Schriftelijke vragen : Het bericht dat de Verenigde Naties slavenhandel als ergste misdaad tegen de menselijkheid ooit bestempelt
Vragen van het lid Tseggai (GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Buitenlandse Zaken en de Minister-President over het bericht dat de Verenigde Naties slavenhandel als ergste misdaad tegen de menselijkheid ooit bestempelt (ingezonden 27 maart 2026).
Vraag 1
Kent u het bericht dat de Verenigde Naties (VN) slavenhandel als ergste misdaad tegen
de menselijkheid ooit bestempelt?1 Zo ja, wat vindt u van dit bericht?
Vraag 2
Klopt het dat Nederland zich heeft onthouden van stemming? Zo ja, waarom?
Vraag 3
Bent u het eens met de stelling dat van landen met een koloniaal verleden en directe
betrokkenheid bij (trans-Atlantische) slavenhandel, zoals Nederland, een expliciete
erkenning verwacht mag worden? Zo nee, waarom niet? Hoe verhoudt deze stemonthouding
in de Algemene Vergadering van de VN zich tot de officiële excuses voor het handelen
van de Nederlandse staat, waarbij, in de bewoordingen van de toenmalige Minister-President
Rutte, «een komma, geen punt» werd gezet? Had het niet meer in deze benadering gepast
om wél in te stemmen met deze VN-resolutie?
Vraag 4
Hoe beoordeelt u de oproep van de secretaris-generaal van de VN om te komen tot «een
confrontatie met de nalatenschap van de slavernij en racisme»? Wat valt, in dit licht
bezien, te verwachten aan kabinetsmaatregelen?
Vraag 5
Bent u bereid om deze vragen vóór het aankomende commissiedebat Discriminatie, racisme
en mensenrechten te beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Gericht aan
R.A.A. Jetten, minister-president -
Gericht aan
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Mikal Tseggai, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.