Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden De Kort en Schutz over het artikel ‘Veel bushaltes niet toegankelijk voor mensen met een beperking’
Vragen van de leden De Kort en Schutz (beiden VVD) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en de Staatssecretaris van Infrastructuur Waterstaat over het bericht «Veel bushaltes niet toegankelijk voor mensen met een beperking» (ingezonden 4 maart 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 26 maart
2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Veel bushaltes niet toegankelijk voor mensen
met een beperking»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat bushaltes voor iedereen toegankelijk moeten zijn, mede gelet
op het feit dat Nederland tien jaar geleden het VN-verdrag inzake de rechten van personen
met een handicap heeft geratificeerd?
Antwoord 2
Ja, bushaltes zouden voor iedereen toegankelijk moeten zijn.
Vraag 3
Bent u zich ervan bewust dat veel mensen met een beperking volledig afhankelijk zijn
van het Openbaar vervoer en dat toegankelijke mobiliteit een essentiële voorwaarde
vormt om volwaardig te kunnen deelnemen aan andere maatschappelijke domeinen, zoals
onderwijs, werk en sport?
Antwoord 3
Ja, toegankelijke mobiliteit is voor mensen met een beperking van groot belang om
volwaardig te kunnen deelnemen aan de samenleving.
Vraag 4
Welke concrete maatregelen bent u bereid te nemen om de toegankelijkheid van het Openbaar
vervoer te verbeteren, in het bijzonder voor mensen met een visuele beperking en voor
mensen met een mobiliteitsbeperking?
Antwoord 4
Het Rijk heeft in 2022 het Bestuursakkoord Toegankelijkheid Openbaar Vervoer 2022–2032
(verder te noemen Bestuursakkoord) gesloten met de decentrale ov-autoriteiten, dat
zijn de provincies en vervoersregio’s, ProRail, en vervoerders.2 In het akkoord zijn afspraken gemaakt om de toegankelijkheid van het openbaar vervoer
verder te verbeteren voor reizigers met een beperking. De afspraken hebben onder andere
betrekking op de toegankelijkheid van reisinformatie, stations, voertuigen, en bus-
en tramhaltes. Alle partijen hebben een eigen rol in het realiseren hiervan. Het Rijk
heeft € 30 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de afspraken en volgt
de uitvoering ervan.
Vraag 5
Bent u van mening dat bij de aanbesteding van nieuwe Openbaarvervoerlocaties expliciete
en afdwingbare toegankelijkheidseisen moeten worden opgenomen? Zo ja, op welke wijze?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Ja, in het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer is bepaald dat alle nieuwe,
vernieuwde en verbeterde haltes en stations toegankelijk moeten zijn.
Vraag 6
Deelt u de opvatting dat bij renovatie of herinrichting van bestaande ov-locaties
de toegankelijkheid aantoonbaar moet worden verbeterd? Zo ja, hoe gaat u dit waarborgen?
Antwoord 6
Ja, de regelgeving verplicht provincies en gemeentes als wegbeheerders, haltes die
dat nog niet zijn toegankelijk te maken wanneer er reconstructie of groot onderhoud
plaatsvindt.
In lijn met de afspraken in het Bestuursakkoord hebben de decentrale ov-autoriteiten
uitvoeringsprogramma’s opgesteld waarin zij aangeven hoe zij uitvoering geven aan
afspraken uit het akkoord, waaronder het toegankelijk maken van haltes. Het Rijk heeft
€ 28 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de programma’s. Het Ministerie
van Infrastructuur en Waterstaat bewaakt de voortgang van de afspraken in het Bestuursakkoord
en bespreekt het periodiek met de decentrale ov-autoriteiten.
In het Bestuursakkoord is verder afgesproken dat het Rijk wegbeheerders stimuleert
en motiveert om meer haltes toegankelijk te maken door kennisdeling te bevorderen,
goede voorbeelden te delen en de samenhang te bevorderen met andere verbeteringen
van toegankelijkheid in het fysieke domein. In 2023 zijn de totale kosten voor het
toegankelijk maken van de resterende bus- en tramhaltes geraamd op circa € 760 miljoen.3 Dit maakt het een lange termijnopgave.
Over de toegankelijkheid van treinstations heeft het Rijk afspraken gemaakt met ProRail.
Via het Implementatieplan Toegankelijkheid wordt gewerkt aan het toegankelijk maken
van treinstations. Daarnaast zijn er EU-verordeningen van toepassing op de toegankelijkheid
van treinstations en rijdend treinmaterieel.
Vraag 7
Op welke wijze bent u voornemens ervaringsdeskundigen structureel te betrekken bij
het verbeteren van de toegankelijkheid van bushaltes en andere Openbaarvervoerlocaties?
Antwoord 7
In de Wet Personenvervoer 2000 is bepaald dat concessieverleners, dat zijn het Rijk
en decentrale ov-autoriteiten, consumentenorganisaties betrekken. Dit gebeurt onder
andere in het Landelijk Overleg Consumentenbelangen Openbaar Vervoer (LOCOV) en de
Regionale Overleggen Consumentenorganisaties Openbaar Vervoer (ROCOV’s). Het Ministerie
van Infrastructuur en Waterstaat overlegt daarnaast regelmatig over de uitvoering
van het Bestuursakkoord met consumentenorganisaties die over ervaringsdeskundigheid
beschikken. Ook wordt, in het kader van de motie Paulusma, met hen gesproken over
de ondersteuning van ervaringsdeskundigen die betrokken zijn bij het realiseren van
toegankelijk openbaar vervoer.4
Vraag 8
Bent u bereid om in overleg te treden met het Interprovinciaal Overleg (IPO) om provinciebesturen
te bewegen bij de verlening en herziening van ov-concessies nadrukkelijker en bindender
toegankelijkheidseisen op te nemen? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 8
Zoals gezegd is in het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer bepaald dat
alle nieuwe, vernieuwde en verbeterde voertuigen, haltes, stations en reisinformatie
toegankelijk moeten zijn. De provincies en vervoersregio’s zijn hier bij de verlenging
en herziening van ov-concessies aan gehouden. Met de ondertekening van het Bestuursakkoord
hebben zij het belang van toegankelijkheid opnieuw onderkend. Het Ministerie van Infrastructuur
en Waterstaat heeft periodiek overleg met DOVA, het samenwerkingsverband van decentrale
ov-autoriteiten, over de uitvoering van de afspraken in het Bestuursakkoord.
Vraag 9
Gelet op het feit dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de inrichting van bushaltes,
bent u bereid om tevens in overleg te treden met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
(VNG) om te bevorderen dat bij aanleg, herinrichting en onderhoud van bushaltes toegankelijkheid
structureel wordt verbeterd en conform het VN-verdrag handicap wordt geborgd? Zo ja,
hoe gaat u dit vormgeven?
Antwoord 9
In het Bestuursakkoord is afgesproken dat de decentrale ov-autoriteiten met de wegbeheerders
werken aan het verder toegankelijk maken van bushaltes. Zij bekijken samen in welk
tempo en met welke prioritering haltes toegankelijk gemaakt kunnen worden, gegeven
de daarvoor beschikbare middelen. Het ministerie voert zoals gezegd periodiek overleg
met het samenwerkingsverband van decentrale ov-autoriteiten waarbij ook wordt gesproken
over het verder toegankelijk maken van bushaltes.
Ondertekenaars
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.