Schriftelijke vragen : Gemeentelijke uitgaven aan iftar-activiteiten
Vragen van het lid Schilder (Groep Markuszower) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over gemeentelijke uitgaven aan iftar-activiteiten (ingezonden 30 maart 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van berichtgeving dat grote gemeenten tienduizenden euro’s uitgeven
aan iftar-activiteiten, al dan niet via subsidies of eigen organisatie?1
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat het organiseren of subsidiëren van iftars door gemeenten
in de kern een religieuze activiteit ondersteunt? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Hoe verhoudt het actief faciliteren van iftars door gemeenten zich tot het beginsel
van scheiding tussen kerk en staat?
Vraag 4
Deelt u de mening dat gemeenten zich terughoudend dienen op te stellen bij het financieren
of organiseren van religieuze bijeenkomsten, in het bijzonder iftars? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 5
Hoe voorkomt u dat het organiseren en subsidiëren van iftars door gemeenten de indruk
wekt dat de overheid zich vereenzelvigt met een specifieke religie?
Vraag 6
In hoeverre acht u het wenselijk dat gemeentelijke middelen worden ingezet voor activiteiten
die direct samenhangen met religieuze gebruiken, zoals het verbreken van het vasten
tijdens de ramadan?
Vraag 7
Welke criteria hanteren gemeenten om te bepalen of een activiteit als «maatschappelijk»
wordt aangemerkt, terwijl deze in de praktijk een religieus karakter heeft?
Vraag 8
Deelt u de zorg dat het labelen van iftars als «ontmoeting» of «integratie» feitelijk
een omzeiling van het neutraliteitsbeginsel kan zijn? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
In hoeverre wordt gecontroleerd of dergelijke subsidies daadwerkelijk een algemeen
maatschappelijk doel dienen en niet primair een religieuze activiteit faciliteren?
Vraag 10
Kunt u uitsluiten dat door deze praktijk een precedent ontstaat waardoor terugkerend
aanspraak wordt gemaakt op vergelijkbare financiering? Zo nee, hoe wordt hiermee omgegaan?
Vraag 11
Acht u het wenselijk dat gemeenten zelf iftars organiseren op bijvoorbeeld het stadhuis
en zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de vereiste neutraliteit van de overheid?
Vraag 12
Ziet u aanleiding om gemeenten explicieter te wijzen op de grenzen van het subsidiëren
van activiteiten met een religieus karakter? Zo nee, waarom niet?
Indieners
-
Gericht aan
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Indiener
Shanna Schilder, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.