Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Raijer en De Roon over vragen over het bericht ‘Studenten uit Gaza die beurs was beloofd kunnen toch nog niet door met hun studie in Wageningen’
Vragen van de leden Raijer en De Roon (beiden PVV) aan de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Buitenlandse Zaken over het bericht «Studenten uit Gaza die beurs was beloofd kunnen toch nog niet door met hun studie in Wageningen» (ingezonden 11 februari 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), mede namens de
Minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 25 maart 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 1231.
Vraag 1 en 2
Bent u bekend met het bericht dat de Wageningen University & Research de juridische
procedure van twee in Gaza geboren studenten faciliteert door de proceskosten te vergoeden
en kunt u aangeven uit welke middelen deze kosten worden betaald? Zo nee, waarom niet?1
Kunt u uitsluiten dat voor deze rechtszaak publiek bekostigde onderwijs- en onderzoeksbudgetten
van de universiteit worden ingezet en, zo nee, acht u het wenselijk dat universiteitsgeld
wordt gebruikt voor juridische procedures tegen de Staat?
Antwoord 1 en 2
Ik ben bekend met het bericht.
De Wet Hoger Onderwijs en Wetenschap (WHW) geeft een instelling ruimte om voorzieningen
te treffen voor de financiële ondersteuning van een internationale student die aan
de instelling is ingeschreven. Instellingen gaan zelf over de invulling die zij hieraan
geven. De Wageningen Universiteit (WUR) verstrekt jaarlijks twee beurzen aan studenten
uit conflictgebieden. De WUR heeft mij laten weten dat deze beurzen worden bekostigd
uit een fonds dat hiervoor door de instelling is ingericht. Uit hetzelfde fonds worden
nu de proceskosten betaald. De WUR geeft aan dat de middelen voor dit fonds uit de
inkomsten uit instellingscollegegeld van niet EER-studenten worden gehaald. Het betreft
dus geen middelen die vanuit de Rijksoverheid aan de WUR worden verstrekt. Wel is
het zo dat instellingscollegegeld wordt geïnd op basis van WHW waarmee deze middelen
als publiek zijn aan te merken.
Hogescholen en universiteiten hebben bestedingsvrijheid voor deze middelen, maar zijn
hierbij gebonden aan dezelfde kaders die de WHW aan de besteding van de overheidsbijdrage
stelt. Het is aan de WUR om te zorgen dat zij hun middelen binnen de kaders van de
wet besteden. Zij rapporteren over hun bestedingen in hun jaarverslag.
Vraag 3
Deelt u de mening dat universiteiten zich primair dienen te richten op onderwijs en
onderzoek en niet op het voeren of financieren van rechtszaken om buitenlandse en
consulaire besluitvorming af te dwingen?
Antwoord 3
Ik deel met u dat universiteiten zich primair dienen te richten op onderwijs en onderzoek.
Ik heb geen reden om aan te nemen dat universiteiten van deze doelstellingen afwijken.
Vraag 4
Kunt u aangeven of en op welke wijze de betreffende studenten vooraf zijn gescreend
op veiligheidsrisico’s, waaronder mogelijke banden met extremistische of terroristische
organisaties zoals Hamas?
Antwoord 4
Deze studenten hebben de reguliere procedure doorlopen. Voorafgaand aan de afgifte
van een verblijfsvergunning voor studie voert de IND een openbare orde-check uit in nationale en internationale justitiële
en politiesystemen, waaronder het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) en het Schengeninformatiesysteem
(SIS).
Aanvragers moeten een antecedentenverklaring invullen en ondertekenen. Deze omvat
ook lopende zaken, niet-onherroepelijke veroordelingen en buitenlandse antecedenten.
De referent (in dit geval de WUR) ziet hierop toe. Onjuiste of onvolledige informatie
kan leiden tot afwijzing.
Als blijkt dat de betrokkene een gevaar voor de openbare orde en/of nationale veiligheid
vormt, zal de aanvraag worden geweigerd.
Vraag 5
Bent u bereid vast te leggen dat universiteiten geen financiële, juridische of bestuurlijke
verplichtingen mogen aangaan richting personen uit conflictgebieden zolang niet vaststaat
dat dit noodzakelijk, veilig en volledig getoetst is en dat dit niet leidt tot precedentwerking?
Antwoord 5
Het staat buitenlandse studenten vrij om een studie aan Nederlandse universiteiten
te volgen als zij aan de daaraan gestelde voorwaarden voldoen. Het in mijn vorige
antwoord benoemde reguliere proces is hier een onderdeel van voor studenten die niet
uit de EER of uit Zwitserland komen. Deze processen zijn in dit geval doorlopen en
hiermee zijn de studenten wat mij betreft afdoende getoetst.
Ik zie op dit moment geen reden om de bestaande processen en regelgeving op dit gebied
te wijzigen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede namens
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.