Amendement (gewijzigd/nader/vervangend) : Gewijzigd amendement van de leden Westerveld en Dassen ter vervanging van nr. 26 over gezinshereniging ook mogelijk maken voor pleegkinderen en voor mensen die in het land van herkomst niet mogen trouwen
36 871 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
Nr. 62
GEWIJZGID AMENDEMENT VAN DE LEDEN WESTERVELD EN DASSEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT
ONDER NR. 26
Ontvangen 30 maart 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
In artikel I, onderdeel T, wordt het voorgestelde artikel 29c, eerste lid, als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel a, wordt na «echtgenoot» ingevoegd «of de ongehuwde partner met wie
de vreemdeling een naar behoren geattesteerde duurzame en exclusieve relatie onderhoudt
en die behoort tot diens gezin, en die het in het land van herkomst niet is toegestaan
met die vreemdeling een huwelijk aan te gaan,».
2. In onderdeel b vervalt «biologische of geadopteerde».
Toelichting
Met dit amendement wordt geregeld dat gezinshereniging ook mogelijk is voor pleegkinderen
en voor mensen die in het land van herkomst niet mogen trouwen omdat zij bijvoorbeeld
LHBTIQ+ persoon zijn. De indiener stelt dat de reguliere migranten wel de mogelijkheid
behouden om te herenigen met pleegkinderen en pleegkinderen die met de vluchtelingen
meereizen wel een vergunning kunnen krijgen. Dit onderscheid is niet te rechtvaardigen.
Bovendien, in oorlog en vervolgingssituaties komt het voor dat ouders overlijden en
bijvoorbeeld een broer, tante of oma de zorg voor een kind op zich nemen. In de vluchtelingencontext
is vaak geen mogelijkheid om een familierechtelijke band met een kind te formaliseren.
Ook is het soms niet gebruikelijk, of zoals in veel Arabische landen, zelfs niet toegestaan
om de adoptie te formaliseren.
Met het onderhavig wetsvoorstel wordt de mogelijkheid voor ongehuwde partners om te
kunnen nareizen geschrapt. De maatregel heeft beperkt effect aangezien in een aanzienlijk
deel van de nareisaanvragen voor ongehuwde partners de aanvraag wordt ingediend in
combinatie met één of meer minderjarige kinderen. Dan heeft de andere ouder alsnog
via artikel 8 EVRM de mogelijkheid om gezinshereniging aan te vragen. Met dit amendement
wordt de mogelijkheid voor ongehuwde partners wettelijk verankerd.
De uitwerking van deze maatregel zal in de praktijk, specifiek voor LHBTIQ+ personen
discriminatoir uitpakken. Zo valt te denken aan situaties van vreemdelingen voor wie
het (feitelijk) onmogelijk is om in het land van herkomst te huwen. Het gaat dan bijvoorbeeld
om landen waarin homoseksuele relaties niet allen niet erkend worden, maar zelfs strafbaar
zijn. De indieners stellen dat Nederland een voortrekkersrol moet blijven spelen als
het gaat om de bescherming van de LHBTIQ+ personen, specifiek in zaken waarbij mensen
worden vervolgd vanwege hun seksuele geaardheid.
Ten aanzien van het uitsluiten van relaties van hetzelfde geslacht heeft het Europees
Hof voor de Rechten van de Mens al eerder bepaald dat er geen sprake is van een objectief
en gerechtvaardigd onderscheid als deze van hereniging worden uitgesloten1. Het uitsluiten van deze relaties is ook in strijd met de Gezinsherenigingsrichtlijn
(overweging 5): «De lidstaten passen deze richtlijn toe zonder onderscheid te maken
op grond van ras, huidskleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal,
godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale
minderheid, vermogen, geboorte, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.»
Westerveld Dassen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Lisa Westerveld, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Laurens Dassen, Tweede Kamerlid