Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Vermeer over de juridische status, werking en het gebruik van de webmodule beoordeling arbeidsrelatie
Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de juridische status, werking en het gebruik van de webmodule beoordeling arbeidsrelaties voor zzp’ers (ingezonden 2 februari 2026).
Antwoord van Minister Aartsen (Werk en Participatie) (ontvangen 9 april 2026). Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1183.
Vraag 1
Herinnert u zich dat u tijdens het commissiedebat Zzp van 18 december 2025 heeft gesteld
dat de webmodule «in lijn is gebracht met wet- en regelgeving en ook met geldende
jurisprudentie» en dat daarin rekening wordt gehouden met alle gezichtspunten uit
het Deliveroo-arrest, inclusief extern ondernemerschap?
Antwoord 1
Ja, dit heeft mijn ambtsvoorganger gezegd in het commissiedebat van 18 december 2025.
Vraag 2
Op welke concrete jurisprudentie baseert u de stelling dat de webmodule in lijn is
met geldende jurisprudentie?
Antwoord 2
De webmodule is gebaseerd op een grote hoeveelheid uitspraken. In het antwoord op
vraag 3 wordt aangegeven hoe de webmodule zich verhoudt tot recente jurisprudentie
zoals de uitspraak van de Hoge Raad inzake Deliveroo en de prejudiciële beslissing
inzake Uber.1 Deze uitspraken zijn gedaan na de ontwikkeling van de webmodule.
Vraag 3
Op welke wijze past de webmodule de door de Hoge Raad voorgeschreven holistische weging
van alle relevante gezichtspunten bij de kwalificatie van arbeidsrelaties toe?
Antwoord 3
De webmodule vraagt de elementen uit die belangrijk zijn om een arbeidsrelatie te
kwalificeren. Daaronder vallen de gezichtspunten uit het Deliveroo arrest. De Hoge
Raad heeft daarbij aangegeven dat deze gezichtspunten holistisch moeten worden gewogen
en heeft op voorhand geen rangorde aangebracht.
Hieronder wordt voor de standaard vragenlijst uit de webmodule aangegeven welke vragen
betrekking hebben op de elementen uit het Deliveroo-arrest:
1. De aard en duur van de werkzaamheden (vragen 1.5, 2.7, 2.8, 2.9, 2.10, 2.13, 2.17
en 2.25 in de webmodule);
2. De wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald (vragen 2.15, 2.22,
2.24 en 2.28 in de webmodule);
3. De inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie
en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht (vragen
2.14, 2.16, 2.18, 2.19, 2.20, 2.23, 2.27, 2.31 in de webmodule);
4. Het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren (vragen
2.11 en 2.12 in de webmodule);
5. De wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand
is gekomen (vraag 2.1 in de webmodule);
6. De wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd (vragen
2.2, 2.3 en 2.4 in de webmodule);
7. De hoogte van deze beloningen (vraag 2.21 in de webmodule);
8. De vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt
(vragen 2,26, 2.29, 2.30, 2.35 en 2.36 in de webmodule);
9. Of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer
gedraagt of kan gedragen (vragen 2.5, 2.6, 2.32, 2.33, 2.34 in de webmodule).
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de webmodule alle elementen uit het Deliveroo-arrest
uitvraagt. Echter, doordat de vragen worden gesteld aan de opdrachtgever, worden beperkt
vragen gesteld over het ondernemerschap van de werkende buiten de specifieke arbeidsrelatie
om. De opdrachtgever heeft daar immers (mogelijk) beperkt zicht op.
Ook zal op de startpagina extra aandacht worden besteed aan de gezichtspunten uit
het Deliveroo-arrest en meer specifiek het extern ondernemerschap. Hiermee wordt benadrukt
dat de webmodule het extern ondernemerschap slechts beperkt uitvraagt, omdat dit voor
de opdrachtgever lastig te beantwoorden is. Maar dat het extern ondernemerschap van
de werkende wel één van de gezichtspunten is die bij de beoordeling van de arbeidsrelatie
een volwaardige rol speelt. Het is aan de opdrachtgever en werkende om hier een standpunt
over in te nemen en dit (in combinatie met de uitkomst van de webmodule) te betrekken
bij de beoordeling van de arbeidsrelatie.
