheven. Indien met compensatie wordt gedoeld
op de uitgaven voor de sociale en economische agenda dan wijs ik erop dat deze uitgaven
niet verhaald worden op de NAM.
Vraag 3
In hoeverre bent u bekend met het standpunt van de aandeelhouders van de NAM dat bepaalde
schadevergoedingen, zoals forfaitaire of ruimhartige regelingen, niet onder de oorspronkelijke
aansprakelijkheidsafspraken vallen?
Antwoord 3
De standpunten van de NAM en de aandeelhouders van NAM dat bepaalde kosten in verband
met de schadeafhandeling niet aan NAM zouden kunnen worden doorbelast op grond van
de Tijdelijke wet Groningen zijn mij bekend. De standpunten van NAM zijn recent nog
aan de orde gekomen tijdens de (openbare) zitting van de rechtbank Noord-Nederland
van medio maart jl. inzake de beroepsprocedures van NAM tegen de beslissingen op bezwaar
over de heffingsbesluiten fysieke schade 2020 en waardedaling 2020 en 2021.
Vraag 4
Kunt u uitsluiten dat een rechter of arbitragepanel uiteindelijk oordeelt dat (een
deel van) de kosten van schadeherstel en compensatie niet op de NAM kan worden verhaald
en daarom voor rekening van de Nederlandse Staat komt?
Antwoord 4
Nee.
Vraag 5
Kunt u uiteenzetten welke categorieën van schade en compensatie het kabinet volledig
verhaalbaar acht op de NAM?
Antwoord 5
De kosten voor de schadeafhandeling acht ik op grond van de Tijdelijke wet Groningen
volledig verhaalbaar op NAM voor zover de kosten door het Instituut Mijnbouwschade
Groningen zijn gemaakt in verband met de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden.
Het gaat dan bijvoorbeeld om schadevergoedingen die zijn uitgekeerd aan gedupeerden.
Vraag 6
Kunt u tevens aangeven welke categorieën van kosten mogelijk buiten de aansprakelijkheid
van de NAM vallen?
Antwoord 6
Kosten die buiten de aansprakelijkheid van de NAM vallen zijn bijvoorbeeld onverplichte
tegemoetkomingen (zoals de verduurzamingsmaatregelen, de knelpuntenregelingen en een
deel van de totale kosten van daadwerkelijk herstel) alsmede de kosten ter uitvoering
van de sociale agenda en de economische agenda.
Vraag 7
Kunt u, indien bepaalde kosten mogelijk niet verhaalbaar blijken, inzicht geven in
de potentiële financiële omvang hiervan voor de Nederlandse Staat?
Antwoord 7
Ik kan op dit moment geen inschatting geven van de potentiële financiële omvang van
niet verhaalbare kosten. Een groot deel van de kosten dat al aan NAM is doorbelast,
staat ter discussie in bezwaarprocedures of ligt nu ter beoordeling voor bij een rechtbank
of een scheidsgerecht. Voor andere kosten zal de omvang pas duidelijk worden bij het
vaststellen van de eerstvolgende heffingsbesluiten.
Vraag 8
Heeft het kabinet een actuele risicoanalyse gemaakt van het scenario waarin een rechter
of arbitragepanel oordeelt dat een deel van de uitgekeerde schadevergoedingen niet
op de NAM kan worden afgewenteld?
Antwoord 8
Gelet op de procespositie van de Staat is het niet in het belang van de Staat om hier
nu concreet op in te gaan. Op basis van de meest recente berichtgeving van de scheidsgerechten
wordt eind tweede kwartaal van 2026 een vonnis verwacht in eerste fase in de arbitrage
versterken en in de arbitrage schade. Daarnaast heeft de rechtbank Noord-Nederland
aangekondigd op 12 juni a.s. uitspraak te willen doen in het beroep van NAM tegen
de beslissingen op bezwaar over de heffingsbesluiten fysieke schade 2020 en waardedaling
2020 en 2021. Ik wil daar nu niet op vooruitlopen.
