Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ellian over een grote crimineel (Lysander de R.) die naar een regulier detentieregime is afgeschaald
Vragen van het lid Ellian (VVD) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over een grote crimineel (Lysander de R.) die naar een regulier detentieregime is afgeschaald (ingezonden 24 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 31 maart
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1362.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Onrust in gevangenis Heerhugowaard: motorbende-leider
wil wraak»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met de berichtgeving.
Vraag 2
Klopt het dat Lysander de R. recent in een regulier regime is geplaatst?
Antwoord 2
Ik ga niet in op individuele casussen. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 15.
Vraag 3
Hoe kan het dat een gedetineerde die bekend staat als het «bajesbeest» en de «schrik
van Zaanstad» en in meerdere Penitentiaire Inrichtingen een schrikbewind voerde, al
enige tijd op een reguliere afdeling is geplaatst?
Antwoord 3
Ik ga niet in op de situatie rondom individuele gedetineerden. Ik beantwoord de vragen
daarom in algemene zin.
In het algemeen geldt dat de selectiefunctionarissen van de Dienst Justitiële Inrichtingen
(DJI) namens mij beslissen waar en in welk regime een gedetineerde wordt geplaatst.
Gedetineerden worden geplaatst op een regime dat passend is bij de veiligheidsrisico’s.
Bij de eerste plaatsing van een gedetineerde wordt een risicoprofiel vastgesteld waarbij
naar meerdere aspecten wordt gekeken, zoals de kenmerken en achtergronden van het
delict en overige beschikbare informatie van het Openbaar Ministerie en de politie.
Het uitgangspunt is dat een gedetineerde wordt geplaatst in een normaal beveiligde
inrichting of afdeling en dat gedetineerden enkel aan beperkingen mogen worden onderworpen
indien dit voor het doel van de vrijheidsbeneming of in het belang van de handhaving
van de orde of de veiligheid in de inrichting noodzakelijk is. Wanneer individuele
veiligheidsmaatregelen niet afdoende zijn om gestelde risico’s te beperken, kan plaatsing
in de Afdeling Intensief Toezicht (AIT) of de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) aan
de orde zijn.
Plaatsing op een AIT of in een EBI wordt zorgvuldig gewogen conform de procedure uit
artikel 26 Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden (Rspog). Elke
twaalf maanden wordt getoetst of nog steeds wordt voldaan aan de plaatsingscriteria
en wordt beoordeeld of het verblijf van een gedetineerde in AIT of EBI wordt verlengd
voor wederom een jaar. DJI beoordeelt dat op basis van concrete, betrouwbare en actuele
informatie van de organisatie zelf en/of het Bureau Inlichtingen en Veiligheid (BIV),
het Landelijk Bureau Inlichtingen en veiligheid (LBIV) en de Detentie Intelligence
Unit (DIU) bestaande uit politie, OM en DJI. Deze informatieproducten dragen bij aan
plaatsingsbeslissingen en het treffen van aanvullende veiligheidsmaatregelen waar
nodig.
Vraag 4
Waarom is deze gedetineerde al langer dan een jaar uit de Afdeling Intensief Toezicht
geplaatst?
Antwoord 4
Zoals ik eerder aangaf ga ik niet in op de situatie rondom individuele gedetineerden.
Wanneer een gedetineerde in de AIT verblijft, wordt elke twaalf maanden beoordeeld
of dit verblijf wordt verlengd met wederom twaalf maanden. DJI beoordeelt dat op basis
van concrete, betrouwbare en actuele informatie.
Wanneer niet wordt voldaan aan de plaatsingscriteria van de AIT zal het verblijf daar
niet worden verlengd en vindt afschaling naar een lager beveiligingsniveau plaats,
al dan niet met individuele maatregelen.2
Vraag 5
Waarom wordt een gedetineerde, die evident en aantoonbaar betrokken is bij voortgezet
crimineel handelen uit detentie, in een Penitentiaire Inrichting (Zuyderbosch) geplaatst
waar in 2025 maar liefst 31 keer communicatiemiddelen zijn aangetroffen bij gedetineerden?
Antwoord 5
In algemene zin wordt door de Selectiefunctionaris, volgens het proces zoals beschreven
in antwoord 3, een keuze gemaakt voor een passende plaatsing van een gedetineerde.
