Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Müller en Jumelet over het artikel 'Von der Leyen: 'Europese afbouw kernenergie was strategische fout''
Vragen van de leden Müller (VVD) en Jumelet (CDA) aan de Minister en de Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei over het artikel «Von der Leyen: «Europese afbouw kernenergie was strategische fout»» (ingezonden 11 maart 2026).
Antwoord van Staatssecretaris De Bat (Economische Zaken en Klimaat) (ontvangen 7 april
2026).
Vraag 1
Hoe apprecieert u het krantenartikel «Von der Leyen: «Europese afbouw kernenergie
was strategische fout»»?1 Deelt u de mening van Von der Leyen dat het een strategische fout is geweest van
Europese landen om kernenergie de rug toe te keren omdat het Europa kwetsbaarder heeft
gemaakt voor hoge energieprijzen en afhankelijkheid van energie-import?
Antwoord 1
Het kabinet deelt de analyse over het belang van een robuuste, betaalbare en onafhankelijke
energievoorziening in Europa. Deze vermindert onze kwetsbaarheid voor prijsvolatiliteit
en geopolitieke risico’s. Keuzes omtrent energie – en daarmee de keuze voor kernenergie
in de energiemix – zijn een nationale bevoegdheid. Het kabinet verwelkomt dan ook
het stevige signaal van Commissievoorzitter Von der Leyen dat de grotere rol erkent
die kernenergie in de toekomst zal spelen in de energiemix, in Europese lidstaten
waaronder Nederland, om zo een bijdrage te leveren aan het behalen van Europese strategische
doelstellingen.
Vraag 2
Heeft u er kennis van genomen dat de Europese Commissie (EC) heeft aangekondigd voor
200 miljoen euro aan garanties beschikbaar te stellen voor investeringen in innovatieve
kerntechnologieën, waaronder small modular reactors (SMR’s)? Hoe gaat u ervoor zorgen
dat Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en projecten maximaal gebruik kunnen
maken van deze middelen?
Antwoord 2
Zoals beschreven in de Kamerbrief van 16 juni 20252, werkt het kabinet aan het versterken van het nucleaire ecosysteem via kennisopbouw,
netwerkontwikkeling en concrete activiteiten op drie samenhangende terreinen:
• De nucleaire kennisbasis en -infrastructuur via het Meerjarig Missiegedreven Innovatieprogramma
Kernenergie (MMIP Kernenergie, waarvoor € 65 miljoen euro tot en met 2030 voor beschikbaar
is) en de Human Capital Agenda Kernenergie, waarin kennis- en onderzoeksorganisaties,
onderwijsinstellingen, bedrijven en de overheid samenwerken aan het opleiden en aantrekken
van voldoende opgeleid personeel;
• De nucleaire brandstof- en waardeketen;
• Internationale samenwerking.
Op deze manier zorgt het kabinet ervoor dat kennis- en onderzoeksorganisaties, onderwijsinstellingen
en bedrijven kunnen aansluiten bij de bouw van nieuwe kerncentrales in Nederland (inclusief
SMR’s) en waar mogelijk internationale mogelijkheden kunnen benutten, waaronder een
rol als exporteur van nucleaire technologie, kennis en diensten.
Ook de Europese Commissie is bezig met het vormgeven van de ondersteuning van innovatieve
kerntechnologieën. Een voorbeeld hiervan is de genoemde € 200 miljoen aan garanties
voor innovatieve nucleaire technologieën die onlangs door de Europese Commissie is
aangekondigd en wordt toegevoegd aan het Europese InvestEU-fonds. Projecten kunnen
hierop aanspraak maken via de Europese Investeringsbank; kleinere projecten in Nederland
kunnen hierop via InvestNL aanspraak maken. Als onderdeel van het MMIP Kernenergie
ondersteunt RVO Nederlandse partijen die SMR's willen ontwikkelen hierbij, zoals dat
ook gebeurt bij het EU Innovatiefonds en andere EU-programma's.
Voor de zomer zal de Kamer nader per brief over de nationale aanpak voor de versterking
van het nucleaire ecosysteem worden geïnformeerd.
