Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Armut over het bericht 'Seksueel wangedrag op school: 'Ik denk dat we niet half weten hoeveel het voorkomt''
Vragen van het lid Armut (CDA) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Seksueel wangedrag op school: «Ik denk dat we niet half weten hoeveel het voorkomt»» (ingezonden 20 februari 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en van Staatssecretaris
Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 24 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Seksueel wangedrag op school: «Ik denk dat we niet
half weten hoeveel het voorkomt»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe verklaart u dat het aantal meldingen bij de vertrouwensinspecteurs over seksueel
grensoverschrijdend gedrag al meerdere jaren toeneemt?
Antwoord 2
Al langer zien we een stijging in het aantal dossiers bij de vertrouwensinspecteurs.2 Ook in het schooljaar 2024–2025 nam het aantal dossiers over seksueel misbruik en
seksuele intimidatie toe. Het is niet bekend of de toename van het aantal dossiers
één op één veroorzaakt wordt doordat het aantal incidenten toeneemt. Mogelijke andere
verklaringen voor de toename in het aantal meldingen zijn dat melders de vertrouwensinspecteurs
beter weten te vinden, dat er een groter vertrouwen is om te melden, dat seksueel
grensoverschrijdend gedrag meer aandacht krijgt of dat de meld- overleg- en aangifteplicht
bij een vermoeden van seksueel misbruik of mishandeling meer bekendheid krijgt. Los
van de precieze verklaring van de stijging neemt het kabinet het tegengaan van seksueel
grensoverschrijdend gedrag uiteraard zeer serieus.
Vraag 3
Kunt u de betreffende cijfers over de afgelopen vijf jaar verstrekken, uitgesplitst
naar primair onderwijs, voortgezet onderwijs en mbo en kunt u daarbij tevens aangeven
hoeveel meldingen betrekking hebben op het gedrag van (a) leerlingen onderling en
(b) medewerkers richting leerlingen?
Antwoord 3
In de onderstaande tabel is een overzicht te vinden van het aantal dossiers bij de
vertrouwensinspecteurs met tussen haakjes (x) het aantal dossiers waarbij het ging
om een met taken belast persoon.3 De cijfers zijn per sector (primair onderwijs, voortgezet onderwijs, gespecialiseerd
onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs) uitgesplitst naar schooljaar en het soort
grensoverschrijdend gedrag.4,
5
PO
VO
GO
MBO
Schooljaar
Seksueel misbruik
Seksuele intimidatie
Seksueel misbruik
Seksuele intimidatie
Seksueel misbruik
Seksuele intimidatie
Seksueel misbruik
Seksuele intimidatie
2020–2021
25 (17)
87 (33)
50 (40)
72 (49)
9 (5)
7 (4)
4 (3)
8 (6)
2021–2022
39 (22)
69 (33)
79 (47)
140 (99)
9 (1)
27 (12)
10 (7)
23 (20)
2022–2023
52 (31)
113 (45)
72 (41)
150 (104)
14 (10)
33 (13)
8 (5)
15 (13)
2023–2024
31 (21)
134 (52)
42 (28)
111 (80)
12 (4)
24 (11)
5 (5)
15 (10)
2024–2025
51 (36)
157 (56)
99 (52)
113 (77)
14 (4)
31 (17)
9 (6)
13 (12)
Vraag 4
Bent u het ermee eens dat het zorgwekkend en onaanvaardbaar is dat jongeren die te
maken krijgen met seksueel overschrijdend gedrag geen melding doen omdat ze denken
dat het niet erg genoeg was, zich schamen, of geen vertrouwen hebben in de opvolging
van de melding?
Antwoord 4
Ja, daar is het kabinet het mee eens. Het is al afschuwelijk dat jongeren te maken
krijgen met seksueel grensoverschrijdend gedrag en nog erger als ze daar vervolgens
geen melding van durven te doen. Deze jongeren moeten de juiste ondersteuning krijgen
en er op kunnen vertrouwen dat meldingen zorgvuldig worden opgevolgd.
Vraag 5 en 7
Hoe beoordeelt u het functioneren van het huidige meld- en opvolgingssysteem?
Herkent u het beeld dat jongeren niet goed herkennen wat seksueel grensoverschrijdend
gedrag is en daardoor geen melding doen terwijl er mogelijk wel sprake is van seksueel
overschrijdend gedrag?
Antwoord 5 en 7
Het huidige meld- en opvolgingssysteem functioneert onvoldoende. Uit eerdere onderzoeken
in opdracht van het Ministerie van OCW uit 2020 en 2023 bleek dat het aandeel leerlingen
dat géén melding maakte van seksueel grensoverschrijdend gedrag daalde. Toch maken
veel leerlingen nog steeds geen melding wanneer zij seksueel grensoverschrijdend gedrag
ervaren. 20% van de leerlingen in het primair onderwijs dat aangaf seksueel grensoverschrijdend
gedrag te ervaren, meldde dit niet. In het voortgezet onderwijs betrof dit 38% van
de leerlingen.6 Daarbij gaf 61% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs die een melding hadden
gemaakt, aan dat daar niets mee was gedaan. 15% van de studenten in het mbo dat aangaf
het slachtoffer te zijn geweest van seksuele intimidatie, maakte een melding. In de
helft van deze gevallen heeft de mbo-instelling iets met de melding gedaan, melden
de slachtoffers. Uit deze onderzoeken kwam ook naar voren dat seksualiteit vaak nog
een beladen onderwerp is op school en leerlingen en studenten zich niet altijd bewust
zijn van de grens tussen geaccepteerd en grensoverschrijdend gedrag.
