Schriftelijke vragen : De uitkomsten van Europees rioolwateronderzoek naar drugsgebruik, waaruit blijkt dat Nederland hoog scoort op MDMA en ketamine
Vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de uitkomsten van Europees rioolwateronderzoek naar drugsgebruik, waaruit blijkt dat Nederland hoog scoort op MDMA en ketamine (ingezonden 20 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Groot rioolwateronderzoek naar drugs: Nederland bovenaan
met MDMA en ketamine», waarin wordt bericht over de uitkomsten van Europees rioolwateronderzoek
door het drugsagentschap EUDA?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de uitkomst dat Nederland tot de Europese top behoort als het gaat
om MDMA-gebruik en dat het ketaminegebruik in Nederlandse steden volgens dit onderzoek
met ruim 40 procent is gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar?
Vraag 3
Deelt u de zorg dat het sterk toenemende gebruik van ketamine, een middel met aanzienlijke
gezondheidsrisico’s, erop kan wijzen dat dit middel in toenemende mate wordt genormaliseerd
binnen het recreatieve uitgaansleven? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan
voor het huidige drugsbeleid?
Vraag 4
In hoeverre bevestigen deze cijfers volgens u het beeld dat drugsgebruik in Nederland
niet afneemt, maar in bepaalde vormen juist structureel toeneemt? Wat betekent dit
voor de inzet van het kabinet op het ontmoedigen en denormaliseren van drugsgebruik?
Vraag 5
Hoe verhouden de uitkomsten van dit Europese rioolwateronderzoek zich tot de lopende
Nederlandse pilot met rioolwatermetingen om trends in drugsgebruik inzichtelijk te
maken?
Vraag 6
Bent u bereid om, mede in het licht van deze Europese cijfers, rioolwateronderzoek
structureel en landelijk in te zetten als aanvullend instrument om trends in drugsgebruik
te monitoren? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Welk rioolwateronderzoek naar drugsgebruik wordt er op dit moment gedaan en op wiens
initiatief?
Vraag 8
Welke lessen voor de effectiviteit van het huidige preventie- en handhavingsbeleid
trekt u uit het feit dat het onderzoek laat zien dat bij middelen als MDMA en cocaïne
sprake is van duidelijke weekendpieken, terwijl bij sommige steden en middelen juist
sprake lijkt van meer verspreid gebruik door de week?
Vraag 9
Laat de volgende uitkomst volgens u zien dat er sprake is van problematisch drugsgebruik
in het uitgaansleven en dat hier maatregelen voor nodig zijn? Welke schade heeft dit
gebruik elk weekend voor de veiligheid, gezondheid en het milieu en zijn gebruikers
daar bekend mee?
Vraag 10
Op welke wijze wordt samengewerkt met gemeenten en andere belangrijke samenwerkingspartners
om de uitkomsten van dit soort onderzoeken te vertalen naar gerichte lokale maatregelen
om het gebruik van drugs terug te dringen?
Vraag 11
Leiden de uitkomsten van dit onderzoek tot andere prioriteiten in preventie, opsporing
en handhaving? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Deelt u de zorg over de gezondheidsrisico’s van ketaminegebruik, zoals verslaving
en problemen met geheugen en concentratie, met name onder jongeren en jongvolwassenen?
Zo ja, welke maatregelen neemt het kabinet om deze risico’s te beperken?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Mirjam Bikker, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.