Vraag 3
Heeft u er kennis van genomen dat de EC de regels tevens wil versimpelen zodat nieuwe
nucleaire technologieën sneller getest en opgeschaald kunnen worden? Welke nationale
regels en/of procedures vormen momenteel de grootste belemmeringen in Nederland?
Antwoord 3
Nederland heeft een zorgvuldig doordacht kader voor de bouw en inpassing van kerncentrales.
Dit kader is gericht op veiligheid, participatie en het waarborgen van een goede ruimtelijke
inpassing en biedt ruimte voor innovatieve technologieën. De handreiking voor het
Veilig Ontwerp en veilig Bedrijven van Kernreactoren (VOBK) is afgelopen jaar door
de ANVS geactualiseerd, met als voornaamste stappen het beter harmoniseren met internationale
richtlijnen en het toepasbaar maken op meer innovatieve technieken. Dit is behulpzaam
voor SMR’s en internationale techniekleveranciers.
Het kabinet verwelkomt daarnaast de aanpassingen van het EU staatssteunkader3 dat lidstaten meer ruimte geeft om nationale industrieën financieel te ondersteunen
bij energie- en duurzaamheidsinvesteringen.
Vraag 4
Hoe verlopen de gesprekken met bedrijven die geïnteresseerd zijn in de ontwikkeling
of bouw van SMR’s in Nederland? Hoe kan de rol van de overheid bij het faciliteren
van deze projecten worden versterkt?
Antwoord 4
Het kabinet is in contact met ontwikkelaars en partijen die geïnteresseerd zijn in
de bouw van SMR's en heeft eerder in kaart gebracht wat zij nodig hebben voor verdere
ontwikkeling. Naar aanleiding van deze gesprekken is het kabinet tot de conclusie
gekomen dat ondersteuning op dit moment vooral gewenst is voor vroege haalbaarheidsstudies
of vergunbaarheidsanalyses. Het kabinet zal met de SMR-strategie tot € 20 miljoen
beschikbaar maken voor concrete initiatieven om hiermee de haalbaarheidsstudies en
vergunbaarheidsanalyses te ondersteunen. Het kabinet is blijvend in gesprek met bedrijven
en zal een marktconsultatie starten om inzicht te krijgen in de huidige status van
initiatieven in Nederland om hiermee het financieringsinstrument (voor de genoemde
€ 20 miljoen) in te kunnen richten. Aanvullend verkent de marktconsultatie financieringsmogelijkheden
voor latere fasen van private SMR-projecten, zoals bouw en exploitatie.
Vraag 5
Wat kan het kabinet doen om de realisatie van nieuwe kerncentrales in Nederland verder
te versnellen?
Antwoord 5
Het kabinet heeft voortdurend de mogelijkheden voor versnelling voor ogen, uiteraard
met inachtneming van de risico's en kosten die hiermee gemoeid zijn. In de voortgangsbrief
nieuwbouw kernenergie van mei en oktober4 jl. is ingegaan op versnellingsopties. Het kabinet zal u voor de zomer een volgende
voortgangsbrief sturen.
Vraag 6
Hoe zorgt het kabinet ervoor dat Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen maximaal
kunnen profiteren van de bouw van de nieuwe kerncentrales in Nederland, bijvoorbeeld
via betrokkenheid in de toeleveringsketen en kennisontwikkeling?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 2.
Vraag 7
Hoe bereidt het kabinet Nederland voor op een mogelijke rol als exporteur van nucleaire
technologie, kennis en diensten?
Antwoord 7
Zie het antwoord op vraag 2.
Vraag 8
Hoe gaat Nederland zich in Europees verband inzetten om de ontwikkeling van kernenergie
en innovatieve nucleaire technologieën verder te versnellen, zodat Europa minder afhankelijk
wordt van fossiele energie-importen?
Antwoord 8
Nederland zet zich al geruime tijd in voor de ontwikkeling van kernenergie en SMR's
binnen de Europese Unie. Nederland heeft een actieve rol binnen de Nucleaire Alliantie
en binnen de SMR Industriële Alliantie. Daarnaast heeft het kabinet bilateraal contact
met verschillende landen in Europa om synergiën op te zoeken. Het kabinet blijft zich
binnen en buiten de genoemde gremia inzetten voor het ondersteunen en versnellen van
de uitrol van kernenergie.
Ondertekenaars
J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.