Vraag 4
Klopt het dat de webmodule geen expliciete vragen bevat over elementen van extern
ondernemerschap, zoals het werken voor meerdere opdrachtgevers, acquisitie en het
dragen van ondernemersrisico?
Antwoord 4
Zoals uit het antwoord op vraag 3 blijkt, bevat de webmodule een aantal vragen die
zien op ondernemerschapskenmerken, maar zien deze vooral op de specifieke arbeidsrelatie
waarvoor de webmodule wordt ingevuld. Deze geven echter al wel enig zicht op aspecten
die zien op ondernemerschap in bredere zin. Mag er voor meerdere opdrachtgevers worden
gewerkt, wordt er financieel risico gelopen zowel voor schade als voor het niet opleveren
van het afgesproken resultaat. Omdat de vragen worden gesteld aan de opdrachtgever
die de opdrachtnemer inhuurt, zien deze vragen niet op arbeidsrelaties met andere
opdrachtgevers.
Vraag 5
Kunt u de puntentoekenning en wegingssystematiek van de webmodule volledig inzichtelijk
maken, inclusief de juridische en beleidsmatige onderbouwing van de aan die systematiek
ten grondslag liggende keuzes?
Antwoord 5
De webmodule stelt een grote diversiteit aan vragen. In de voortgangsbrieven «werken
als zelfstandige» van 22 november 2019, 15 juni 2020 en 20 september 20212 is uw Kamer geïnformeerd over de totstandkoming van de webmodule, de testfase, de
foutenmarge en de uitkomsten van de pilot. Bij deze Kamerbrieven is ook de puntentoekenning
en de weging openbaar gemaakt.
Met de webmodule wordt de holistische weging zo goed mogelijk benaderd.
Er wordt echter ook onderkend dat de praktijk dusdanig divers is dat een standaard
instrument zoals de webmodule nooit met alle feiten en omstandigheden van het individuele
geval rekening kan houden. Ook kan het in een individueel geval voorkomen dat een
of meer indicaties in de holistische toets zwaarder of minder zwaar wegen dan in de
wegingssystematiek van de webmodule. Aan de webmodule kan daarom geen zekerheid worden
ontleend. De webmodule geeft een indicatie of bepaalde werkzaamheden zich ervoor lenen
door een zelfstandige te worden gedaan, of dat er gezien de feiten en omstandigheden
sprake lijkt van een dienstbetrekking.
Vraag 6
Kunt u bevestigen dat de webmodule binnen de Rijksoverheid en andere overheidsorganisaties
wordt gebruikt bij de inhuur van zzp’ers?
Antwoord 6
De Rijksoverheid spant zich in om schijnzelfstandigheid terug te brengen naar nul.
In een circulaire heeft de Minister van BZK de verschillende departementen opgeroepen
om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, zodat wordt voldaan aan wet- en regelgeving.
De verschillende ministeries zijn in de basis zelf verantwoordelijk voor een zorgvuldige
beoordeling van een arbeidsrelatie op basis van een weging van alle feiten en omstandigheden
van het geval. In de circulaire staat dat zij hierbij gebruik kunnen maken van het
huidige handhavingskader van de Belastingdienst, de webmodule of de binnen het Rijk
opgestelde Leidraad aanpak schijnzelfstandigheid. De webmodule is dus een van de mogelijke
hulpmiddelen bij deze beoordeling. De Rijksbrede leidraad aanpak schijnzelfstandigheid
wordt momenteel herzien op basis van de meest recente jurisprudentie. Daarbij worden
de uitspraken Deliveroo en Uber als uitgangspunt gehanteerd en krijgt (extern) ondernemerschap
een volwaardige rol in de beoordeling.
