Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Duijvenvoorde over het artikel in Trouw 'Meerdere talen in de klas is goed voor de leerling. Maar gaat dat niet ten koste van het Nederlands?'
Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over meerdere talen in de schoolklas (ingezonden 27 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
23 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Meerdere talen in de klas is goed voor de leerling.
Maar gaat dat niet ten koste van het Nederlands»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het artikel.
Vraag 2, 3, 4 en 7
Hoe verzoent u dit beleid met het fundamentele belang dat alle leerlingen het Nederlands
volledig leren beheersen?
Bent u bereid toe te geven dat het stimuleren van thuistalen het risico op onderwijsachterstanden
kan vergroten? Zo ja, welke maatregelen neemt u om dit te voorkomen?
Hoe voorkomt u dat uw beleid het gedrag van ouders, die stelselmatig thuis Nederlands
weigeren te spreken, beloont en dat kinderen op school niet voldoende Nederlands leren?
Is het, volgens u, verantwoord dat leerlingen minder tijd besteden aan kernvakken
zoals Nederlands en rekenen, omdat scholen verplicht worden aandacht te geven aan
meerdere thuistalen? Zo nee, welke alternatieve richtlijnen gaat u geven aan scholen?
Antwoord 2, 3, 4 en 7
Voor mij staat voorop dat alle leerlingen goed leren lezen, schrijven en rekenen in
het Nederlands. Dit is de basis die nodig is om mee te kunnen doen in de samenleving.
Tegelijkertijd hebben alle leraren één of meer leerlingen in de klas die thuis een
andere taal dan het Nederlands spreken. Dit stelt leraren voor een extra uitdaging.
Om die reden heeft de voormalig Minister van OCW de Onderwijsraad gevraagd te adviseren
over hoe leraren kunnen omgaan met talige diversiteit in de klas. De Onderwijsraad
adviseert op basis van wetenschappelijk onderzoek om kennis en vaardigheden in een
eerder geleerde taal te benutten om de Nederlandse taalvaardigheid van leerlingen
te versterken.2 Dit sluit aan bij de nieuwe kerndoelen en eindtermen Nederlands, waarin is opgenomen
dat er ruimte moet zijn voor thuistalen, waaronder ook streektalen en dialecten.3 Onderzoekers en experts op het gebied van meertaligheid onderschrijven dat dit een
effectieve interventie kan zijn.4 Een voorwaarde is wel dat de school dit evidence-informed doet.5 De Onderwijsraad adviseert om scholen hierbij te ondersteunen met professionalisering,
expertise en handreikingen. In de beleidsreactie op het advies van de Onderwijsraad
staat beschreven hoe het Masterplan basisvaardigheden en het Nationaal Kennisinstituut
Onderwijs (NKO) hierin voorzien.6
«Ruimte bieden aan thuistalen» betekent voor leraren dat ze gewoon onderwijs in de
Nederlandse taal geven. Het gaat erom dat leraren een thuistaal niet als een belemmering
zien, maar als een mogelijk hulpmiddel voor het leren van en in het Nederlands. Onderzoek laat zien dat dit een positieve invloed heeft op de leerresultaten
en het welbevinden van leerlingen.7 Uiteraard is het aan schoolleiders en leraren zelf om hiervoor een evidence-informed aanpak te kiezen. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat het benutten van een eerder
geleerde taal in het onderwijs het risico op onderwijsachterstanden vergroot.8
Vraag 5
Hoe waarborgt u dat dit beleid de werkdruk van leraren niet onacceptabel verhoogt
en de kwaliteit van het onderwijs niet schaadt?
Antwoord 5
Op bijna alle scholen zitten kinderen die van huis uit (ook) een andere taal dan het
Nederlands spreken. Leraren zijn op zoek naar manieren om deze leerlingen zo goed
mogelijk te begeleiden in hun ontwikkeling. Het is effectief gebleken om de thuistaal
van leerlingen als hulpmiddel in te zetten om een leerling op weg te helpen. Uit nationaal
en internationaal onderzoek blijkt dat hiervoor geen ingewikkelde interventies nodig
zijn.9 Er zijn laagdrempelige manieren die al een positief effect hebben. Voorbeelden hiervan
zijn om vertaalapps te gebruiken of om een meertalige bibliotheek in te richten, zodat
leerlingen het boek dat op school wordt voorgelezen, in de thuistaal mee naar huis
kunnen nemen. Leerlingen doen op die manier thuis voorkennis op van het verhaal. Op
school kunnen ze zich dan focussen op de Nederlandse taal. Dit helpt de leerling bij
het leren van en in het Nederlands.
Vraag 6
Hoe voorkomt u dat dit beleid bijdraagt aan een gefragmenteerde multiculturele samenleving?
Antwoord 6
Het kan juist positief bijdragen aan integratie als leerlingen hun thuistaal als hulpmiddel
mogen gebruiken om nieuwe lesstof te leren in de Nederlandse taal. De Onderwijsraad
geeft hier twee redenen voor. Ten eerste leren leerlingen de Nederlandse taal sneller
als zij hun thuistaal als opstapje mogen gebruiken. Dit is belangrijk om segregatie
tegen te gaan. Ten tweede voelen leerlingen zich meer verbonden met de school als
hun thuistaal wordt gewaardeerd. Dit zorgt ervoor dat leerlingen zich eerder openstellen
voor hun klasgenoten in plaats van dat zij zich terugtrekken in groepjes.10
Vraag 8
Welke concrete maatregelen gaat u nemen om ervoor te zorgen dat het Nederlands de
hoofdtaal blijft en dat alle kinderen voldoende taalvaardigheid ontwikkelen, ongeacht
hun thuistaal?
Antwoord 8
Het is wettelijk bepaald dat Nederlands de hoofdtaal van het onderwijs is. Scholen
moeten de Nederlandse taalvaardigheid van leerlingen optimaal bevorderen. Het Masterplan
basisvaardigheden heeft als doel zowel de Nederlandse taal, als rekenen, burgerschap
en digitale geletterdheid van alle leerlingen te verbeteren. Scholen ontvangen structurele
bekostiging en krijgen inhoudelijke begeleiding van onderwijscoördinatoren. Het programma
ondersteunt scholen daarnaast om evidence-informed te werken, zodat zij een onderbouwde aanpak kiezen waarmee zij resultaten kunnen
boeken. In lijn hiermee geef ik prioriteit aan de implementatie van het nieuwe curriculum
voor het funderend onderwijs, waarin de basisvaardigheden een centrale plek hebben.
Leerlingen lezen, schrijven en rekenen niet meer alleen tijdens de les begrijpend
lezen of wiskunde, maar bij alle vakken.
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.