Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Straatman over het bericht ‘Geef hbo’ers beurs om naar universiteit te gaan’
Vragen van het lid Straatman (CDA) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Geef hbo’ers beurs om naar universiteit te gaan» (ingezonden 2 februari 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 23 maart
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1097.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Geef hbo’ers beurs om naar de universiteit te gaan»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u aangeven wat de reden is dat studenten die na een hbo-bachelor een wo-master
willen doen geen extra jaar basisbeurs krijgen, maar die wel krijgen voor een hbo-master?
Hoe volgt dit uit de onderwijswetgeving?
Antwoord 2
De reden hiervoor is dat prestatiebeursrechten bedoeld zijn voor initiële opleidingen.
Een hbo-masteropleiding die volgt op een hbo-bacheloropleiding geldt als een initiële
opleiding. Een wo-masteropleiding volgend op een hbo-bacheloropleiding geldt niet
als een initiële opleiding en daarom krijgt een student in dat geval geen extra jaar
prestatiebeurs. Deze studenten kunnen wel lenen om te voorzien in de kosten van studie
en levensonderhoud. In navolging van de motie van het lid Straatman c.s.2 voer ik een verkenning uit naar dit vraagstuk.
Vraag 3
Kunt u hierbij ook ingaan op de in het artikel aangehaalde rechterlijke uitspraak
en de overwegingen daarin?
Antwoord 3
Zoals in het antwoord op vraag 1 aangegeven voer ik een verkenning uit naar dit vraagstuk.
Ik betrek de uitspraken van de rechtbank en Centrale Raad van Beroep hierbij. Op basis
van de verkenning voer ik graag het gesprek met uw Kamer over eventuele beleidswijzigingen.
Ik zal uw Kamer voor het einde van het jaar informeren over de uitkomst van de verkenning.
Vraag 4
Kunt u specifiek ingaan op de overweging van de rechter dat «niet duidelijk is waarom
in artikel 5.2, eerste lid, van de Wsf 2000 bij de combinatie hbo-bachelor en hbo-master
de lengte van de prestatiebeurs wél wordt vermeerderd en bij een wo-master niet. Ook
is niet duidelijk of en waarom dit de bedoeling van de wetgever is geweest»?3
Antwoord 4
Zie hiervoor het antwoord op vraag 2 en 3.
Vraag 5
Is bekend hoeveel hbo-bachelors door deze situatie afzien van een wo-master terwijl
ze dat misschien wel zouden willen?
Antwoord 5
Nee, dit is niet bekend.
Vraag 6
Klopt het dat iemand met een wo-bachelor die daarna een hbo-master gaat doen wel een
jaar extra basisbeurs krijgt en hoe komt dat?
Antwoord 6
Ja, dit klopt. Hier bestaat geen sluitende verklaring voor, in die zin dat een hbo-master
niet wordt gezien als onderdeel of verlenging van een initiële wo-opleiding. Zie hiervoor
ook het antwoord op vraag 2. In de eerdergenoemde verkenning zal ik dan ook ingaan
op dit verschil.
Vraag 7
Vindt u deze situatie gerechtvaardigd, aangezien een kernwaarde van het onderwijs
juist is om studenten te stimuleren die verder willen leren en zich willen ontwikkelen?
Antwoord 7
Ik betrek dit vraagstuk in de toegezegde verkenning en wil op basis daarvan het debat
met de Kamer voeren om te bepalen of we dit moeten heroverwegen.
Vraag 8
Deelt u de mening dat deze situatie het hoger beroepsonderwijs onaantrekkelijker maakt
omdat studenten in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt worden?
Antwoord 8
Ik kan niet zeggen of deze situatie het hoger beroepsonderwijs als geheel onaantrekkelijker
maakt, omdat daar geen onderzoek naar gedaan is.
Vraag 9
Wat zou ervoor nodig zijn om ervoor te zorgen dat studenten die na een hbo-bachelor
een wo-master willen doen wel recht hebben op een extra jaar basisbeurs? En welke
(financiële) consequenties heeft dit?
Antwoord 9
Ik kan deze vraag nu niet beantwoorden. Dat is precies waarom een nadere verkenning
nodig is, zoals de motie Straatman ook vraagt. Ik kom daar voor het einde van het
jaar op terug. Wat betreft de financiële consequenties is in 2025 in antwoorden op
vragen bij de Voorjaarsnota4 geantwoord dat de extra kosten op ongeveer € 47 miljoen structureel worden geschat,
gebaseerd op het prijspeil van 2025. Ik wil benadrukken dat dit een grove inschatting
is. Mogelijke gedragseffecten, zoals een aanzuigende werking, en uitvoeringskosten
zijn hierin niet meegenomen.
In de verkenning zal ik dan ook op de financiële gevolgen in gaan.
Vraag 10
Welke stappen wilt u nemen om masteropleidingen in het algemeen toegankelijker te
maken voor hbo-studenten?
Antwoord 10
In februari 2025 constateerde de Inspectie van het onderwijs (hierna: inspectie) in
haar onderzoeksrapport «hbo’ers gelijkgeschakeld?» dat bijna een kwart van de masteropleidingen
niet toegankelijk is voor hbo-bachelorgediplomeerden. Naar aanleiding van dit onderzoek
heeft mijn ambtsvoorganger in de Kamerbrief «Toegankelijkheid en doorstroom»5 uiteengezet hoe de huidige wet- en regelgeving met betrekking tot toelating tot
het masteronderwijs is ingericht; in het hoger onderwijsstelsel geeft een bachelordiploma
in principe toegang tot het masteronderwijs. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt
tussen een hbo-bachelor en een wo-bachelor. Hbo-bachelorgediplomeerden mogen daarom
niet bij voorbaat generiek worden uitgesloten van een wo-masteropleiding. Steeds moet
op individuele basis worden beoordeeld of een student voldoet aan de kwalitatieve
toelatingseisen die voor een masteropleiding gelden. De inspectie heeft de wettelijke
kaders over toelating tot het masteronderwijs nogmaals onder de aandacht gebracht
bij de onderwijsinstellingen naar aanleiding van haar onderzoeksrapport. Ik ben daarom
niet voornemens om extra stappen te zetten wat betreft toelating tot het masteronderwijs.
Ondertekenaars
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.