Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Meijeren over de mogelijke arrestatie van een Nederlandse staatsburger in Syrië
Vragen van het lid Van Meijeren (FVD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de mogelijke arrestatie van een Nederlandse staatsburger in Syrië (ingezonden 18 februari 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 17 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met berichten dat een Nederlandse staatsburger, genaamd Max van den
Berg, zich momenteel in Syrië bevindt en daar mogelijk is gearresteerd door lokale
autoriteiten?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u bevestigen of ontkennen dat deze persoon daadwerkelijk is gearresteerd, en
zo ja, door welke autoriteit, op welke grond en op welke locatie? Indien dit nog niet
is vastgesteld: welke concrete stappen zijn sinds het bekend worden van deze berichten
ondernomen om duidelijkheid te verkrijgen over zijn verblijfplaats en status?
Antwoord 2
Het kabinet kan niet ingaan op individuele gevallen vanwege de privacy van betrokkene(n).
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt doorgaans geïnformeerd over de detentie
van Nederlanders in het buitenland via de lokale autoriteiten. Bij het uitblijven
daarvan, ondanks concrete signalen die wijzen op de detentie van een Nederlander in
het buitenland, verzoekt het ministerie zelf om informatie bij de lokale autoriteiten,
die deze bij instemming van betrokkene dienen te overhandigen.
Vraag 3
Welke informatie is u bekend over de detentieomstandigheden (zoals medische zorg,
rechtsbijstand, contact met de buitenwereld en risico op foltering of onmenselijke
behandeling) indien betrokkene in Syrië wordt vastgehouden?
Antwoord 3
In algemene zin is er beperkte informatie beschikbaar over de omstandigheden in detentiecentra
in Syrië. Openbare bronnen beschrijven dat de situatie na de val van Assad nog steeds
problematisch is, met ernstige tekortkomingen in voedsel, medische zorg, hygiëne en
rechtsbescherming. Ook zijn risico’s op mishandeling en inhumane behandeling gedocumenteerd
door EU- en VN-rapporten als onderdeel van structurele problemen in het Syrische detentiesysteem,
ook onder de Syrische overgangsautoriteiten.1
Vraag 4
Erkent u dat de Staat een bijzondere verantwoordelijkheid heeft tegenover personen
met de Nederlandse nationaliteit, ook als de Staat geen rechtsmacht heeft? Hoe geeft
u invulling aan deze verantwoordelijkheid?
Antwoord 4
Het kabinet erkent dat de Staat een bijzondere verantwoordelijkheid heeft tegenover
personen met de Nederlandse nationaliteit. Deze verantwoordelijkheid geldt ook, zij
het op een andere wijze en in mindere mate, in landen waar de Staat geen rechtsmacht
heeft. Het kabinet geeft onder andere invulling aan deze verantwoordelijkheid middels
het verlenen van consulaire bijstand aan Nederlanders in het buitenland waar gewenst
en mogelijk.
Vraag 5
Erkent u dat, indien de mensenrechten van een Nederlandse staatsburger worden geschonden,
of dreigen te worden geschonden, daaruit kan voortvloeien dat de Staat een inspanningsverplichting
heeft om deze schending of dreigende schending te beëindigen of af te wenden? Erkent
u dat, naarmate de belangen die in het geding zijn zwaarder wegen, van de Staat meer
mag worden verwacht? Wat is daarover, in deze concrete zaak, uw oordeel?
Antwoord 5
Het kabinet kan niet ingaan op individuele gevallen. Zie ook het antwoord op vraag 2
en 4.
In algemene zin gaat het kabinet uit van de zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid
van Nederlanders in het buitenland. Zo is het de eigen verantwoordelijkheid van Nederlanders
om zich goed te informeren over de risico’s in het buitenland en zich voor te bereiden
op hun reis. Bij een consulair hulpverzoek kijkt het Ministerie van Buitenlandse Zaken
vervolgens naar de mogelijkheden en specifieke omstandigheden hoe consulaire bijstand
kan worden verleend.
Daarbij geldt dat de mogelijkheden voor het verlenen van consulaire bijstand in Syrië
zeer beperkt zijn. De kleurcode van het reisadvies voor Syrië van het Ministerie van
Buitenlandse Zaken is rood. Dat betekent dat Nederlanders wordt geadviseerd om niet
naar Syrië te reizen, ongeacht de situatie. Ook staat in het reisadvies vermeld dat
de Nederlandse ambassade in Syrië is gesloten en niet kan helpen als Nederlanders
in de problemen komen.
Vraag 6
Welke vormen van (consulaire) bijstand zijn in de praktijk mogelijk wanneer er geen
(volwaardige) diplomatieke betrekkingen bestaan?
Antwoord 6
Bij een consulair hulpverzoek kijkt het Ministerie van Buitenlandse Zaken naar de
mogelijkheden en specifieke omstandigheden hoe consulaire bijstand kan worden verleend.
In landen of gebieden waar Nederland geen diplomatieke contacten met de lokale autoriteiten
heeft of geen (consulaire) vertegenwoordiging heeft, zijn de mogelijkheden tot het
verlenen van consulaire bijstand beperkt. Het is in dat geval soms mogelijk dat Nederlanders
consulaire bijstand kunnen ontvangen van een andere lidstaat van de Europese Unie
die wel een diplomatieke vertegenwoordiging heeft in het betreffende land of gebied,
op dezelfde wijze als waarop onderdanen van die lidstaat consulaire bijstand zouden
ontvangen. In geval van detentie, kan dat bijvoorbeeld gedetineerdenbezoek omvatten.
Vraag 7
Bent u bereid om alle mogelijke inspanningen te leveren om in dit geval de nodige
bijstand te verlenen, bijvoorbeeld via derde staten, internationale organisaties of
multilaterale kanalen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
In algemene zin zet het kabinet zich in om desgewenst consulaire bijstand te verlenen
aan alle Nederlanders in het buitenland volgens de bestaande consulaire praktijk.
Zie ook het antwoord op vraag 2 en 6.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.