Vraag 9
Zo ja, wat is de uitkomst van deze risicoanalyse en over welke orde van grootte spreken
we dan? Gaat het hierbij om honderden miljoenen euro’s of daadwerkelijk om miljarden
euro’s?
Antwoord 9
Zie antwoord op vraag 8.
Vraag 10
Waarom is de presentatie van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) uit de openbaarheid
gehaald, en kan deze alsnog met de Kamer worden gedeeld?
Antwoord 10
Het document van het IMG is niet openbaar, omdat het valt onder het verschoningsrecht
van zijn advocaat. Dat betekent dat het gaat om vertrouwelijke informatie en persoonlijke
beleidsopvattingen ten behoeve van intern beraad. Op 21 januari 2026 heeft de Rechtbank
Den Haag in beroep2 bevestigd dat het IMG openbaarmaking op goede gronden heeft geweigerd.
Vraag 11
Kunt u het rapport dat ten grondslag ligt aan de presentatie van het IMG waarnaar
wordt verwezen, met de Kamer delen? Zo nee, waarom niet? Kunt u daarbij tevens aangeven
welke aanvullende bevindingen en analyses in dit onderliggende rapport zijn opgenomen
die niet in de presentatie zijn verwerkt?
Antwoord 11
Nee, zie antwoord op vraag 10.
Vraag 12
Beschikt het kabinet over andere rapporten, analyses of documentatie van vergelijkbare
aard met betrekking tot bevingsrisico’s, schade-inschattingen of financiële risico’s
in het Groningse gasdossier? Zo ja, kunt u deze documenten met de Kamer delen? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 12
Ik ben graag bereid in een vertrouwelijke (technische) briefing de Kamer hierover
te informeren, maar gelet op de procespositie van de Staat vind ik op dit moment een
antwoord op deze vraag hier niet passend.
Vraag 13
Deelt u de opvatting dat het onacceptabel is indien de Nederlandse belastingbetaler
uiteindelijk opdraait voor kosten die volgens het kabinet op de NAM verhaald zouden
moeten worden?
Antwoord 13
Deze visie deel ik niet. Op dit moment wordt al het mogelijke gedaan om de kosten
voor de schade-afhandeling en de versterkingsoperatie in Groningen binnen de kaders
van de Tijdelijke Wet Groningen te verhalen op de NAM. De schadeafhandeling en de
versterkingsoperatie in Groningen dienen evenwel een zwaarwegend doel. Het kabinet
heeft dan ook besloten dat het koste wat het kost zo lang als het nodig is moet worden
doorgezet. Gelet op de baten die de Nederlandse samenleving jarenlang heeft genoten
van de Groningse gaswinning, is het acceptabel dat de kosten daarvoor – voor zover
die niet op NAM kunnen worden verhaald – voor rekening van de Staat komen.
Vraag 14
Is de Kamer eerder geïnformeerd over het risico dat een deel van de uitgekeerde schade
niet verhaald kan worden op de NAM en dat daardoor de Staat een financieel risico
loopt? Zo ja, wanneer en op welke wijze is de Kamer hierover geïnformeerd?
Antwoord 14
Ja, de Kamer is hierover geïnformeerd. Zo is de Kamer begin 2024 door de toenmalig
informateur Plasterk geïnformeerd over de budgettaire tegenvallers en risico’s bij
de verschillende departementen. In dat kader is door het Ministerie van EZK gewezen
op risico’s voortvloeiend uit de arbitrageprocedures (zie Bijlagen bij eindverslag
informateur Plasterk dd. 12 februari 2024 pagina 33). Ook in de meest recente Kamerbrief
over de stand van zaken in de juridische procedures NAM, Shell en ExxonMobil is nadrukkelijk
benoemd dat er afhankelijk van de uitspraken van het scheidsgerecht in de arbitrages
sprake is van mogelijke budgettaire risico’s (zie Kamerstukken II, 2025–2026,
33 529, nr 1340).