In die afweging wordt ook meegenomen welke PI geschikt is voor het huisvesten van
de gedetineerde. De Selectiefunctionaris kijkt in eerste instantie naar de woonplaats
van de gedetineerde voorafgaand aan detentie in verband met bezoek en naar eventuele
contra-indicaties voor plaatsing in een bepaalde PI (zoals bij welke andere gedetineerden
de gedetineerde niet kan worden geplaatst). Daarnaast is het relevant in welk arrondissement
de strafvervolging plaatsvindt.3 Het plaatsen van een gedetineerde is het resultaat van een zorgvuldig en weloverwogen
proces.
Vraag 6
Op welke wijze worden bij het afbouwen van toezichtsmaatregelen op basis van de lijst
gedetineerden met een vlucht- en/of maatschappelijk risico, feiten betrokken zoals
het leiding geven vanuit detentie aan een motorclub zoals MC Hardliners, het oprichten
daarvan en leider zijn van een dergelijke criminele organisatie?
Antwoord 6
Bij de afweging om toezichtsmaatregelen al dan niet af te bouwen wordt alle relevante
informatie betrokken. Als bij deze afweging blijkt dat er mogelijke risico’s voor
de orde en veiligheid van de inrichting of de samenleving zijn, heeft de vestigingsdirecteur
de mogelijkheid om individuele (toezicht)maatregelen op te leggen en toezichtsmaatregelen
juist niet af te bouwen. Ook in deze afweging maakt DJI gebruik van actuele, betrouwbare
en concrete informatie.
Vraag 7
Op welke wijze worden de B- en C-grond uit artikel 13 van de Regeling selectie, plaatsing
en overplaatsing van gedetineerden gewogen indien sprake is van een gedetineerde die
aantoonbaar vanuit detentie crimineel handelen heeft voortgezet en een leidende rol
heeft bij een criminele organisatie zoals een motorclub?
Antwoord 7
Lidmaatschap van een criminele organisatie leidt niet automatisch tot plaatsing in
een AIT. De wijze waarop de B- en C-grond uit artikel 13 Rspog (plaatsing in de AIT)
worden gewogen is een zorgvuldig proces dat wordt uitgevoerd door de selectiefunctionaris
van DJI waarbij informatie wordt meegenomen van de organisatie zelf en/of de Detentie
Intelligence Unit (DIU) bestaande uit politie, OM en DJI. Dit wordt elke twaalf maanden
getoetst indien een gedetineerde geplaatst is in een AIT.4
Vraag 8
Hoe kan er geen sprake zijn van een hoog risico op aanhoudende ongeoorloofde contacten
met de buitenwereld met een maatschappelijk ontwrichtend karakter indien een gedetineerde
hoogstwaarschijnlijk betrokken is bij ernstige bedreigingen jegens een burgemeester?
Antwoord 8
Zoals eerder aangegeven ga ik niet in op individuele casussen, daarmee ook niet op
een individuele toetsing.
Vraag 9
Indien de feiten als genoemd in vragen 4, 5 en 6 zich zouden voordoen: waarom zit
zo een gedetineerde dan niet in de Extra Beveiligde Inrichting?
Antwoord 9
In algemene zin geldt dat plaatsing op een strenger regime plaatsvindt, zoals de AIT
of de EBI, indien wordt voldaan aan de geldende plaatsing criteria.
Dit wordt per individuele gedetineerde bepaald op basis van actuele informatie zoals
bij de antwoord 3 uiteen is gezet.
Vraag 10
Waarom kan een gedetineerde in aanmerking komen voor fasering als de voorwaardelijke
invrijheidsstelling door de rechter is ingetrokken?
Antwoord 10
Wanneer de voorwaarden van een voorwaardelijke invrijheidsstelling (v.i.) worden geschonden,
kan het OM besluiten de v.i. te herroepen. In dat geval wordt de gedetineerde opnieuw
in een penitentiaire inrichting geplaatst om het resterende deel van de opgelegde
vrijheidsstraf alsnog uit te zitten.
Na deze terugplaatsing kan een gedetineerde onder omstandigheden afhankelijk van de
duur van het strafrestant alsnog in aanmerking komen voor fasering binnen het detentiestelsel.
Fasering vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de inrichting en op basis van
een besluit van DJI. Het maakt onderdeel uit van het detentie- en re-integratiebeleid
en is gericht op een gecontroleerde en verantwoorde terugkeer in de samenleving, met
als doel het verminderen van recidive.
De mogelijkheid tot fasering betekent echter niet dat de eerdere schending van de
v.i. zonder gevolgen blijft. De gedetineerde verblijft eerst opnieuw in een penitentiaire
inrichting en moet laten zien dat hij of zij zich houdt aan de geldende regels en
voorwaarden. De inrichting (DJI) bepaalt, op basis van het detentie- en re-integratieplan
(D&R-plan) en het gedrag tijdens detentie, of en wanneer re-integratiestappen zoals
fasering passend zijn. Pas wanneer uit gedrag, risicobeoordelingen en het detentieverloop
blijkt dat een volgende stap verantwoord is, kan fasering worden overwogen.
