Schriftelijke vragen : Het artikel 'OM vervolgt nauwelijks zorginstellingen na onnatuurlijke dood cliënten'
Vragen van het lid Van Brenk (50PLUS) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het artikel «OM vervolgt nauwelijks zorginstellingen na onnatuurlijke dood cliënten» (ingezonden 2 april 2026).
Vraag 1
Hoe oordeelt u over de stelling dat het Openbaar Ministerie (OM) zorginstellingen
veel vaker zou moeten vervolgen voor grove nalatigheid?1
Vraag 2
Hoe verklaart u dat het OM dertig zaken onderzocht, maar dat sinds 2009 slechts vier
zorginstellingen voor de rechter zijn gekomen voor zaken met een dodelijke afloop?
Vraag 3
Hoe oordeelt u over de stelling dat het voor iedereen gemakkelijk is om een zorgbedrijf
op te richten, maar dat het ook gemakkelijk lijkt om weg te komen met fouten en slechte
zorgverlening?
Vraag 4
Hoe oordeelt u over de stelling dat gebrekkige regelgeving een rol speelt in het niet
rondkrijgen van de bewijslast? En welke mogelijkheden ziet u om dit te verbeteren?
Vraag 5
Waarom zijn er geen kwaliteitseisen voor zorgverleners die via de Wet langdurige zorg
(Wlz) zorg bieden, zoals de rechtbank concludeert?
Vraag 6
Ziet u mogelijkheden om, zoals in het artikel gesuggereerd wordt, voorwaardelijke
opzet ten laste te gaan leggen?
Vraag 7
In hoeverre overweegt u om de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) de bevoegdheid
te geven om zorgbedrijven te sluiten als er sprake is van zorgverwaarlozing?
Vraag 8
In hoeverre overweegt u om ervoor te zorgen dat ook andere hulpverleners zoals woonzorgbegeleiders
onder tuchtrecht te laten vallen?
Vraag 9
Hoe oordeelt u over de stelling dat de IGJ veel meer, bijvoorbeeld onaangekondigd,
moet handhaven – aangezien in het artikel wordt gesteld dat het via het strafrecht
lastig is aan te tonen dat er bijvoorbeeld slechte zorg is geleverd?
Vraag 10
Hoe oordeelt u over het bericht dat niet-natuurlijke overlijdens door artsen onvoldoende
worden opgemerkt en geregistreerd?
Vraag 11
Waarom worden huisartsen en verpleeghuisartsen niet voor voor lijkschouw en niet-natuurlijke
doden opgeleid, terwijl lijkschouw al veelal door hen gedaan wordt?
Vraag 12
Hoe kan het dat er geen eenduidigheid is over de definities van een natuurlijke en
onnatuurlijke dood?
Vraag 13
Waarom houdt de IGJ geen landelijke cijfers bij van niet-natuurlijke doden?
Vraag 14
Gaat u ervoor zorgen dat er een overzicht komt, aangezien GGD’s die het calamiteitentoezicht
uitvoeren voor gemeenten ook geen overzicht hebben?
Vraag 15
In hoeverre zou het CBS een rol kunnen spelen in het verzamelen en analyseren van
deze cijfers?
Vraag 16
Hoe oordeelt u over de stelling dat het IGJ en het OM beter zouden moeten samenwerken?
Ondertekenaars
Corrie van Brenk, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.