Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jagtenberg over het bericht 'Nederland wil Amerikaanse onbemenste gevechtsvliegtuigen vol AI aanschaffen'
Vragen van het lid Jagtenberg (D66) aan de Staatssecretaris van Defensie over het bericht «Nederland wil Amerikaanse onbemenste gevechtsvliegtuigen vol AI aanschaffen» (ingezonden 23 maart 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Boswijk (Defensie), mede namens de Minister van Defensie
(ontvangen 7 april 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Nederland wil Amerikaanse onbemenste gevechtsvliegtuigen
vol AI aanschaffen»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe voorziet u, naast toetreding tot het Amerikaanse CCA-programma, concreet aan te
sluiten op Europese ontwikkelingen? Kunt u een plan van aanpak aan de Kamer verstrekken?
Antwoord 2
In de brief van 19 maart jl. (Kamerstuk 36 592 nr. 60) is toegelicht dat Defensie door deelneming in het CCA-programma nu concrete kansen
kan benutten voor het opdoen van kennis tijdens de fase van test, onderzoek en ontwikkeling
van onbemenste gevechtsvliegtuigen die kunnen samenwerken met bemenste jachtvliegtuigen.
De twee genoemde grotere internationale samenwerkingsprogramma’s voor toekomstige
jachtvliegtuigen, waar eventuele onbemenste gevechtscapaciteit onderdeel van uitmaakt,
zijn in een beginstadium en bieden deze mogelijkheden (nog) niet. Dit neemt niet weg
dat Defensie in het programma MOBIUS de mogelijkheden blijft verkennen van deelname
aan andere programma’s voor kennisopbouw en ontwikkeling van dit soort systemen, wereldwijd
en specifiek in Europees verband. Defensie werkt daarnaast in NAVO en in EU-verband
en bilateraal met verschillende partners nauw samen op kennis- en innovatiegebied
in het luchtdomein en wisselt in dit kader informatie uit over het opzetten van kansrijke
projecten en initiatieven, waaronder op de gebieden van onbemenste systemen en autonomie.
Vraag 3
Wat betreft de ambitie om aan te sluiten op Europese alternatieven; hoe gaat u om
met het risico dat het ene Europese alternatief, «Future Combat Aircraft System» met daarbij behorende onbemenste systemen («Remote Carriers»), zo goed als stukgelopen is, en het andere Europese alternatief «Global Combat Air Program» zich met name richt op een volgende generatie bemenste jachtvliegtuig?
Antwoord 3
Geïntegreerde onbemenste luchtsystemen kunnen de effectiviteit van bemenste gevechtsvliegtuigen
aanzienlijk vergroten en zijn sneller en goedkoper te produceren dan traditionele
bemenste gevechtsvliegtuigen. De ontwikkelingen gaan snel en het is daarom aannemelijk
dat bestaande trajecten van Europese landen worden doorontwikkeld of aangevuld met
nieuwe initiatieven voor de toekomstige integratie van onbemenste luchtsystemen. Door
deelname aan het Amerikaanse programma kan Defensie nu kennis vergaren waarmee we
voorop lopen in deze ontwikkeling. Dit kan ook van nut zijn bij eventueel toekomstige
deelname aan programma’s met Europese partners.
Vraag 4
De wet- en regelgeving voor het gebruik van kunstmatige intelligentie bij militaire
inzet staat nog in de kinderschoenen; wat is uw plan als de kunstmatige intelligentie
in het Amerikaanse CCA-programma niet aansluit op Europese of Nederlandse standaarden?
Hoe gaat u om met de risico’s? Bent u voornemens om, indien het niet aansluit, zelf
alternatieven binnen Europese standaarden te ontwikkelen?
Antwoord 4
Het Amerikaanse CCA programma ontwikkelt de software in een open architectuur. Defensie
behoudt de mogelijkheid om in samenwerking met de Nederlandse en Europese kennisinstellingen
en industrie software te ontwikkelen conform Nederlandse dan wel Europese standaarden.
Vraag 5
In uw recente Kamerbrief van 19 maart 2026 (Kamerstuk 36 592, nr. 60) schrijft u mogelijkheden te onderzoeken om de Nederlandse innovatieve industrie
aan te laten sluiten bij de ontwikkeling van CCA in de toekomst; bent u bereid te
verkennen of Nederland het voortouw kan nemen in de Europese ontwikkeling van onbemenste
systemen zoals «Collaborative Combat Aircraft» of «Remote Carriers», overwegende dat dit complementair kan zijn aan huidige internationale initiatieven
en de kennis en kunde in Nederland beschikbaar is?
Antwoord 5
Defensie verkent de mogelijkheden van deelname aan programma’s in de ontwikkeling
van onbemenste systemen binnen en buiten Europa in het MOBIUS project. Deelname aan
het Amerikaanse CCA programma biedt unieke kansen op kennisopbouw om deze verkenning
zorgvuldig uit te kunnen voeren.
Vraag 6
Kunt u de vragen afzonderlijk van elkaar en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Antwoord 6
Ja.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Dassen (Volt),
ingezonden 23 maart 2026 (vraagnummer 2026Z05783).
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie -
Mede namens
D. Yesilgöz-Zegerius, minister van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.