Vraag 11
Waarom kan een gedetineerde in aanmerking komen voor meer vrijheden indien hij betrokken
is bij feiten zoals genoemd in de vragen 4, 5 en 6?
Antwoord 11
Herroeping van een v.i. betekent niet automatisch dat detentiefasering en resocialisatie
ter voorbereiding op een goede terugkeer is uitgesloten.
Detentiefasering en voorwaardelijke invrijheidstelling zijn twee verschillende dingen.
Detentiefasering vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de PI en op basis van
een besluit van DJI. Het OM beslist over het verlenen en herroepen van de voorwaardelijke
invrijheidstelling. Het in aanmerking komen van meer vrijheden tijdens de detentie
past binnen een traject van detentiefasering en resocialisatie.
Vraag 12
Wanneer gaat u inzien dat criminele kopstukken er alles aan zullen doen om in lagere
detentieregimes terecht te komen?
Antwoord 12
DJI is zich zeer bewust dat gedetineerden bij voorkeur geplaatst worden in lagere
beveiligde regimes en beslist zeer zorgvuldig, samen met betrokken partijen, of plaatsing
in een lager regime verantwoord is. Een goede informatie-uitwisseling én analyse ten
aanzien van gedetineerden zijn daarbij cruciaal. Zoals in het antwoord bij vraag 3
aangegeven beschikt elke PI over een BIV en is er landelijk LBIV. Samen met de DIU
zorgen zij voor gezamenlijke analyse van relevante data van het OM, de politie en
DJI. Deze informatieproducten dragen bij aan plaatsingsbeslissingen en het treffen
van aanvullende veiligheidsmaatregelen waar nodig.
Vraag 13
Wat gaat u de samenleving precies uitleggen indien een gedetineerde zoals Lysander
de R. vanuit detentie wederom de samenleving vrees zal aanjagen en mogelijk ernstige
strafbare feiten zal laten plegen?
Antwoord 13
Wanneer er een risico is op voortgezet crimineel handelen vanuit detentie zullen passende
maatregelen genomen worden. Per situatie wordt gekeken wat de meest geschikte maatregelen
zijn, dat kan variëren van toezichtsmaatregelen op de contacten met buiten tot overplaatsing
naar een zwaarder detentieregime, zoals de EBI of de AIT. Alle inzet is erop gericht
om ook tijdens de detentie de samenleving te beschermen tegen (hoog)risicogedetineerden.
Vraag 14
Kunt u deze vragen afzonderlijk en uiterlijk 1 maart 2026 beantwoorden?
Antwoord 14
Deze Kamervragen zijn zo snel mogelijk beantwoord.
Vraag 15
Indien u bij beantwoording op sommige vragen zult antwoorden dat u «niet ingaat op
individuele gevallen», kunt u daarbij dan uitgebreid motiveren waarom u niet op individuele
gevallen kunt ingaan terwijl de uitvoering van strafrechtelijke vonnissen rechtstreeks
onder uw verantwoordelijkheid valt?
Antwoord 15
Als Staatssecretaris is het mijn primaire taak om algemeen beleid en wetgeving te
vormen en uit te voeren. Het beoordelen van individuele gevallen is voorbehouden aan
de daarvoor aangewezen instanties, zoals uitvoeringsorganisaties en het OM.
De Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (WJSG) regelt hoe justitie en het OM
omgaan met strafrechtelijke gegevens, waaronder tenuitvoerleggingsinformatie. Er zijn
specifieke beleidsregels in WJSG voor de verstrekking van deze tenuitvoerleggingsgegevens
aan derden. Het delen van deze informatie is gebonden aan wettelijke grondslagen.
Daarnaast kan informatie omtrent de plaatsing leiden tot extra druk en bedreiging
van de medewerkers van DJI.
Om uw Kamer te voorzien van (voor zover mogelijk) volledige en juiste informatie om
haar democratische controletaak uit te voeren heeft mijn ambtsvoorganger daarom het
aanbod gedaan van een vertrouwelijke briefing, onder andere over het proces dat wordt
doorlopen bij plaatsing van hoogrisicogedetineerden, in de laatste voortgangsbrief
over de aanpak georganiseerde criminaliteit tijdens detentie van 23 januari jl.5 om u hierover nader te laten informeren door DJI.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.