Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ellian over de Arbeidstijdenwet en opschaling van de krijgsmacht
Vragen van het lid Ellian (VVD) aan de Staatssecretaris van Defensie over de Arbeidstijdenwet en opschaling van de krijgsmacht (ingezonden 4 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Boswijk (Defensie) (ontvangen 2 april 2026). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1277.
Vraag 1
Bent u bekend met het feit dat Defensie bij realistische, meerdaagse en geïntegreerde
oefeningen gebruikmaakt van externe opleiders die werkzaamheden verrichten die inhoudelijk
gelijk zijn aan die van defensiepersoneel, onder militair gezag plaatsvinden en direct
samenhangen met de operationele gereedheid van eenheden?
Antwoord 1
Defensie maakt bij opleidingen en oefeningen gebruik van externe opleidingscapaciteit
van civiele partijen. Deze opleiders verrichten hun werkzaamheden op basis van civielrechtelijke
overeenkomsten met hun werkgever. Zij vallen niet onder militair gezag en zijn geen
defensiepersoneel.
Vraag 2
In hoeverre herkent u dat de onverkorte toepassing van de Arbeidstijdenwet in deze
situaties kan botsen met realisme, veiligheid en continuïteit van de opleiding?
Antwoord 2
Defensie onderkent dat bij intensieve en meerdaagse opleidingen spanning kan ontstaan
tussen de gewenste opleidingsrealiteit en de kaders van de Arbeidstijdenwet. Bij de
inzet van externe opleiders berust de formele verantwoordelijkheid voor naleving van
deze wet bij de betreffende werkgever. Defensie heeft een zorgplicht en moet erop
toezien dat de ingehuurde medewerkers niet in strijd met toepasselijke wet- en regelgeving
werkzaam zijn. Defensie maakt hierover vooraf duidelijke afspraken met de civiele
werkgever en richt opdrachten zodanig in dat zowel operationele doelstellingen als
geldende arbeidswetgeving worden gerespecteerd.
Vraag 3
Welke ruimte biedt artikel 2:4 van de Arbeidstijdenwet ruimte om de wet geheel of
gedeeltelijk buiten toepassing te verklaren wanneer toepassing de uitvoering van wettelijke
taken belemmert?
Antwoord 3
Artikel 2:4 van de Arbeidstijdenwet biedt de mogelijkheid om, onder voorwaarden, bepalingen
uit de wet geheel of gedeeltelijk buiten toepassing te verklaren voor defensiepersoneel,
voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van wettelijke taken van Defensie.
Vraag 4
Hoe wordt deze bepaling momenteel toegepast ten aanzien van externe opleiders die
in een militair-operationele context functioneren?
Antwoord 4
Deze bepaling is uitsluitend van toepassing op defensiepersoneel en wordt niet toegepast
op extern ingehuurde opleiders. Voor deze laatste groep medewerkers blijft het civiele
arbeidsrechtelijk kader, waaronder de Arbeidstijdenwet, volledig van kracht.
Vraag 5
Bent u bereid om te verkennen of een strikt afgebakende ministeriële regeling op grond
van artikel 2:4 ATW mogelijk en wenselijk is, die uitsluitend ziet op aangewezen opleidingssituaties
en externe opleiders daarin tijdelijk functioneel gelijkstelt aan defensiepersoneel,
met passende waarborgen voor arbeidsomstandigheden, veiligheid en herstel? Zo ja,
kunt u de Kamer over de uitkomsten van deze verkenning zo snel mogelijk informeren?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het ligt in de rede dat uitzonderingsbepalingen binnen de Arbeidstijdenwet terughoudend
worden toegepast en enkel van toepassing zijn op defensiepersoneel dat onder militair
gezag valt. Voor extern ingehuurde opleiders geldt immers het civiele arbeidsrechtelijk
kader. Wel herkennen we het vraagstuk. Daarom ben ik bereid met SZW hierover in gesprek
te gaan. Ik zal uw Kamer over de uitkomsten informeren.
Ondertekenaars
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.