Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid El Boujdaini over het bericht ‘Odido-datalek erger dan gemeld, ook burgerservicenummers gelekt’
Vragen van het lid El Boujdaini (D66) aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over het bericht «Odido-datalek erger dan gemeld, ook burgerservicenummers gelekt» (ingezonden 27 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Aerdts (Economische Zaken en Klimaat) en de Staatssecretaris
van Justitie en Veiligheid (ontvangen 9 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 1379.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht van RTL waarin wordt gemeld dat bij telecomprovider
Odido een grootschalig datalek heeft plaatsgevonden en dat hierbij, anders dan eerder
door het bedrijf gecommuniceerd, ook burgerservicenummers (BSN) zijn gelekt?1
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de ernst van het incident, in het bijzonder het lekken van BSN, vanuit
het perspectief van de bescherming van fundamentele rechten van burgers en hoe ingrijpend
beoordeelt u de impact op burgers?
Antwoord 2
De schaal van dit datalek, de hoeveelheid getroffen burgers en de soms gevoelige aard
van de gelekte gegevens maken dit tot een bijzondere situatie. Het maakt duidelijk
dat datalekken grote gevolgen kunnen hebben. Zonder iets te willen of kunnen zeggen
over de oorzaken van het onderhavige datalek, maakt dit in meer algemene zin duidelijk
dat een goede beveiliging van persoonsgegevens zoals vereist in de Algemene Verordening
Gegevensbescherming (AVG) pure noodzaak is en een cruciaal onderdeel van de bedrijfsprocessen
moet zijn. De gevraagde beoordeling van dit datalek is uiteindelijk aan de Autoriteit
Persoonsgegevens (AP) en Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) als onafhankelijke
toezichthouders. Daarnaast doet de politie onder leiding van het Landelijk Parket
een strafrechtelijk onderzoek naar de aanval en de daders.
De gelekte gegevens waaronder ook het BSN zijn niet direct bruikbaar voor fraudeurs
om zelfstandig fraude op naam van gedupeerden te plegen. Criminelen gebruiken de gegevens
vooral om phishingaanvallen uit te voeren en gedupeerden te verleiden om op een link
te klikken of nog meer gegevens prijs te geven.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties adviseert niet om paspoorten
of identiteitskaarten te vernieuwen. Er zijn alleen paspoortnummers gelekt. Alleen
met die informatie kunnen criminelen niet zelfstandig fraude plegen. Zij kunnen die
informatie echter wel gebruiken voor bijvoorbeeld gerichte phishingaanvallen. Met
behulp van de gestolen informatie proberen ze dan om zo betrouwbaar mogelijk te lijken
en in te spelen op het gevoel van burgers met als doel om meer informatie te ontfutselen
of burgers te verleiden op een link, button of QR-code te klikken.
Vraag 3
In hoeverre acht u daarbij het recht op privacy en gegevensbescherming geschonden,
nu (oud-)klanten van Odido buiten hun eigen schuld risico lopen op misbruik van hun
persoonsgegevens?
Antwoord 3
In algemene zin is een datalek een inbreuk in verband met het recht op persoonsgegevens.
Of, en zo ja in hoeverre, de privacy en het recht op gegevensbescherming van betrokken
in deze concrete zaak zijn geschonden, is niet aan het kabinet om te beoordelen. Dit
is aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur
(RDI) als toezichthouders of in voorkomende gevallen aan de rechter om te beoordelen.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het advies aan Odido om geen losgeld te betalen, gelet op de huidige
situatie waarin de hackersgroep Shinyhunters is overgegaan tot publicatie van gestolen
persoonsgegevens, met mogelijke ernstige gevolgen voor de (oud-)klanten van Odido?2
Antwoord 4
Het besluit van Odido om geen losgeld te betalen sluit aan bij de visie van het kabinet.
Slachtoffer worden van dergelijke afperspraktijken kan veel impact hebben. De schade
kan enorm oplopen en plaatst een getroffen bedrijf in een moeilijke positie, ook richting
hun klanten. Zeker in dit geval waar het aantal gestolen gegevens zo omvangrijk is.
De uiteindelijke afweging ligt bij de getroffen organisatie, maar het dringende advies
van de overheid blijft om geen losgeld te betalen. Betaling van losgeld biedt geen
garantie dat criminelen systemen herstellen, gestolen data verwijderen of ervan afzien
deze openbaar te maken of door te verkopen aan andere criminelen. Daarnaast houdt
het betalen van losgeld het verdienmodel van cybercriminelen in stand. De opbrengsten
worden veelal ingezet voor verdere, geavanceerde cyberaanvallen, waarmee nieuwe slachtoffers
worden gemaakt. Dit kan bovendien nieuwe aanvallen op Nederlandse organisaties uitlokken.
Vraag 5
Kunt u aangeven welke opsporingsprioriteit wordt gegeven aan het strafrechtelijk onderzoek
dat is gestart door het Openbaar Ministerie en ligt daarbij ook een rol voor de digitale
recherche?
Antwoord 5
Het OM gaat over de opsporingsprioriteit. De politie is onder gezag van het Openbaar
Ministerie een opsporingsonderzoek gestart. Een team van het Team High Tech Crime,
dat gespecialiseerd is in dit soort cybercriminaliteit, doet onderzoek naar het incident.
Vraag 6
Welke rol ziet u bij het ondersteunen en informeren van burgers van wie persoonsgegevens
door cybercriminelen zijn gepubliceerd en acht u het huidige instrumentarium hiervoor
toereikend?
Antwoord 6
De overheid geeft praktische tips om de digitale weerbaarheid van burgers te vergroten.
Zo hebben burgers de mogelijkheid om websites zoals veiliginternetten.nl en die van
het NCSC te raadplegen waar veel informatie en adviezen worden gegeven over hoe ze
zich online kunnen beschermen en over de basisprincipes van digitale weerbaarheid.
Via Centraal Meldpunt Identiteitsfraude (CMI) kan er melding worden gedaan van fraude,
hier is ook een specifieke pagina over de Odido hack. Daarnaast zal het kabinet met
een reactie komen in lijn met de gedane toezegging door de Staatssecretaris van Economische
Zaken – digitale economie en soevereiniteit en de aangenomen motie van het lid Rajokowski
die opriep tot een duidelijk handelingskader voor slachtoffers van datalekken.3
Vraag 7
Ziet u aanleiding om het strafrechtelijk kader of de opsporingscapaciteit op het terrein
van hacks en digitale afpersing te versterken, bijvoorbeeld door intensivering van
de digitale recherche van de politie of door aanpassing van wet- en regelgeving?
Antwoord 7
Door het Ministerie van Justitie en Veiligheid worden met de politie en het OM worden
gesprekken gevoerd over wat er nodig is om de aanpak van online criminaliteit een
stap verder te brengen, daarin zullen de recente incidenten zoals de hacks bij Clinical
Diagnostics en Odido worden meegenomen.
In het coalitieakkoord is verder aangekondigd dat de strafmaxima voor zware cyberdelicten
zullen worden verhoogd. Bij de nadere beleidsuitwerking hiervan zal ook aandacht worden
besteed aan deze recente incidenten.
Vraag 8
Kunt u de vragen afzonderlijk beantwoorden en dit doen voorafgaand aan de behandeling
van de Cyberbeveiligingswet?
Antwoord 8
Dit is helaas niet gelukt.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Mede ondertekenaar
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.