Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid El Abassi over de bekladding van de El Houda Moskee in Brunssum
Vragen van het lid El Abassi (DENK) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de bekladding van de El Houda Moskee in Brunssum (ingezonden 16 februari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 30 maart 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1259.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat de El Houda Moskee in Brunssum in de nacht van 13
op 14 februari 2026 is beklad met anti-islamitische teksten?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat het bekladden van een gebedshuis met anti-islamitische teksten
niet alleen vernieling is, maar tevens een vorm van intimidatie en mogelijk een haatmisdrijf?
Wordt een mogelijk discriminatoir of islamofoob motief expliciet meegenomen in het
politieonderzoek?
Antwoord 2
Dergelijke incidenten zijn ernstig en onacceptabel. Het kabinet vindt het belangrijk
dat iedereen in Nederland zijn of haar geloof vrij en veilig kan belijden, zonder
te worden geconfronteerd met intimidatie of vernieling van religieuze gebouwen.
Het bekladden van gebouwen, waaronder gebedshuizen, is strafbaar wanneer sprake is
van vernieling.2 Wanneer dergelijke uitingen gericht zijn tegen een groep mensen vanwege bijvoorbeeld
hun godsdienst, kan sprake zijn van strafbare feiten met discriminatoir aspect.3
Het is aan politie en het Openbaar Ministerie (OM) om in individuele gevallen te beoordelen
of sprake is van een strafbaar feit en of een discriminatoir motief onderdeel uitmaakt
van het delict. Indien bij aangiften aanwijzingen bestaan voor een dergelijk motief,
wordt dit conform de Aanwijzing discriminatie betrokken bij het opsporingsonderzoek.4
Vraag 3
Welke concrete maatregelen worden lokaal en landelijk genomen om moskeeën beter te
beschermen tegen dit soort incidenten? Wordt daarbij specifiek rekening gehouden met
periodes van verhoogde spanning of maatschappelijke onrust?
Antwoord 3
De verantwoordelijkheid voor de lokale veiligheidssituatie ligt primair bij de lokale
driehoek van burgemeester, politie en het OM. Daarnaast houden de inlichtingen- en
veiligheidsdiensten de dreiging nauwlettend in de gaten. Op basis van de lokale situatie
en actuele dreigingsinformatie zullen er passende maatregelen worden getroffen door
het lokaal bevoegd gezag.
Over specifieke maatregelen die door politie en OM worden genomen, worden in het algemeen
geen mededelingen gedaan, omdat dit vaak betrekking heeft op operationele en veiligheidsgevoelige
informatie.
Vraag 4
Deelt u de mening dat, zoals uit het recente rapport van de Staatscommissie tegen
Discriminatie en Racisme blijkt, discriminerende uitlatingen in het publieke en politieke
debat kunnen bijdragen aan het normaliseren van haat en discriminatie tegen onder
meer moslims, en dat dit klimaat een voedingsbodem vormt voor incidenten zoals de
bekladding van de El Houda Moskee in Brunssum? Zo ja, welke verantwoordelijkheid ziet
u hierin voor bewindspersonen en Kamerleden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Het kabinet vindt discriminatie en haat jegens groepen in de samenleving onaanvaardbaar.
Het is van belang dat in het publieke debat respectvol met elkaar wordt omgegaan en
dat discriminatie en haat duidelijk worden afgekeurd.
Tegelijkertijd kan bij individuele incidenten niet zonder meer een direct verband
worden gelegd met uitingen in het publieke of politieke debat. Binnen de democratische
rechtsstaat geldt het uitgangspunt van vrijheid van meningsuiting, waarbij de grenzen
worden bepaald door de wet. Wanneer uitingen strafbaar zijn, kan daartegen worden
opgetreden door politie en OM.
Vraag 5
Bent u bereid om, in overleg met gemeenten en politie, aanvullende preventieve maatregelen
te treffen ter bescherming van islamitische gebedshuizen, zoals structureel contact
met moskeebesturen, zichtbare surveillance of ondersteuning bij beveiligingsmaatregelen?
Antwoord 5
Het nemen van beveiligingsmaatregelen vanuit de overheid voor religieuze instellingen
gebeurt altijd op basis van actuele dreigingsinformatie van de politie en/of inlichtingen-
en veiligheidsdiensten. Dit gebeurt onder het lokaal bevoegd gezag en is een aanvulling
op wat deze instellingen al doen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid. Indien de
dreiging en risico daartoe aanleiding geven, zullen er beveiligingsmaatregelen worden
getroffen door het lokaal bevoegd gezag.
Daarnaast onderhouden gemeenten, politie en religieuze instellingen in veel gevallen
reeds contact over veiligheidsvraagstukken.
Ook het kabinet hecht waarde aan het onderhouden van contact met gemeenschappen en
maatschappelijke organisaties.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u het effect van dergelijke incidenten op het veiligheidsgevoel binnen
islamitische gemeenschappen?
Antwoord 6
Incidenten die gericht zijn tegen religieuze instellingen kunnen een grote impact
hebben op het veiligheidsgevoel van betrokken gemeenschappen. Het bekladden van een
gebedshuis kan gevoelens van onveiligheid, kwetsbaarheid en verdriet oproepen bij
bezoekers en omwonenden.
Het is daarom van belang dat dergelijke incidenten serieus worden genomen, dat meldingen
en aangiften worden onderzocht en dat lokale autoriteiten waar nodig in contact staan
met de betrokken gemeenschap.
Vraag 7
Bent u bereid om in de komende voortgangsrapportage met betrekking tot discriminatie
expliciet aandacht te besteden aan geweld en vernielingen gericht tegen religieuze
instellingen, waaronder moskeeën?
Antwoord 7
In rapportages over discriminatie wordt aandacht besteed aan ontwikkelingen op basis
van gegevens van onder andere de politie en andere betrokken organisaties. De politie
registreert en analyseert incidenten met een mogelijk discriminatoir karakter, waaronder
incidenten bij religieuze instellingen, en deze worden actief gemonitord en opgevolgd.
Tegelijkertijd geldt dat deze incidenten niet als afzonderlijke, eenduidig afgebakende
categorie worden geregistreerd. Daardoor kan geen volledig en sluitend overzicht worden
gegeven van incidenten met een discriminatoir aspect specifiek gericht tegen religieuze
instellingen.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.