Amendement (gewijzigd/nader/vervangend) : Gewijzigd amendement van de leden Beckerman en Bushoff ter vervanging van nr. 24 over het omkeren van de bewijslast bij schade door mijnbouwwerken
36 836 Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen
Nr. 36
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN BECKERMAN EN BUSHOFF TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT
ONDER NR. 24
Ontvangen 8 april 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I
Aan het opschrift wordt toegevoegd «en van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek vanwege
het toepassen van het wettelijk bewijsvermoeden bij schade door de aanleg of exploitatie
van een mijnbouwwerk».
II
Aan de beweegreden wordt toegevoegd «en dat het tevens wenselijk is Boek 6 van het
Burgerlijk Wetboek aan te passen in verband met het toepassen van het wettelijk bewijsvermoeden
bij schade die gevolg zou kunnen zijn van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk».
III
Na artikel III wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL IIIA
In artikel 177a, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek wordt «door beweging
van de bodem als gevolg van» vervangen door «als bedoeld in artikel 177, eerste lid,»
en vervalt «ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of gasopslag
bij Norg of de gasopslag bij Grijpskerk»
Toelichting
Het bewijsvermoeden zoals dat momenteel geldt voor schade als gevolg van de aanleg
of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van de gaswinning uit het Groningenveld
of de gasopslag Norg of Grijpskerk, is een rechtvaardiger uitgangspunt voor de bescherming
van gedupeerden. Dit amendement strekt ertoe dit bewijsvermoeden uit te breiden naar
alle mijnbouwschade in Nederland.
Er is geen goede reden om dit rechtvaardiger uitgangspunt te beperken. Ook elders
in Nederland ondervinden bewoners schade door mijnbouwactiviteiten, zoals gaswinning
in andere regio's, zoutwinning of geothermie. De willekeur van het huidige systeem
wordt pijnlijk zichtbaar na de aardbeving bij het Drentse gasveld Eleveld in maart
2026. De grens tussen de twee effectgebieden loopt dwars door de stad Assen: wie aan
de ene kant woont wordt zonder bewijs gecompenseerd, wie aan de andere kant woont
moet zelf aantonen dat zijn schade door de aardbeving is veroorzaakt. In het meest
schrijnende geval liep deze grens zelfs dwars over het perceel van één bewoner, waardoor
haar huis en haar tuin onder verschillende regelingen vielen. Dit soort willekeurige
uitkomsten is onverteerbaar.
De indieners zijn zich ervan bewust dat uitbreiding van het bewijsvermoeden consequenties
heeft en dat een zorgvuldige uitwerking nodig is. Dat is echter bij uitstek een afweging
die aan het kabinet is bij de beoordeling van vergunningverlening.
Bovendien heeft de Tweede Kamer het kabinet al eerder opgeroepen het bewijsvermoeden
uit te breiden. De aangenomen motie 33 529-1219 riep het kabinet op om hiertoe over te gaan, maar is tot op heden niet uitgevoerd.
Het kabinet heeft de tijd gehad om dit via een afzonderlijk wetsvoorstel te regelen.
Nu dat niet is gebeurd, is een amendement op dit wetsvoorstel de aangewezen weg. De
indieners achten uitbreiding van het bewijsvermoeden gerechtvaardigd: mijnbouwactiviteiten
zijn grootschalige industriële ingrepen in de bodem waarvan de risico's voor omwonenden
vooraf moeilijk volledig in kaart te brengen zijn. Het is redelijk dat de partij die
profiteert van deze activiteiten aannemelijk maakt dat schade een andere oorzaak heeft,
en niet de gedupeerde bewoner.
Beckerman Bushoff
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Sandra Beckerman, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Julian Bushoff, Tweede Kamerlid