Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Struijs over het bericht dat ouderen zich in toenemende mate onveilig voelen
Vragen van het lid Struijs (50PLUS) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht dat ouderen zich in toenemende mate onveilig voelen (ingezonden 18 maart 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 7 april 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Zorgen bij ouderen om oorlog en fatbikes: 40
procent houdt deur ’s avonds dicht, roep om meer politie op straat»1?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het onderzoek van ouderenbond ANBO-PCOB waaruit onder andere blijkt
dat meer dan de helft van 65-plussers in Nederland van mening is dat hun gemeente
onvoldoende doet om te zorgen voor hun veiligheid?
Antwoord 2
Iedereen moet zich in Nederland veilig kunnen voelen, ook ouderen. Het kabinet streeft
ernaar iedereen een veilige en rechtvaardige samenleving te bieden. Ik vind het vervelend
dat ouderen in Nederland zich volgens dit onderzoek onveilig voelen.
Ik zou de cijfers wel in een bredere context willen plaatsen. Begin maart verscheen
namelijk ook de Veiligheidsmonitor, een grootschalig onderzoek vanuit het CBS waarin
ook veiligheidsbeleving is meegenomen.2 Uit de Veiligheidsmonitor blijkt dat 65-plussers zich van alle leeftijdsgroepen juist
het minst onveilig voelen.
De cijfers uit het onderzoek van de ouderenbond gaan wel wat breder dan de Veiligheidsmonitor.
Zo worden de zorgen van ouderen over bijvoorbeeld financiële problemen, het niet meekunnen
in de digitale maatschappij, vallen en autorijden niet meegenomen in de Veiligheidsmonitor.
Vraag 3
Wat is uw mening over de bevinding uit het onderzoek dat 40 procent van de ouderen
’s avonds niet meer de deur wilt opendoen als er wordt aangebeld?
Antwoord 3
De Veiligheidsmonitor geeft hier een wat ander beeld dan het onderzoek van ANBO-PCOB.
Uit de cijfers van het CBS blijkt namelijk dat 13% van de 65-plussers de deur ’s avonds
niet opendoet.3 Dit percentage ligt echter wel hoger dan bij andere leeftijdsgroepen.
Dat gezegd hebbende, vind ik wel dat ouderen zich ’s avonds in hun eigen huis veilig
zouden moeten voelen. In mijn beantwoording van vraag 5 ga ik verder in op acties
die ik daarvoor onderneem.
Verder vind ik het in beginsel geen verkeerde zaak dat mensen zelf actie ondernemen
om te voorkomen dat ze slachtoffer worden van criminaliteit. Verschillende preventiecampagnes
vanuit de Rijksoverheid zijn hier ook op gericht.
Vraag 4
Deelt u de bezorgdheid van veel ouderen dat zij zich onveiliger voelen dan vroeger,
door onder andere oorlogsdreiging, sociale onrust, cybercriminaliteit en verkeersoverlast?
Antwoord 4
Ik begrijp die zorgen. Voor veel ouderen stapelen verschillende bronnen van onrust
zich op: de internationale spanningen komen dichtbij via nieuws en sociale media,
in de eigen omgeving is er soms meer sociale frictie, en criminaliteit verschuift
deels naar het digitale domein. Ik kan me voorstellen dat dit gevoelens van onveiligheid
oproept, ook als de statistieken niet overal en voor iedereen hetzelfde beeld laten
zien.
Ik blijf hierover in gesprek met lokale partners. Zo zorgen we er gezamenlijk voor
dat we ons niet alleen richten op het verbeteren van objectieve veiligheid, maar vooral
op het dagelijkse gevoel van veiligheid.
Vraag 5
Welke aanvullende maatregelen gaat u nemen om de veiligheid en het gevoel van veiligheid
van ouderen te versterken?
Antwoord 5
Een van mijn prioriteiten is om veiligheid en gezag op straat te versterken. Daar
wil ik voor alle Nederlanders op inzetten, dus ook voor ouderen.
Volgens het onderzoek van ANBO-PCOB ziet een groot deel van de ouderen het vergroten
van zichtbaarheid en aanwezigheid van politie en wijkagenten als de meest effectieve
manier om criminaliteit tegen te gaan. Dit kabinet wil meer wijkagenten opleiden en
inzetten. Daarbij wil ik benadrukken dat niet alleen wijkagenten invulling geven aan
de zichtbaarheid en aanwezigheid van de politie in de wijk: dat doen alle agenten
in de gebiedsgebonden politie met elkaar. In toenemende mate beschikken agenten over
de apparatuur om hun werk op straat of op locatie te kunnen doen. Zo kan ook maatwerk
worden toegepast om bij bepaalde doelgroepen, bijvoorbeeld ouderen, op hun huisadres
een aangifte op te nemen. Dit gebeurt met name bij online criminaliteit, zoals bijvoorbeeld
bankhelpdeskfraude. Gezien de grote impact hiervan bezoeken agenten het slachtoffer
inmiddels in alle politie-eenheden ook thuis. Verder verwijs ik graag naar de, naar
het zich op dit moment laat aanzien, succesvolle campagne Game-over. OM en politie
voeren die campagne met als doel om personen die verdacht worden van bankhelpdeskfraude,
of het zich voordoen als nepagent, te identificeren en op te pakken. Dit zijn vormen
van criminaliteit waarvan met name ook kwetsbare ouderen het slachtoffer worden.
Daarnaast wil ik doen wat ik kan ouderen zich veiliger te laten voelen. In de begeleidende
brief aan de Tweede Kamer bij de aanbieding van de Veiligheidsmonitor, heb ik toegezegd
dat ik met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Centrum voor Criminaliteitspreventie
en Veiligheid en gemeenten zal verkennen waar mogelijkheden liggen om de veiligheidsbeleving
te verbeteren, juist ook op lokaal niveau.4 Daarin zal ik specifiek aandacht hebben voor de oudere doelgroep.
Vraag 6
Welke aanvullende maatregelen gaat u nemen om ouderen beter te beschermen tegen digitale
oplichting?
Antwoord 6
Het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude (CMI) biedt op de website algemene informatie
en advies voor slachtoffers van identiteitsfraude en geeft naar aanleiding van incidenten
ook gerichtere informatie middels nieuwsbrieven. Ook dit jaar werk ik gezamenlijk
met ketenpartners aan goede voorlichting om ouderen weerbaarder te maken tegen digitale
oplichting. Dit jaar staat, net als eerdere jaren, de maand april in het teken van
senioren en veiligheid. Onder andere het CMI, de politie, de Nederlandse Vereniging
van Banken, Slachtofferhulp Nederland en de Fraudehelpdesk informeerden recentelijk
bezoekers van de Senioren Expo en de huishoudbeurs over verschillende fraudevormen,
met speciale aandacht voor identiteitsfraude en preventieve maatregelen, waaronder
het gebruik van de KopieID-app.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.