Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Kisteman en Michon-Derkzen over het bericht 'Gescheiden ingang jongens en meisjes bij middelbare school Heemstede in verband met iftar, leerlingen verzocht schouders en knieën te bedekken'
Vragen van de leden Kisteman en Michon-Derkzen (beiden VVD) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Werk en Participatie over het bericht «Gescheiden ingang jongens en meisjes bij middelbare school Heemstede in verband met iftar, leerlingen verzocht schouders en knieën te bedekken» (ingezonden 18 maart 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
13 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Gescheiden ingang jongens en meisjes bij middelbare
school Heemstede in verband met iftar, leerlingen verzocht schouders en knieën te
bedekken»?1
Antwoord 1
Ja, daar ben ik mee bekend.
Vraag 2
Hoe beoordeeld u de situatie als geschetst in het nieuwsbicht?
Antwoord 2
Dit bericht doet verslag over een iftar die op initiatief van een aantal leerlingen
georganiseerd zou worden op het HBM, een christelijke school voor voortgezet onderwijs.
De school heeft ruimte willen bieden aan dit initiatief. Dat kan passen bij de wettelijke
burgerschapsopdracht, die van scholen vraagt dat ze kennis en respect bevorderen van
en voor verschillen, bijvoorbeeld in godsdienst en levensovertuiging. Zo’n initiatief
moet dan echter niet ten koste gaan van de plicht die scholen op grond van de wettelijke
burgerschapsopdracht hebben om zorg te dragen voor een veilige schoolcultuur die in
overeenstemming is met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat. Scholen kunnen
er ook voor kiezen om op andere manieren invulling te geven aan de wettelijke burgerschapsopdracht.
Vraag 3
Kunt u bevestigen wat er feitelijk is gebeurd en zijn er u andere voorbeelden bekend,
bijvoorbeeld op openbare scholen, waar dit op deze manier gebeurd is?
Antwoord 3
Naar aanleiding van de berichtgeving heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna:
inspectie) contact opgenomen met het HBM. Het schoolbestuur van het HBM geeft aan
niet op de hoogte te zijn geweest van de inhoud van de uitnodiging en niet achter
de inhoud van de uitnodiging te staan. Hierover is ook door verschillende media gerapporteerd.
Voor dit jaar is de iftarviering komen te vervallen, volgend jaar wil de school de
iftarviering wel weer organiseren. De school wil de iftarviering dan laten plaatsvinden
zonder gescheiden ingangen of kledingvoorschriften.
De inspectie geeft aan dat iftarvieringen geregeld voorkomen in het voortgezet onderwijs,
zowel bij openbare scholen als bij christelijke scholen. Het is voor de inspectie
onbekend of daarbij scholen vragen om bepaalde voorschriften te respecteren.
Vraag 4
Deelt u de mening dat juist het onderwijs en daarmee scholen verschillen tussen kinderen
moeten verkleinen en segregatie niet moeten faciliteren?
Antwoord 4
Ja die mening deel ik. Daarom hecht ik ook veel waarde aan de wettelijke burgerschapsopdracht,
die van scholen vraagt dat ze aan leerlingen kennis en respect bijbrengen van en voor
de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, waaronder in ieder geval vrijheid,
gelijkwaardigheid en solidariteit. De wettelijke burgerschapsopdracht vraagt specifiek
van scholen dat ze onder leerlingen kennis en respect bijbrengen voor verschillen,
alsmede de waarde dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Daarbij past het sowieso
dat kinderen leren om elkaars opvattingen te respecteren, ook als deze afwijken van
de eigen opvatting of van die van de ouders. Zo wordt ingezet op het bevorderen van
sociale cohesie.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u het feit dat deze school er voor kiest jongens en meisjes niet gelijkwaardig
te behandelen, maar via aparte ingangen het gebouw binnen te laten komen?
Antwoord 5
Zoals in antwoord 3 aangegeven, heeft deze school aangegeven niet achter de inhoud
van de uitnodiging te staan en heeft de school zelf niet de keuze gemaakt om jongens
en meisjes gescheiden het gebouw binnen te laten komen. Voor dit jaar is de iftarviering
komen te vervallen. De school wil de iftarviering volgend jaar laten plaatsvinden
zonder gescheiden ingangen of kledingvoorschriften
Vraag 6
Hoe verhoudt het gescheiden binnen laten komen van jongens en meisjes zich tot de
wettelijke zorgplicht voor een veilig en inclusief leerklimaat?
Antwoord 6
De school mag bij het aanbieden van het onderwijs geen onderscheid maken op grond
van geslacht. Een uitzondering geldt, op grond van artikel 7, lid 2, van de Algemene
wet gelijke behandeling, voor bijzondere scholen die jongens en meisjes scheiden als
onderdeel van consistent en consequent gevoerd beleid dat, vanwege de aard van het
onderwijs, wezenlijk, legitiem en gerechtvaardigd is gegeven de grondslag van de school.
In dit geval ging het om een christelijke school die de iftar heeft willen faciliteren.
Daar ziet de uitzondering in de Algemene wet gelijke behandeling niet op. Tegelijkertijd
maakt het enkele feit dat de school deze activiteit – op initiatief van leerlingen
– faciliteert, niet dat de school daarmee in strijd handelt met de wettelijke zorgplicht
en de verantwoordelijkheden van de school ten aanzien van gelijke behandeling. Daarbij
hecht ik er wel aan nogmaals te benadrukken dat op de school altijd de verplichting
rust om te zorgen voor een veilige schoolcultuur.
Vraag 7
Hoe verhoudt het organiseren van gescheiden activiteiten zich tot de wettelijke verplichte
burgerschapsvorming in het onderwijs en ziet u het risico dat dit leidt tot segregatie
op school?
Antwoord 7
Gescheiden activiteiten mogen niet ten koste gaan van de plicht die scholen op grond
van de wettelijke burgerschapsopdracht hebben om zorg te dragen voor een schoolcultuur
die in overeenstemming is met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en
waarin leerlingen en personeel zich veilig en geaccepteerd weten. Dat betekent dat
gescheiden activiteiten ook niet mogen leiden tot segregatie in de school, noch tot
ongelijkwaardigheid.
Dit risico zie ik wel, zelfs als de activiteiten buiten schooltijd plaatsvinden en
dus optioneel zijn. Dat betekent dat scholen heel bewust moeten nadenken over welke
en hoe dergelijke activiteiten aansluiten op de basiswaarden van de democratische
rechtsstaat en burgerschapsvorming vanuit de verantwoordelijkheid als school. De inspectie
ziet erop toe dat de cultuur op de school in lijn is met de basiswaarden van de democratische
rechtsstaat.
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.