Schriftelijke vragen : Het bericht dat een Nederlands schip wapens of onderdelen zou hebben geleverd in Israël
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Ministers van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Defensie over het bericht dat een Nederlands schip wapens of onderdelen zou hebben geleverd in Israël (ingezonden 25 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving dat een Nederlands schip deze week wapens of onderdelen
zou hebben geleverd in Israël?1
Vraag 2
Kunt u bevestigen of dit Nederlandse schip wapens of onderdelen daarvoor heeft afgeleverd
in Israël, en zo ja, welk type goederen, met welke eindgebruiker?
Zo niet, bent u bereid dat te verifiëren bij Hartel, de Nederlandse eigenaar van dat
schip?
Vraag 3
Zijn afgelopen jaren vaker Nederlandse schepen gebruikt voor levering van wapens of
onderdelen daarvoor in Israël? Zo ja, hoe vaak? Als dit niet bekend is, waarom is
hier geen kennis over?
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat Nederlandse bedrijven geen transporten mogen faciliteren
wanneer die een duidelijk risico vormen op inzet bij schendingen van het internationaal
humanitair recht?
Vraag 5
In hoeverre heeft het kabinet vooraf kennis gehad van dit transport, en welke mogelijkheden
heeft het kabinet om dergelijke transporten te voorkomen of tegen te houden, wanneer
een schip onder Nederlandse vlag vaart? Zijn deze mogelijkheden in dit geval benut?
Vraag 6
Is de afgelopen jaren ooit opgetreden tegen een Nederlands schip dat wapens of onderdelen
daarvoor levert in Israël?
Vraag 7
Hoe verhoudt deze casus zich tot de verplichtingen van Nederland onder het Genocideverdrag,
in het bijzonder de verplichting om genocide te voorkomen?
Vraag 8
Deelt u de opvatting dat ook indirecte betrokkenheid, zoals transport of logistieke
ondersteuning, kan bijdragen aan schendingen van het internationaal humanitair recht?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Is voor dit transport sprake van een vergunningplicht, bijvoorbeeld voor een export-
of doorvoervergunning, of een vergunning strategische diensten? Zo ja, is die ook
aangevraagd en verleend, en op basis van welke criteria? Zo niet, waarom niet?
Vraag 10
Bent u bekend met het bericht dat via de haven van Rotterdam een schip wapens of onderdelen
naar Israël zou hebben vervoerd? Klopt dit, wat was de exacte lading, en welke afweging
is gemaakt om dit transport via de Rotterdamse haven toe te staan?2
Vraag 11
In hoeverre kan de Nederlandse overheid vooraf controleren of via Nederlandse havens
of onder Nederlandse vlag wapens of militaire goederen worden vervoerd naar conflictgebieden
waar oorlogsmisdaden worden gepleegd?
Vraag 12
Welke rol en verantwoordelijkheid heeft de haven van Rotterdam in het controleren
of faciliteren van transporten met mogelijk militaire lading richting Israël?
Vraag 13
Welke instrumenten hebben havenautoriteiten en gemeenten momenteel om dergelijke transporten
te stoppen, en acht u deze voldoende?
Vraag 14
Is het kabinet van mening dat lokale overheden en havenautoriteiten voldoende instrumenten
hebben om transporten met mogelijk risicovolle lading te weigeren of te stoppen? Zo
ja, welke zijn dat concreet?
Vraag 15
Hoe wordt uitgesloten dat Nederlandse schepen of via Nederlandse havens militair materieel
dat ingezet kan worden in Gaza naar Israël vervoerd wordt?
Vraag 16
Is het kabinet bereid aanvullende maatregelen te onderzoeken om te voorkomen dat via
Nederlandse havens of onder Nederlandse vlag transporten plaatsvinden die bij kunnen
dragen aan oorlogsmisdaden?
Vraag 17
Hoe gaat er worden opgetreden tegen schepen en rederijen die via Nederlandse havens
wapens of militaire goederen naar Israël vervoeren, gezien de risico’s op betrokkenheid
bij schendingen van het internationaal humanitair recht in Gaza en Libanon?
Indieners
-
Gericht aan
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Gericht aan
D. Yesilgöz-Zegerius, minister van Defensie -
Indiener
Christine Teunissen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.