Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Rajkowski en Bikkers over het bericht ‘Bescherm de lichamelijke integriteit van vrouwen, ook in de digitale wereld’
Vragen van leden Rajkowski en Bikkers (beiden VVD) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Bescherm de lichamelijke integriteit van vrouwen, ook in de digitale wereld» (ingezonden 18 maart 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 8 april
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Bescherm de lichamelijke integriteit van vrouwen, ook
in de digitale wereld»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 4
Hoe oordeelt u over het feit dat informatie van vrouwen over vruchtbaarheid, hun menstruatiecyclus
en (het afbreken van) een eventuele zwangerschap wordt doorverkocht en gedeeld met
bedrijven?
Klopt het dat gegevens over onder andere menstruatie, miskramen, zwangerschapstesten
en het gebruik van morning-afterpillen volgens de privacywetgeving als bijzondere
persoonsgegevens gelden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, klopt het dat deze bijzondere
persoonsgegevens niet zonder medeweten van degene waar het om gaat verkocht mogen
worden?
Antwoord 2 en 4
Dergelijke informatie zal in de regel kwalificeren als bijzondere categorieën van
persoonsgegevens, waarop de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing
is. Als in de hier genoemde gevallen sprake is van een dergelijke doorverkoop zonder
expliciete toestemming, en van een onrechtmatige verwerking van dergelijke bijzondere
persoonsgegevens, dan vind ik dat verontrustend. Het verwerken van deze persoonsgegevens
is immers verboden, tenzij er een uitzonderingsgrond van toepassing is, bijvoorbeeld
wanneer uitdrukkelijke toestemming is gegeven. Het Hof van Justitie van de Europese
Unie (HvJEU) heeft geoordeeld2 dat het begrip «bijzondere persoonsgegevens» in dit soort gevallen ruim dient te
worden uitgelegd. Persoonlijke gegevens die bij het online bestellen van geneesmiddelen
worden ingevoerd, zoals namen en adressen, zijn naar het oordeel van het HvJEU in
beginsel gezondheidsgegevens. De verkoop daarvan aan derde partijen, zonder dat er
een mechanisme bestaat dat de klant hiervoor vooraf uitdrukkelijke toestemming laat
geven, is in strijd met de AVG.
Het beoordelen van een specifieke situatie is echter aan de bevoegde toezichthoudende
autoriteiten; in Nederland is dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De AP is bij
uitstek bevoegd om stappen te ondernemen wanneer sprake is van een overtreding van
de regels die zijn neergelegd in de AVG. Het kabinet beschikt niet over bevoegdheden
om daarover uitspraken te doen en zou op de stoel van de toezichthouder gaan zitten
als het dat deed.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u het feit dat deze data lijkt te worden gedeeld met landen of bedrijven
die zich buiten Europa bevinden en waar vrouwenrechten, zoals het recht op abortus,
onder druk staan?
Antwoord 3
Persoonsgegevens mogen alleen naar zogeheten derde landen (landen buiten de Europese
Economische Ruimte) worden doorgegeven als een van de in de AVG genoemde specifieke
uitzonderingen van toepassing is. Dat kan het geval zijn als de Europese Commissie
(EC) heeft vastgesteld dat dit land een passend beschermingsniveau biedt, of als de
doorgifte is voorzien van passende waarborgen en de betrokkenen over afdwingbare rechten
en doeltreffende rechtsmiddelen beschikken. De beoordeling hiervan in specifieke gevallen
vereist een juridische en feitelijke oordeelsvorming door de onafhankelijke toezichthouder.
Vraag 5
Deelt u onze zorg dat bedrijven die zichzelf profileren als vóór de vrouwengezondheid
en als een betrouwbare partij, terwijl zij zonder uitdrukkelijke toestemming bijzondere
persoonsgegevens van gebruikers doorverkopen, misleidend te werk gaan? Zo ja, welke
rol ziet u hierbij voor de Autoriteit Consument & Markt of de Autoriteit Persoonsgegevens?
Antwoord 5
Deze zorg deel ik. Wanneer inderdaad sprake is van onrechtmatige verwerkingen van
dergelijke bijzondere persoonsgegevens, dan vind ik dat verontrustend. Voor mogelijke
schending van consumenten- en gegevensbeschermingsrecht kunnen gebruikers zich tot
de toezichthoudende autoriteit wenden. Voor zover het de naleving betreft van de AVG
is dat de AP. De AP kan onderzoek instellen naar de naleving van de gegevensbeschermingswetgeving,
kan boetes en dwangsommen opleggen alsook stopzetting van gegevensverwerkingen gelasten.
Met betrekking tot de naleving van het consumentenrecht kan een melding worden gedaan
bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM).
Vraag 6 en 7
Bent u bereid om in gesprek te gaan met de toezichthouders, en waar nodig partners
op Europees niveau, om zo snel mogelijk de lichamelijke integriteit van vrouwen en
mensen ook digitaal te beschermen zodat voorkomen wordt dat hormonale kwetsbaarheden
worden geëxploiteerd voor commercieel gewin, zonder dat vrouwen dat weten? Zo nee,
waarom niet?
Bent u bereid te onderzoeken of de huidige wetgeving afdoende is, of dat er nog aanvullende
wetgeving of beleid nodig is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6 en 7
Het arrest van het HvJEU d.d. 4 oktober 2024 waaraan ik heb gerefereerd in de antwoorden
op de vragen 2 en 4, heeft de brede werkingssfeer van de AVG bevestigd door een ruime
interpretatie van het begrip «gezondheidsgegevens», door ook online aankopen van receptvrije
geneesmiddelen daaronder (en daarmee onder de strikte regels voor bijzondere persoonsgegevens)
te brengen. Ik zou niet willen concluderen dat er sprake is van lacunes in de wetgeving;
veeleer wringt het bij de naleving daarvan door verwerkingsverantwoordelijken. Het
doen van onderzoek daarnaar is als gezegd een taak van de onafhankelijke toezichthouder.
Op grond van artikel 52 AVG treedt de AP daarbij volledig onafhankelijk op en blijft
zij vrij van al dan niet rechtstreekse externe invloed en vragen, noch aanvaardt zij
instructies van wie dan ook. Deze onafhankelijkheid vind ik belangrijk en ik wil deze
dan ook niet doorkruisen.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.