Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Huizenga over de voortgang van de modernisering van de Wet op de lijkbezorging
Vragen van het lid Huizenga (D66) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de stand van zaken van de Modernisering Wet op de lijkbezorging (ingezonden 26 februari 2026).
Antwoord van Minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
13 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1248.
Vraag 1 en 2
Kunt u een overzicht geven van de laatste stand van zaken met betrekking tot de modernisering
van de Wet op de lijkbezorging (Wblo)?
Waarom heeft de aanbieding van het wetsvoorstel Wblo aan de Kamer tot op heden niet
plaatsgevonden?
Antwoord 1 en 2
Inmiddels zijn de consultatiereacties vrijwel geheel verwerkt in het wetsvoorstel.
De indiening ervan bij de Raad van State is vertraagd omdat de financiële dekking
van het wetsvoorstel nog niet rond is. Een ordentelijk dekking voor het wetsvoorstel
is uiteraard een harde voorwaarde voordat het voorstel aan de Raad van State kan worden
voorgelegd. Hierover ben ik in gesprek met mijn collega’s van VWS en JenV. Ik streef
ernaar om de dekking voor het wetsvoorstel uiterlijk bij de ontwerpbegroting in september
te verwerken.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de ingekomen reacties op de internetconsultatie?
Antwoord 3
Er zijn veel uiteenlopende en ook uitgebreide reacties binnengekomen tijdens de consultatie.
Deze reacties zijn vrijwel geheel verwerkt. Ik wil hier nu niet op vooruit lopen.
Op het moment dat het wetsvoorstel wordt aangeboden aan de Raad van State wordt het
wetsvoorstel en de bijbehorende memorie van toelichting weer openbaar. In deze toelichting
wordt uitgebreid gereflecteerd op de ontvangen reacties en wordt toegelicht tot welke
aanpassingen dit eventueel heeft geleid. Tevens zal er een verslag worden gepubliceerd
van de consultatiereacties.
Vraag 4 t/m 6
Bent u nog steeds voornemens de Wblo in het eerste kwartaal van 2026 aan de Raad van
State ter advisering voor te leggen?
Kunt u een beoogd tijdpad uiteenzetten voor de verdere behandeling van de Wblo?
Welke stappen gaat u ondernemen om dit tijdpad daadwerkelijk te realiseren? Hoe gaat
u voorkomen dat de wetsbehandeling wederom vertraging oploopt?
Antwoord 4 t/m 6
Voor het wetsvoorstel in de huidige vorm is nog geen structurele dekking gevonden.
Daarom kan het nog niet aan de Raad van State worden aangeboden. Het is de inzet om
de financiële dekking alsnog te realiseren en het wetsvoorstel in het derde kwartaal
aan te bieden bij de Raad van State. Na ontvangst van het advies en het opstellen
van het nader rapport kan het wetsvoorstel worden ingediend bij de Tweede Kamer.
Vraag 7
In hoeverre ziet u mogelijkheden om vooruitlopend op de afronding van de wetsbehandeling
een gedoogbeleid ten aanzien van de Wblo te hanteren?
Antwoord 7
Ik begrijp dat er een maatschappelijke wens is om resomeren zo snel als mogelijk toe
te staan. Ik zie echter geen ruimte voor een gedoogbeleid. Het wetgevingsproces en
het primaat van de wetgever vormen een noodzakelijke waarborg voor een zorgvuldige
en respectvolle omgang met de lichamen van overledenen waarop het wetsvoorstel betrekking
heeft.
De beoordeling van de toelaatbaarheid van deze nieuwe techniek in het kader van het
wetsvoorstel ter modernisering van de Wlb vereist een zorgvuldig democratisch proces,
waarin uiteenlopende politieke, maatschappelijke en ethische belangen expliciet worden
afgewogen.
Het hanteren van een gedoogbeleid vooruitlopend op parlementaire besluitvorming zou
afbreuk doen aan deze systematiek en aan het primaat van de wetgever. Juist waar het
gaat om ingrijpende beslissingen rond lijkbezorging, een onderwerp dat raakt aan de
menselijke waardigheid, de grafrust en de nagedachtenis van de overledene, is een
duidelijke en expliciete wettelijke grondslag vereist. Het is aan de regering én het
parlement als formele wetgever om ter zake de noodzakelijke waarborgen, voorwaarden
en grenzen vast te stellen. Het past niet om via bestuurlijk gedogen een materiële
uitbreiding van bevoegdheden te realiseren waarvoor de wet thans geen toereikende
basis biedt. Rechtszekerheid en democratische legitimatie vergen hier terughoudendheid
van het bestuur.
Ondertekenaars
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.