Vraag 6 en 8
Welke concrete maatregelen bent u bereid te nemen om de meldbereidheid onder jongeren
te vergroten en het vertrouwen in opvolging te versterken en kunt u daarbij aangeven
op welke termijn deze maatregelen effect moeten hebben?
Bent u bereid om maatregelen te nemen, zowel voor leerlingen in het primair onderwijs,
voortgezet onderwijs als het mbo, om ervoor te zorgen dat de bewustwording bij jongeren
over seksueel overschrijdend gedrag wordt vergroot? Zo ja, welke concrete maatregelen
gaat u voor beide groepen nemen?
Antwoord 6 en 8
Het kabinet zich met een breed pakket van maatregelen in om seksueel grensoverschrijdend
gedrag in het onderwijs te voorkomen en aan te pakken. Dit gebeurt op verschillende
niveaus.
Allereerst zet het kabinet in op preventie. De VO-raad werkt vanuit de Alliantie tegen
seksueel grensoverschrijdend gedrag aan een doorvertaling van de handreiking «Cultuurverandering
op de werkvloer» van regeringscommissaris Hamer.7 Daarmee wordt ingezet op het ondersteunen van scholen bij het beleid tegen seksueel
grensoverschrijdend gedrag en het werken aan een veilige cultuur. Ook versterken we
het bewustzijn over grenzen en seksueel grensoverschrijdend gedrag met de nieuwe conceptkerndoelen
voor het primair en voortgezet onderwijs. Daarin is aandacht voor het bespreekbaar
maken van wensen en grenzen, voor relationele en seksuele ontwikkeling en het stimuleren
van veilige sociale omgang, weerbaarheid, samenwerking en conflicthantering. In het
voortgezet onderwijs is daarbij in het bijzonder ook aandacht voor het belang van
consent, respect voor wensen en grenzen van zichzelf en de ander en wat te doen bij
grensoverschrijding, geweld en misbruik.
Ten tweede versterkt het kabinet het zicht dat scholen hebben op seksueel grensoverschrijdend
gedrag. Met het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs worden scholen in het funderend
onderwijs verplicht seksueel grensoverschrijdend gedrag te registreren en in het voortgezet
(speciaal) onderwijs te monitoren. Deze signalen moet de school betrekken in de evaluatie
van het veiligheidsbeleid.8 Ook moet elke school een interne en externe vertrouwenspersoon hebben, die leerlingen
ondersteunen bij het maken van een melding. Ten slotte wordt de reeds bestaande meld-
en overlegplicht bij seksuele misdrijven voor het hele onderwijs uitgebreid naar seksuele
intimidatie en naar meerderjarige leerlingen en studenten. Daarmee zorgen we ervoor
dat scholen sneller zicht krijgen op seksueel grensoverschrijdend gedrag en signalen
daarvan opvolgen. In het vervolgonderwijs wordt gewerkt aan een soortgelijk wetsvoorstel,
dat de plicht om te zorgen voor een veilige omgeving voor iedereen die studeert, onderzoekt
of werkt op een Nederlandse onderwijsinstelling wettelijk verankert en expliciteert.
Naast deze wettelijke plichten kunnen scholen nu ook al gebruik maken van het vlaggensysteem
van Movisie dat bijdraagt aan het voorkomen en terugdringen van seksueel grensoverschrijdend
gedrag onder leerlingen. Stichting School & Veiligheid werkt met Movisie aan een doorvertaling
van dit systeem om signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag van onderwijspersoneel
richting leerlingen of studenten eerder te duiden en op te pakken. Deze ondersteuning
is beschikbaar voor het funderend onderwijs en het mbo.
Ten slotte zet regeringscommissaris Hamer zich samen met de MBO Raad, VO-raad en PO-Raad
in voor een doorlopende en samenhangende aanpak om bestuurders in het funderend onderwijs
en mbo bewuster te maken van de ervaringen van hun leerlingen en studenten met seksueel
grensoverschrijdend gedrag.
Vraag 9
Herkent u signalen dat scholen in sommige gevallen terughoudend zijn met het melden
van seksueel grensoverschrijdend gedrag bij de vertrouwensinspecteur?
Antwoord 9
Ja, wij herkennen dat dit een lastig en ingewikkeld onderwerp is en dat scholen soms
terughoudend zijn om in overleg te treden met de vertrouwensinspecteurs.
Tegelijkertijd mag van onderwijspersoneel als professionals die werken met leerlingen
en studenten in een afhankelijkheidssituatie, verwacht worden dat zij altijd melding
doen wanneer zij kennis of vermoedens van seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben.
Het is van het grootste belang dat leerkrachten, schoolleiders en schoolbesturenverantwoordelijkheid
nemen en niet wegkijken. In dat kader wordt de meld- en overlegplicht seksuele misdrijven
uitgebreid naar seksuele intimidatie en meerderjarige leerlingen en studenten. Het
is de taak van schoolleiders en schoolbesturen om zorg te dragen voor een omgeving
waarbinnen leerkrachten een dergelijke melding ook veilig kúnnen doen.
Bij de implementatie van het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs zal door Stichting
School & Veiligheid ondersteuning geboden worden aan scholen om seksueel grensoverschrijdend
gedrag te herkennen, te bespreken en daar adequaat op te reageren.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.