Verder wijs ik er op dat op verzoek van de Eerste Kamer op 21 mei 2024 en 28 januari
2025 vertrouwelijke technische briefings hebben plaatsgevonden.
Vraag 15
Is er op de Rijksbegroting een budget gereserveerd om mogelijke financiële risico’s
op te vangen indien de kosten niet op de NAM kunnen worden verhaald? Zo ja, waar en
om welke bedragen gaat het? Zo nee, waarom acht het kabinet dit niet noodzakelijk?
Antwoord 15
Nee, het kabinet acht dit niet noodzakelijk. De kosten voor de schadeafhandeling acht
het kabinet op grond van de Tijdelijke wet Groningen volledig verhaalbaar op NAM voor
zover de kosten door het IMG zijn gemaakt in verband met de uitvoering van zijn taken
en bevoegdheden. Voor de aanvullende PEGA-maatregelen heeft het kabinet aan de voorkant
geld gereserveerd. Voor kosten die nu zijn opgenomen in een heffing zijn geen voorzieningen
of reserveringen getroffen. Ik wil niet vooruitlopen op uitspraken in de verschillende
procedures.
Vraag 16
Bent u bereid de Algemene Rekenkamer te verzoeken onderzoek te doen naar de vraag
of de Rijksoverheid in het kader van het Groningse gasdossier publiek geld zinnig,
zuinig en zorgvuldig besteedt?
Antwoord 16
Jaarlijks ontvangt de Kamer reeds de onafhankelijk opgestelde Staat van Groningen
en Noord-Drenthe waarin onder meer de stand van zaken rondom schadeafhandeling en
de versterkingsoperatie uitvoerig wordt belicht. Daarnaast zal de Algemene Rekenkamer
in zijn verantwoordingsonderzoek over 2025 opnieuw ingaan op de doelmatigheid en doeltreffendheid
van maatregelen die zijn genomen om de schadeafhandeling en uitvoering van de versterking
te verbeteren. Het verantwoordingsonderzoek verschijnt op de derde woensdag van mei
(woensdag 20 mei 2026).
Vraag 17
Op welke wijze is het fraudebeleid en het fraudedetectieprotocol bij schadeafhandeling
aangepast naar aanleiding van de aanhouding van vijf verdachten door de FIOD in een
onderzoek naar subsidiefraude?3
Antwoord 17
Het IMG kent met het Bureau Bijzonder Onderzoek (BBO) een gespecialiseerd team dat
onderzoek doet naar fraudemeldingen en malversaties binnen de schadeafhandeling. De
FIOD, onder leiding van het Openbaar Ministerie, heeft vijf verdachten aangehouden
in het kader van een onderzoek naar subsidiefraude rondom aardbevingsschade in Groningen.
Naar aanleiding van de aanhoudingen heeft het Samenwerkingsverband Noord-Nederland
(SNN) samen met het IMG maatregelen genomen om de kans op waardevermeerderingssubsidiefraude
te beperken. De FIOD en het Openbaar Ministerie zijn nadere onderzoeken naar deze
vorm van subsidiefraude aan het voorbereiden. Om potentiële fraudeurs niet wijzer
te maken, wordt niet nader geduid om welke maatregelen het precies gaat. Het IMG blijft
alle meldingen met een vermoeden van fraude onderzoeken en treft waar nodig maatregelen.
Vraag 18
Bent u bereid de Kamer jaarlijks te informeren over de fraudebestrijding binnen het
schadeherstel, waaronder cijfers over terugvorderingen, signalen van misbruik en het
aantal aangiftes?
Antwoord 18
Ja. Het IMG rapporteert sinds 2024 in zijn jaarverslag al over de fraudebestrijding.
Dit jaarverslag wordt uw Kamer jaarlijks door IMG aangeboden, laatstelijk op 27 maart
jl.
Vraag 19
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden uiterlijk een week voorafgaand aan het
commissiedebat Herstel Groningen van 22 april 2026?
Antwoord 19
Ja.
Ondertekenaars
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.