Vraag 7
Hoe verhoudt het gebruik van de webmodule bij de inhuur van zzp’ers door overheidsorganisaties
zich tot uw uitspraak in het commissiedebat van 18 december 2025 dat de webmodule
een indicatief hulpmiddel is en geen juridisch bindend karakter heeft?
Antwoord 7
Elke organisatie, waaronder overheidsorganisaties, die voor een bepaalde opdracht
iemand wil inhuren, zal zich daarbij vooraf moeten afvragen of de specifieke werkzaamheden
en de wijze waarop deze uitgevoerd moeten worden zich ervoor lenen om door een zelfstandige
te worden uitgevoerd of dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Als overduidelijk
is dat er «in dienst van» de werkgevende zal worden gewerkt, dan kan voor die specifieke
klus geen zelfstandige worden ingehuurd. De webmodule kan bij deze beoordeling vooraf
een hulpmiddel zijn. De uitkomst van de webmodule kan ook een aanleiding zijn om de
opdracht en de wijze waarop deze uitgevoerd moet worden dusdanig aan te passen dat
alsnog een zelfstandige kan worden ingehuurd.
Vraag 8
Kunt u bevestigen dat de Belastingdienst de webmodule gebruikt ter ondersteuning van
standpunten in (voor)overleg of handhavingscontexten?
Antwoord 8
Voor de beoordeling van een arbeidsrelatie weegt de Belastingdienst alle feiten en
omstandigheden van het geval mee. Dit blijkt ook uit de Handleiding bedrijfsbezoeken
en boekenonderzoeken die de medewerkers van de Belastingdienst ondersteuning biedt
bij de uitvoering van bedrijfsbezoeken en boekenonderzoeken bij opdrachtgevers waar
het beoordelen van de kwalificatie van arbeidsrelaties speelt3. De huidige webmodule is een hulpmiddel bij de beoordeling van arbeidsrelaties. De
uitkomst van de webmodule heeft geen juridische status.
Vraag 9
Hoe verhoudt het gebruik van de webmodule door de Belastingdienst zich tot het uitgangspunt
dat aan de webmodule geen rechten kunnen worden ontleend en dat deze geen juridisch
bindend instrument is?
Antwoord 9
Zie het antwoord op vraag 8.
Vraag 10
Bent u bekend met eventuele interne juridische adviezen, signalen of aandachtspunten
binnen uw ministerie, de Belastingdienst of andere betrokken uitvoeringsorganisaties
waarin wordt gewezen op mogelijke spanning tussen de webmodule en recente jurisprudentie
over de kwalificatie van arbeidsrelaties?
Antwoord 10
De webmodule is ontwikkeld in samenwerking tussen mijn ministerie, de Belastingdienst
en UWV. Zoals toegelicht in het antwoord op vragen 3, 4 en 5 is daarbij de holistische
weging zo goed als mogelijk benaderd. Ook is in afstemming tussen mijn ministerie
en de uitvoeringsorganisaties een melding toegevoegd aan de uitkomst «geen oordeel
mogelijk» om daarmee ook de recente uitspraken in Deliveroo en Uber een plek te geven
in de webmodule. Daarbij realiseren we ons dat we geen verdere specifieke uitvraag
doen over extern ondernemerschap van de werkende. Om specifiek aandacht te schenken
aan de rol van (extern) ondernemerschap, zal op de startpagina extra aandacht worden
besteed aan de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest met daarbij specifiek aandacht
voor het negende gezichtspunt (extern ondernemerschap).
Er zijn mij geen verdere signalen bekend over spanning tussen de webmodule en recente
jurisprudentie.
Vraag 11
Op welke wijze zijn dergelijke signalen, indien aanwezig, betrokken bij de ontwikkeling
en het gebruik van de webmodule?
Antwoord 11
Zie het antwoord op vraag 10.
Ondertekenaars
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.