Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Beckerman over ‘Provincie eist bouwstop chalets op camping Vogelenzang’
Vragen van het lid Beckerman (SP) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het bericht «Provincie eist bouwstop chalets op camping Vogelenzang» (ingezonden 3 februari 2026).
Antwoord van Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening)
(ontvangen 10 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1371.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Provincie eist bouwstop chalets op camping Vogelenzang»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de situatie op c?
Antwoord 2
Het bericht betreft een situatie waarbij de provincie Noord-Holland de gemeente Bloemendaal
opdraagt om de aanlegwerkzaamheden voor de bouw van de chalets op de camping stop
te zetten en over te gaan tot «handhaving». Dat is een aangelegenheid voor de provincie
Noord-Holland en de gemeente Bloemendaal.
Vraag 3
Camping Vogelenzang, waar plannen bestaan om een familiecamping om te zetten naar
een luxe vakantiepark met circa 350 chalets en waar vaste kampeerders daarvoor moeten
wijken?
Antwoord 3
Deze vraag ziet op de bedrijfsvoering en prijsstelling van een individuele ondernemer.
Ik doe geen uitspraken over de keuzes van individuele bedrijven.
Vraag 4
Wat vindt u ervan dat deze chalets volgens berichtgeving worden verkocht vanaf circa
€ 395.000 per vierpersoonschalet, terwijl het terrein tot nu toe juist een betaalbare
gezinscamping was?
Antwoord 4
De provincie Noord-Holland gaat in haar «Handhavingsverzoek Camping Vogelenzang» van
16 januari 2026 inderdaad in op de maximale toegestane bebouwing.
Vraag 5
Klopt het dat de provincie Noord-Holland daarbij stelt dat maximaal 1.600 m2 bebouwd mag worden, terwijl de plannen volgens de berichtgeving neerkomen op circa
21.000 m2 bebouwd oppervlak?
Antwoord 5
Het is aan de gemeente Bloemendaal om te beoordelen in hoeverre activiteiten passen
binnen het omgevingsplan en of afwijking hiervan mogelijk is. De provincie Noord-Holland
houdt hier toezicht op en heeft in dit geval dus het in antwoord 4 genoemde handhavingsverzoek
naar de gemeente verstuurd. Dit is een lokale afweging. In algemene zin ga ik bij
het antwoord op vraag 11 in op handhaving.
Vraag 6
Deelt u de opvatting dat het niet aanvaardbaar is wanneer grootschalige bebouwing
doorgang vindt terwijl deze evident in strijd is met het omgevingsplan?
Antwoord 6
Het te voeren recreatiebeleid ter plaatse is een provinciale en gemeentelijke aangelegenheid.
In dit geval wijst de provincie in haar handhavingsverzoek inderdaad op het seizoensgebonden
karakter.
Vraag 7
Hoe kijkt u aan tegen het bezwaar dat de provincie noemt over het permanente karakter
van de chalets, terwijl recreatie in beginsel tijdelijk hoort te zijn en kampeermiddelen
volgens berichtgeving slechts tussen 1 maart en 31 oktober geplaatst mogen worden?
Antwoord 7
Dat hangt af van de bestemming van het betreffende terrein. Indien er sprake is van
een woonbestemming, dan zou dat ook op die wijze vergund dienen te worden, met inachtneming
van de vigerende wet- en regelgeving.
Vraag 8
Vindt u dat de bouw van luxe chalets met een (semi-)permanent karakter het risico
vergroot op verkapte woonbestemmingen buiten de normale woningbouwregels om?
Antwoord 8
Gemeenten zijn vrij in hoe ze het begrip «kampeermiddelen» gebruiken in het omgevingsplan.
Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen tijdelijke kampeermiddelen en objecten
met een permanent karakter. Ik zie geen aanleiding om dit aan te passen.
Vraag 9
Acht u het wenselijk om de definitie van «kampeermiddelen» aan te scherpen, zodat
chalets die in de praktijk een permanent karakter hebben niet langer onder deze definitie
vallen?
Antwoord 9
Een gemeente kan een spoedeisende last onder bestuursdwang in de vorm van een bouwstop
opleggen als sprake is van een overtreding. Hierdoor worden bouwwerkzaamheden stilgelegd.
Vraag 10
Welke directe maatregelen kan een gemeente nemen om werkzaamheden stil te leggen om
te voorkomen dat een ontwikkelaar een voldongen feit creëert?
Antwoord 10
Als dit daadwerkelijk aan de orde is, is het is aan de gemeente Bloemendaal om eventuele
activiteiten te constateren en handhavend op te treden. De provincie heeft hier in
haar handhavingsverzoek ook duidelijk op gewezen.
