Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Teunissen over het bericht dat Curaçao wordt gebruikt als doorvoerhaven voor Venezolaanse olie
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Klimaat en Groene Groei en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over het bericht dat Curaçao wordt gebruikt als doorvoerhaven voor Venezolaanse olie (ingezonden 19 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei), mede namens
de Minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 7 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 1184.
Vraag 1
Klopt het dat een tanker met Venezolaanse olie recent is aangemeerd bij Curaçao voor
tijdelijke opslag, en zo ja, welke hoeveelheden zijn betrokken en in wiens opdracht
gebeurt dit?1
Antwoord 1
Ja. Nadere details over hoeveelheden en commerciële afspraken vallen onder de verantwoordelijkheid
van Curaçao en betrokken marktpartijen.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de uitspraak van premier Pisas dat deze ontwikkeling een «buitenkansje»
is voor Curaçao?
Antwoord 2
De uitspraak van de premier van Curaçao is een eigen beoordeling van de regering van
Curaçao. Het kabinet laat die beoordeling aan Curaçao zelf.
Vraag 3
Bent u vooraf geïnformeerd over de aankomst en opslag van Venezolaanse olie op Curaçao?
Zo ja, wanneer en door wie?
Antwoord 3
Nee. Besluiten over aankomst en opslag van olie vallen onder de autonome verantwoordelijkheid
van Curaçao. Nederland of het Koninkrijk hebben hierin geen besluitvormende rol.
Vraag 4
Deelt u de mening dat de oliehandel via Curaçao het signaal afgeeft dat schendingen
van internationaal recht door de illegale acties van de VS geen gevolgen hoeven te
hebben zolang economische belangen spelen?
Antwoord 4
Het gaat om economische activiteiten die plaatsvinden binnen de verantwoordelijkheid
van Curaçao. Het kabinet ziet geen aanleiding om hieraan een nadere politieke betekenis
te verbinden.
Vraag 5
Hoe voorkomt u dat Nederlandse bedrijven economisch profiteren van een situatie die
is ontstaan door illegale interventie van de VS in Venezuela?
Antwoord 5
Nederlandse bedrijven dienen te voldoen aan voor hen geldende internationale wetten
en regels. Op basis van de nu bekende informatie is er geen indicatie dat internationale
verplichtingen niet zijn nageleefd.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u het risico dat Curaçao structureel wordt gepositioneerd als fossiele
doorvoerhub? Acht het kabinet dit in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs en de
EU-klimaatdoelstellingen? Zo nee, wat doet het kabinet om het structureel inbedden
van een fossiele doorvoerhaven te voorkomen?
Antwoord 6
De huidige activiteiten hebben een tijdelijk karakter en er zijn geen aanwijzingen
dat Curaçao structureel wordt ontwikkeld tot fossiele doorvoerhaven. Structurele economische
keuzes liggen bovendien bij Curaçao en niet bij het kabinet. Nederland blijft zich
inzetten voor klimaatdoelstellingen en energietransitie.
Vraag 7
Bent u bereid om met Curaçao in gesprek te gaan over alternatieven voor economische
ontwikkeling die niet leunen op fossiele doorvoer en opslag, en die niet het gevolg
zijn van een illegale interventie door de VS? Zo ja, welke concrete stappen zijn daarvoor
voorzien?
Antwoord 7
Ja, de gesprekken over alternatieven voor economische ontwikkeling die niet leunen
op fossiele doorvoer en opslag voert het kabinet al. Binnen bestaande overlegstructuren
wordt met Curaçao gesproken over duurzame economische ontwikkeling en energietransitie
met respect voor de autonome positie van Curaçao. In dat kader zijn er SDE++-middelen
beschikbaar gesteld voor het versterken van de energie-infrastructuur in de komende
jaren.
Vraag 8
Acht u het wenselijk dat Curaçao zich profileert als doorvoerhaven voor fossiele olie,
terwijl Nederland zich internationaal uitspreekt voor klimaatdoelen, afbouw van fossiele
afhankelijkheid en het beperken van de macht van olie-exporterende staten?
Antwoord 8
De economische positionering van Curaçao, al dan niet als doorvoerhaven voor fossiele
olie, is een autonome keuze. Op dit moment zijn er echter geen aanwijzingen dat Curaçao
structureel wordt ontwikkeld tot fossiele doorvoerhaven. Nederland blijft zich bovendien
internationaal inzetten voor de afbouw van fossiele afhankelijkheid en het behalen
van klimaatdoelstellingen.
Vraag 9
Hoe verhoudt het faciliteren van de doorvoer en opslag van Venezolaanse olie via Curaçao
zich tot het Nederlandse beleid om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en
olie-exporterende staten te verminderen, en tot de inzet op strategische energie-onafhankelijkheid?
Antwoord 9
De tijdelijke opslag van olie op Curaçao maakt geen onderdeel uit van het Nederlandse
energie- of klimaatbeleid en staat los van de inzet op vermindering van fossiele afhankelijkheid
en versterking van energieonafhankelijkheid.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede namens
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.