Vraag 11
Hoe beoordeelt u het signaal dat volgens betrokkenen al grondwerkzaamheden zijn verricht
voordat vergunningen zouden zijn verleend, terwijl het gebied bovendien als beschermd
landschap wordt omschreven?
Antwoord 11
Als sprake is van een overtreding, moet een gemeente in beginsel overgaan tot handhaving,
tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor een gemeente van handhaving
moet afzien. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een concreet zicht op legalisatie of
als handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.
Vraag 12
Deelt u de mening dat gemeenten verplicht zijn om te handhaven wanneer sprake is van
duidelijke strijdigheid met het omgevingsplan, zeker wanneer een provincie dit expliciet
opdraagt?
Antwoord 12
Een provincie kan door middel van indeplaatsstelling zelf overgaan tot handhaving
wanneer een gemeente dit niet doet. Dit kan alleen nadat bestuurlijk overleg heeft
plaatsgevonden met een gemeente en duidelijk is dat er sprake is van taakverwaarlozing
door een gemeente omdat een gemeente nalaat een verplicht besluit te nemen of geen
uitvoering geeft aan een wettelijke taak.
Vraag 13
Welke mogelijkheden heeft de provincie om af te dwingen dat een gemeente daadwerkelijk
handhaaft, wanneer een gemeente blijft talmen of onvoldoende optreedt?
Antwoord 13
Het is aan alle partijen (commercieel of niet) die omgevingsactiviteiten ondernemen
om zich te houden aan wet- en regelgeving. Zowel privaatrechtelijk als publiekrechtelijk.
Vraag 14
Vindt u het wenselijk dat commerciële partijen in de praktijk kunnen opereren volgens
het principe «eerst doen, dan pas vragen», en welke maatregelen acht u nodig om dat
te voorkomen?
Antwoord 14
Deze vraag raakt aan de onderwerpen die aan de orde zijn in de moties die zijn ingediend
tijdens het notaoverleg «Red de Camping» van 26 mei 2025 en aangenomen op 3 juni 2025.
Uw Kamer wordt hierover op korte termijn geïnformeerd via een Kamerbrief.
Vraag 15
Deelt u de zorg dat familiecampings steeds vaker worden opgekocht door commerciële
ketens die vaste kampeerders wegdrukken ten gunste van dure chalets en recreatiewoningen?
Antwoord 15
Zie het antwoord op vraag 14.
Vraag 16
Veel gemeenten kampen met vergelijkbare situaties rond de omzetting van familiecampings
naar luxe chaletparken. Welke concrete voorstellen heeft u om dit probleem landelijk
aan te pakken, zodat gemeenten dit niet ieder voor zich hoeven te bevechten?
Antwoord 16
Er is helaas geen definitie van familiecampings of (semi-)permanente chaletparken,
dus het aantal verdwenen of omgezette parken is niet te bepalen. Uit de databank van
het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) blijkt wel dat het aantal
overnachtingen op kampeerterreinen tussen 2012 en 2025 met 27,8% stijging minder sterk
is gegroeid dan het aantal overnachtingen op huisjesterreinen met een stijging van
62,9%.
Vraag 17
Kunt u aangeven hoeveel familiecampings in Nederland in de afgelopen 10 jaar zijn
verdwenen of zijn omgezet naar (semi-)permanente chaletparken?
Antwoord 17
Ik heb geen specifiek inzicht in de eigendomssituatie van recreatieparken of hun plannen
voor grootschalige herontwikkeling.
Vraag 18
Kunt u inzicht geven in hoeveel recreatieparken in handen zijn van ketens en/of private
equity, en hoeveel daarvan plannen hebben voor grootschalige herontwikkeling?
Antwoord 18
Er zijn geen directe middelen om herverkaveling tegen te gaan. Wel kan gestuurd worden
op de verkaveling door middel van regels in het omgevingsplan. In het omgevingsplan
kunnen bijvoorbeeld regels gesteld worden over de toegelaten kampeermiddelen, kan
een maximaal aantal recreatiewoningen worden opgenomen of een maximaal bebouwd oppervlakte.
Vraag 19
Welke middelen bestaan er op dit moment om herverkaveling van recreatieparken tegen
te gaan, en welke bestuurslagen (gemeente, provincie, Rijk) kunnen deze middelen inzetten?
Antwoord 19
Voor zover de voorstellen uit de initiatiefnota «Red de Camping» raken aan de moties
die zijn ingediend tijdens het notaoverleg van 26 mei 2025 en aangenomen op 3 juni
2025, wordt uw Kamer hierover op korte termijn geïnformeerd via een Kamerbrief.
Vraag 20
Bent u bereid, in het licht van dit bericht, uw reactie op de voorstellen uit de initiatiefnota
«Red de camping» te herzien? Zo ja, wat is uw nieuwe reactie? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 20
«Zie het antwoord op vraag 14».
Ondertekenaars
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.